Achtergrond

‘Wij bouwen een eigen samenleving’

Nieuw Woelwijck wijkt bewust af van het streven om iedereen te laten deelnemen aan de samenleving. Ook de nieuwbouw past bij de visie van een beschermde dorpsgemeenschap. ‘Wij richten ons op een speciale groep.’

‘In principe is alles hetzelfde gebleven’, zegt Ron Polman. Hij is begeleider in Vlier 2, één van de 44 woningen in Nieuw Woelwijck. ‘Dit huis is stukken groter dan het vorige. We moesten er in het begin even onze weg in vinden, maar het is een hele vooruitgang. We hebben meer wc’s en een veel grotere badkamer.’ ‘Met een grote douche’, zegt Johannes Smit, een bewoner in een rolstoel, vergenoegd. ‘Ja, en we hebben een grote schuur voor alle fietsen. Maar hoe we hier leven, ons ritme  en de rituelen zijn hetzelfde gebleven.’ Polman staat op en gaat met de dames uit de groep naar de wc. Johannes rijdt naar de kast met servies. Behendig met één hand zijn rolstoel aandrijvend, terwijl hij met de andere de borden vasthoudt, dekt hij de tafel. Dat is, naast zijn werk in de centrale keuken - zoals aardappels pitten - één van zijn vaste taken. Met de wielen van zijn rolstoel schuurt hij af en toe langs de wand, waar al zwarte vegen op zitten. De hoek met deze eettafel blijkt toch iets te krap. Een ervaring die zal worden meegenomen bij de bouw van de andere nieuwe woningen. Veertien zijn er inmiddels gereed. En de winkel en het theater zijn verbouwd. In 2016 zullen er in totaal 44 nieuwe woningen staan voor groepen van zes, acht of tien mensen. Het dorpshuis, het raadhuis, het doktershuis en het bruin café blijven zoals ze zijn.

Dorpsraad
In Nieuw Woelwijck, gelegen in Groningen, heet alles net even anders. Dit is geen instelling maar een dorpsgemeenschap. Er leven geen cliënten maar bewoners. In het raadhuis word ik ontvangen door drie leden van de dorpsraad: ‘zorgbewaker’ (bestuurder) Fop Wassenaar; orthopedagoog Jan Scheurs, die zich tevens bezighoudt met het opleiden en begeleiden van medewerkers; en de voorzitter van de dorpsraad Peter de Groot. De eerste twee behoren tot de initiatiefnemers van Nieuw Woelwijck, dat in 1977 werd geopend. Bewust wijken deze heren en hun medewerkers af van het beleid om mensen met een beperking te laten deelnemen aan de samenleving. Maar op hun website schrijven zij ook dat zij liever niet discussiëren over ontmanteling van instellingsterreinen. ‘Wij hebben geen behoefte aan een richtingenstrijd’, zegt voorzitter Peter de Groot. ‘Er zijn in de vorige eeuw teveel mensen met een beperking in instituten terecht gekomen’, legt zorgbewaker Fop Wassenaar uit, ‘het is goed dat daar wat aan gedaan is.’

Ontmoeten
‘Wij richten ons op een speciale groep: mensen met ernstige of matige beperkingen die vaak ook nog gedragsproblemen of andere bijkomende problematiek hebben’, vult Jan Scheurs aan. ‘Dat is een relatief kleine groep mensen. Voordat we een nieuwe bewoner aannemen, kijken we altijd eerst of hij of zij elders niet beter kan worden opgevangen. Zelfs als de ouders om redenen als veiligheid de voorkeur geven aan Nieuw Woelwijck.’ ‘Je kunt wel zeggen dat iedereen er recht op heeft om ondersteund door een sociaal netwerk deel uit te maken van de samenleving’, zegt Wassenaar, ‘maar ouders van kinderen met ernstige meervoudige beperkingen weten hoe geïsoleerd je kunt raken. De familie haakt af, het netwerk haakt af. Wij bouwen hier een eigen samenleving, waar mensen met beperkingen onder begeleiding zo goed mogelijk kunnen leven. Het ontmoeten van anderen en vaste rituelen spelen daarin een belangrijke rol.’ ‘Het leven hier ziet er eenvoudig uit’, zegt De Groot, ‘maar we investeren er veel in om dat mogelijk te maken. In 2000 hebben we alle ouders gevraagd naar hun mening over de toekomst van Nieuw Woelwijck. 98 procent wilde door. Het leven in de samenleving heeft volgens hen voor hun kinderen geen meerwaarde.’

Koffieconcert
Gedrieën leggen ze uit hoe Nieuw Woelwijck in de jaren zeventig is ontstaan. In het psychiatrisch ziekenhuis Groot Bronswijk kregen mensen met een verstandelijke beperking niet de juiste aandacht. En er was geen intramurale instelling voor hen in Groningen. Wel waren er veel gezinsvervangende tehuizen, maar mensen die daar vastliepen, moesten vaak elders in Nederland worden opgevangen. En zo ontstond het plan om op het terrein van het voormalige buitenhuis Woelwijck een gemeenschap op te richten voor mensen met een beperking die elders niet op hun plek zijn. Waar ze niet met een busje naar de dagbesteding hoeven, waar ze naast hun dagactiviteiten kunnen sporten of andere hobby’s uitoefenen, en waar ze met hun huishoudboekje inkopen kunnen doen in een winkeltje dat maar één merk in huis heeft. Terwijl andere Groningse dorpen leeglopen, gaat hier dagelijks de telefoon, omdat mensen er willen wonen. Tradities om iedere periode in het jaar een eigen karakter te geven, worden er in stand gehouden. Iedere week is er een theatervoorstelling en iedere twee weken een koffieconcert in het dorpshuis. Fop Wassenaar kruipt dan vaak zelf achter de vleugel of het orgel, omdat klassieke muziek - naast Jan Smit en Corry Konings - een taal is waarmee hij de bewoners en hun begeleiders ook wil laten kennismaken. Tijdens deze bijeenkomsten wordt ook het thema ingeluid waaraan de komende periode bij allerlei kleine gelegenheden speciale aandacht wordt besteed.

Zwemtas
Bijvoorbeeld tijdens de koffiepauze in de wasserette. De bewoners van Vlier 2 die hier werken, gaan aan tafel zitten en zingen een liedje: ‘Lekker koffie, drink maar op’. Terwijl ze de daad bij het woord voegen, begint hun begeleidster, Rani Trikorani, over het komende sjoeltoernooi, een jaarlijks terugkerend evenement, waar de bewoners ’s avonds thuis voor oefenen. Als ze vraagt of ze er een verhaaltje over zal voorlezen, reageert Anita Voos direct enthousiast. In het verhaaltje komt een winterliedje voor en Anita zingt mee: ‘Doe, doe, doe de deuren maar toe.’ Ze heeft het al meerdere keren gehoord en ze houdt van muziek. Voor de middagpauze gaat de groep naar huis. Daar wachten ze even op de zeventigjarige Grietje de Vries, een vrouw die werk in het dorp doet. Grietje en andere bewoners zijn christelijk. Dus worden hier de handen gevouwen en zegt Grietje als eerste: ‘Here zegen deze spijzen, amen.’ Daarna lepelt ze een soepkom leeg, die Johannes heeft klaargezet. Die is extra groot vanwege haar trillende handen. Na de lunch gaan sommige bewoners rusten en andere drinken wat limonade. Voordat ze weer gaan werken, gaan ze naar het zwembad. Bouko Broekema, die ik ’s ochtends aan de strijkplank heb zien staan, is inmiddels gewend aan mijn aanwezigheid en vraagt me met een gebaar en wat klanken of ik zijn zwemtas op zijn rug wil doen. Hij geeft me een arm en we sluiten ons aan bij de anderen. In het zwembad mag ik zijn jas voor hem ophangen.

Maquettes
De aanleiding om in Nieuw Woelwijck nieuwe gebouwen neer te zetten komt van buiten. Het ministerie van VWS gaf de woningen in zijn stoplichtennotitie uit 2002 vanwege de maatvoering het predicaat rood of oranje: onvoldoende. Aanvankelijk leek het de dorpsraad kapitaalvernietiging om de gebouwen, die net waren gerenoveerd, af te breken. Maar uiteindelijk ging men toch aan de slag en werd DAAD Architecten uit Beilen ingeschakeld. Volgens architect Titus Mars werd het een bijzondere opdracht, omdat ze in ieder stadium direct contact hadden met Nieuw Woelwijck zelf, zonder dat er een adviesbureau of woningaanbieder tussen zat. ‘Omdat de taal van de zorg en die van de architectuur verschilt, moet je steeds nagaan of je elkaar goed begrijpt’, vertelt hij. ‘We hebben daarom veel gewerkt met maquettes. De badkamer hebben we zelfs op ware schaal nagebouwd in ons kantoor. Dan kun je precies zien of het ontwerp geschikt is voor de handelingen die daar moeten worden verricht. Ook ouders en medewerkers hebben meegekeken naar de ontwerpen.’

Baksteen en hout
De oorspronkelijke gebouwen van Nieuw Woelwijck ademen de sfeer uit van de jaren zeventig, met combinaties van baksteen en hout en verspringende vormen - een stijl die later vaak is verguisd. Titus Mars, zelf geboren in 1977, kijkt er anders tegenaan. ‘We troffen hier kwaliteit aan. Je ziet als het ware een familie van gebouwen: ze zijn allemaal anders en toch horen ze bij elkaar. Architect Leo de Jonge heeft ze mooi laten aansluiten op de natuur eromheen. Die werd aangelegd volgens een ontwerp van landschapsarchitect Harry de Vroome, die hier in het noorden heel bekend is. We wilden dat de nieuwbouw een geheel vormt met de oude gebouwen die worden gerenoveerd. En ik vind het leuk om te flirten met stijlkenmerken van de jaren zeventig. Bij de deuren van de nieuwe woningen loopt het baksteen bijvoorbeeld door van buiten naar binnen, zodat er een zachte overgang ontstaat. En in het theater hebben we van die houtwolcementplaten gebruikt.’

Frisse lucht
Rondwandelend door het dorp laat Mars me de vier soorten omgeving zien die hij hier onderscheidt. Het ene is parkachtig, het andere wordt bepaald doordat de woningen rond een brink staan. ‘Dit noemen we een venlandschap’, zegt hij iets verderop en we sluiten af met het ‘boscluster’. Het grondplan van de nieuwe woningen is tot nu toe overal hetzelfde, maar het uiterlijk van de gebouwen verschilt sterk: de kleur van het metselwerk, de aanbouw, de aanwezigheid van een terras, de paden. Mars wijst op de buitenkant van de ramen. De oude gebouwen hadden ramen met slotjes zodat de bewoners niet naar buiten konden maar de ramen ook moeilijk open konden. De nieuwe kozijnen hebben een groot raam voor het uitzicht met daarboven een ventilatieluik waarin een vaste hor is geplaatst. ‘Zo kunnen bewoners zelf kiezen of ze wat extra frisse lucht willen. Dit hebben we alleen zo kunnen bedenken door er met iedereen over te praten.’