Naar hoofdmenuNaar hoofdinhoud

HomeThema'sBekostiging en organisatie zorgBekostiging

NZa houdt 120 hoorzittingen voor vervoer

Naar aanleiding van de aanvragen van aanbieders van gehandicaptenzorg voor een hoger tarief voor het vervoer is de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) vanaf december al bezig om hoorzittingen te houden. Het gaat om 120 hoorzittingen voor alle aanbieders, waarvan het merendeel uit aanbieders van gehandicaptenzorg bestaat. Door dit grote aantal heeft de NZa zelfs extra juristen moeten inhuren. De NZa verwacht half januari klaar te zijn met de hoorzittingen. In februari gaat de NZa dan beslissen en kunnen de betrokken aanbieders hun tariefbeschikking verwachten.

In contact met de VGN heeft de NZa uitgesproken positief verrast te zijn door de mate van inhoudelijke motivatie en gedrevenheid waarvan aanbieders van gehandicaptenzorg tijdens de hoorzitting getuigden. De NZa heeft onder andere veel KDC's gezien en aanbieders met andere bijzondere groepen als rolstoelvervoer of met grote regio's.  Aanbieders hebben meestal zelf het woord gevoerd en zich niet vaak laten bijstaan door een advocaat. Dit mag overigens wel, maar het moet niet. In het bestuursrecht (de gehele rechtsgang) bestaat namelijk geen verplichte procesvertegenwoordiging door een advocaat.

De 25 miljoen (financieel knelpunt)
Aanbieders kunnen primair een hoger tarief (kostendekkend) hebben aangevraagd dan dat op basis van de beleidsregelwaarde, omdat deze voor wat betreft de maximumtarieven voor vervoer niet verbindend is. Dit vanwege strijd met de wet en de beginselen van behoorlijk bestuur. Daarbij kan subsidiair ook aan de NZa een hoger tarief zijn gevraagd vanwege bijzondere omstandigheden van hun instelling.

Op grond van artikel 4:84 Awb kan de NZa gebruikmaken van zijn inherente afwijkingsbevoegdheid en een hoger tarief toekennen vanwege die bijzondere omstandigheden. Daarbij is de NZa formeel niet gebonden aan de € 25 miljoen, wat betekent dat het ook een hoger bedrag zou kunnen zijn. Aanbieders moeten er echter rekening mee houden dat dit een subsidiair argument is en dat de lat bij het beroep op de 4:84 Awb redelijk hoog ligt. Het enkele feit dat de aanbieder niet uit komt met de kosten, zal waarschijnlijk niet voldoende zijn voor de NZa.

De NZa moet in mei 2013 aan VWS rapporteren over de toepassing van deze 4:84 Awb.   

Indien u vragen heeft over dit onderwerp kunt u hiervoor terecht bij mw mr T. (Tineke) Donga-Freling

tdonga@vgn.nl of 030-27 39 624.

 

Icon TwitterLinkedIn IconIcon FacebookIcon Mail