Blog

Column Boris van der Ham: ‘Vertel jij het maar’

VGN-voorzitter Boris van de Ham neemt ons mee naar de voedselbank waar hij een dag vrijwilligerswerk deed. Daar had hij een gesprek met een mevrouw die hem vertelde over haar schaamte en haar lege gevoel. ‘Een nieuw jurkje’ was haar antwoord op de vraag wat ze dan miste. Maar achter dit antwoord school eigenlijk een diepere wens.

portret Boris van der Ham

Gesprek met een mevrouw bij de voedselbank

Soms moet je ineens terugdenken aan een gesprek dat je ergens in het verleden hebt gevoerd. Bij alle discussies in de media over de nasleep van de Toeslagenaffaire moest ik ineens terugdenken aan een gesprek dat ik langgeleden voerde met een mevrouw bij de voedselbank. Ik liep daar een dag mee om vrijwilligerswerk te doen. Ik weet niet meer precies hoe en waarom we elkaar aanspraken, maar deze dame vertelde over haar schaamte om naar voedselbank te gaan. Ze was na een scheiding diep in de schulden geraakt en ook daar schaamde zich voor. Ze was blij met alle goede bedoelingen van anderen, en met de tweedehandskledingwinkels waar ze af en toe langsging, maar het gaf haar ook een leeg gevoel. Ik vroeg haar wat ze dan miste. Ze zei na een aarzeling: ‘Ik zou zo graag eens iets nieuws kunnen kopen. Een jurkje ofzo.’

De diepe wens om gelijkwaardig te zijn

Dan kun je denken, wat oppervlakkig of wat consumptief gedacht, maar in gesprek met deze vrouw werd me duidelijk dat het haar helemaal niet om de luxe van het kopen ging. Het ging haar niet om het hebben van dure spullen. Ze wilde een eenvoudig jurkje, maar wel iets wat helemaal van haar is. Als je die eenvoudige wens van de vrouw wat abstracter maakt, is het een diepe wens om gelijkwaardig te zijn. Om te kunnen doen zoals andere mensen doen. Om niet aan de zijkant te staan, en afhankelijk te zijn van liefdadigheid.

Mensen met een beperking moeten volop meepraten over de gehandicaptenzorg

Die diepe wens voor gelijkwaardigheid zien we ook in de gehandicaptenzorg. Of het nou de wens is voor werk, een woning of een relatie – iedereen wil meedoen en geen tweederangsburger zijn. Onderdeel van die gelijkwaardigheid moet ook zijn dat mensen met een beperking volop meepraten over de gehandicaptenzorg. Beleidsmakers, bestuurders en politici zijn geneigd om hoog over en abstract te praten over wat een ander nodig heeft. Maar juist de ervaringen van de mensen die zelf een beperking hebben, zijn hard nodig om beleid te kunnen maken dat beter aansluit bij hun belevingswereld. We moeten gebruik maken van hun kennis en ervaring, en zullen erachter komen dat wat op papier mooi klinkt in de praktijk anders wordt ervaren. 

Steeds vaker de neiging om zelf een stap achteruit te zetten

En ook de zichtbaarheid van mensen met een beperking moet de komende tijd fors worden vergroot. En daarbij zijn wijzelf aan zet. Als bestuurder of directeur heb je vaker de mogelijkheid om deuren te openen en een podium te krijgen. Ik heb in mijn werk als voorzitter van de VGN steeds vaker de neiging om weliswaar een deur te openen, maar om dan een stap achteruit te zetten en de mensen om wie het gaat, onze ervaringsdeskundigen, naar voren te schuiven. Waar loop je tegenaan? Wat gaat er goed? Wat zou je beter willen? Vertel jij het maar, want jij kan dat het beste.

Boris van der Ham is voorzitter van de VGN.

Deze  column is verschenen in de mei-editie van Markant, het tijdschrift van de VGN.