Vuurwerk

Wie van jaaroverzichten houdt, beleeft mooie dagen. Met de 10 beste boeken, films, of muziek. Ik ben zelf niet zo’n lijstenmaker, maar kijk er altijd met belangstelling naar. Herken ik iets? En wat heb ik gemist? Dat kan ik dan inhalen in de vakantieperiode.

Zou ik eigenlijk ook zo’n lijstje kunnen maken voor de gehandicaptenzorg? En wat zet ik dan voorop? De hoogtepunten, of de dieptepunten? Wat kenmerkt 2019?

  • De verkiezing van de eerste minister voor gehandicaptenzaken?
  • De krapte op de arbeidsmarkt?
  • De lang verwachte nieuwe CAO?
  • Het eerste rapport over het Kwaliteitskader Gehandicaptenzorg?
  • Het programma Volwaardig leven van de minister?

Of is als dieptepunt de jeugdhulp kenmerkend (waarna het eindelijk beter ging)? Of het rapport VN-verdrag Handicap, waaruit blijkt dat de positie van mensen met een beperking is verslechterd?

Je merkt wel, ik vind het nog best lastig.

Het verhaal van Boris

Wat me dit jaar echt heeft geraakt is het ‘verhaal van Boris’: een artikel in de Volkskrant waarin vader Laurens verslag doet van zijn zoektocht naar een huis voor zijn meervoudig gehandicapte zoon. Het is een prachtig verwoord maar intens verdrietig verhaal. We kunnen eruit leren dat we ons elke dag weer goed moeten ‘verstaan’ met de ouders, om te zorgen dat zij zich echt gehoord voelen en gezien worden. Het is een must read voor iedereen in de gehandicaptenzorg.

De gehandicaptenzorg in 2030

Het verhaal raakte me zo, ook omdat we als VGN werken aan een visie voor de toekomst van de gehandicaptenzorg. Als we mogen dromen over de gehandicaptenzorg 2030, wat stellen we ons daarbij voor? Hoe ziet de zorg er dan uit? Het verhaal van Boris hanteer ik als toetssteen. Het vormt de realiteitscheck voor alles wat we bedenken: alleen samen met ouders kunnen we een gehandicaptenzorg realiseren waarvan we nu nog dromen.

Het goede doen, ongeacht de regels

Die toekomst ligt voor het grijpen, als we maar durven. Vooruitkijkend naar volgend jaar wens ik ons vooral veel moed toe. De moed om het goede te doen. Om te doen wat nodig is, ongeacht wetten,  regels en schotten. Persoonlijk spreekt het thema moed me ook aan. Dan bedoel ik moed als evenwicht tussen angst en overmoed, zoals de filosoof Aristoteles schreef. In verschillende situaties probeer ik na te gaan, wat moed voor mij betekent. Maar ook voor de gehandicaptenzorg als geheel?

Minder kijken naar Den Haag

Willen we onze dromen over de gehandicaptenzorg in 2030 waarmaken, dan vraagt dat van ons dat we moedig handelen. Niet dat we vechtend grote gevaren te lijf moeten gaan. Nee, het vraagt dat we de moed hebben om in de praktijk te handelen vanuit onze dromen en waarden. Doen wat goed is, doen wat nodig is. Minder kijken naar Den Haag, instituties, wet- en regelgeving, financiers. Op een zelfbewuste manier doen wat ons te doen staat.

Wat doen we met de Wet zorg en dwang?

Wat dat betreft sluiten we 2019 al op een hoopgevende manier af. Rond de Wet zorg en dwang hebben we laten weten hoe wij vinden dat het doel van de wet het beste gehaald kan worden. We vertellen wat we wel en wat we niet gaan doen. Zodat niet alle tijd die we willen besteden aan ondersteuning verloren gaat aan administratie.

Dit smaakt naar meer.

Moed is niet een eigenschap van één individu, een held waar anderen tegenop kijken. Moedig zijn, is iets wat we samen kunnen doen. En in die zin wens ik de gehandicaptenzorg een heel moedig 2020 toe.

Frank Bluiminck

Deze pagina is een onderdeel van: