Brief van Theo van Uum aan Sterk, Engwirda en Janssen
Geachte minister van Langdurige Zorg, geachte bestuursvoorzitter van de Nederlandse Zorgautoriteit en geachte bestuursvoorzitter van Zorginstituut Nederland,
Beste Mirjam Sterk, Geranne Engwirda en Mark Janssen,
Deze zomer liep ik met mijn kleinzoon terug naar huis uit het park. We hadden samen tegen een ronde bal geschopt en hollend met een eivormige bal tikkertje gespeeld, een eigen variant op American Football. Het was zo’n middag waarop de wereld even simpel lijkt.
Tot vlak boven de stoep een vlinder krachteloos heen en weer fladderde, alsof hij twijfelde of hij nog een laatste poging moest wagen. Hij landde voor onze voeten, naast een platgetrapte kers die in de zon glom. ‘Wat mooi. Zal ik hem aaien?’, vroeg mijn kleinzoon met de ontwapenende ernst die alleen vierjarigen bezitten. ‘Nee, een vlinder is geen poes’, zei ik. ‘Laat hem wat eten van de kers en opladen in de zon. Dan vliegt-ie straks weer vrolijk verder.’ En inderdaad: even later koos hij opnieuw voor de lucht.
Deze zomer was het ook veertig jaar geleden dat het kabinet-Lubbers II de Commissie Structuur en Financiering Gezondheidszorg instelde. De commissie-Dekker, geleid door een oud-topman van Philips, kreeg de uitdagende opdracht om binnen een half jaar (!) te adviseren over het beteugelen van het zorgvolume én over een stelselherziening. Zeven maanden later lag het advies er. Het luidde een tijdperk in: gereguleerde marktwerking, een project waar vervolgens twintig jaar (!) aan is gesleuteld en dat uiteindelijk uitmondde in de Zorgverzekeringswet van 2006.
En nu, opnieuw, staat er wellicht iets groots te gebeuren. Het ministerie van VWS werkt aan de Staatscommissie Zorg. Die moet adviseren over de aanpassingen die nodig zijn om publieke waarden als solidariteit, toegankelijkheid, kwaliteit en betaalbaarheid overeind te houden in een tijd waarin de zorg kraakt, schuurt en soms simpelweg vastloopt.
Maar gaat deze Staatscommissie opnieuw zo’n kantelpunt markeren? Durft zij te zeggen dat de gereguleerde marktwerking jarenlang redelijk heeft gewerkt, maar dat we nu in een tijd leven waarin structurele arbeidsmarktkrapte en de noodzaak tot samenwerking zwaarder wegen dan concurrentie? Durft zij te erkennen dat het stelsel een andere logica nodig heeft dan de logica van de vorige eeuw?
Ik ben heel benieuwd. En ik hoop vurig dat er in die commissie ten minste één plek wordt ingeruimd voor iemand met oog voor de gehandicaptenzorg en voor mensen met een beperking. Want die zijn niet vanzelfsprekend zichtbaar. Wisten jullie bijvoorbeeld dat in de laatste twaalf nummers van het Zorginstituut Magazine (drie jaar aan uitgaven) welgeteld één artikel specifiek ging over mensen met een beperking? Zodra het gesprek over langdurige zorg begint, schuift het discours bijna automatisch richting ouderenzorg. Wat mij echt stoort: oplossingen voor de ouderenzorg die gedachteloos worden gekopieerd naar de gehandicaptenzorg. Alsof het dezelfde wereld is. Alsof dezelfde knoppen werken. Alsof dezelfde mensen worden bediend.
Maar de gehandicaptenzorg is wezenlijk anders. Ze is langdurig, levenslang. Bewoners verblijven gemiddeld 29 jaar bij een zorgorganisatie. Dat maakt de sector minder wendbaar in tijden van transitie. Cliënten zijn sociaal en financieel vaak kwetsbaarder dan in de ouderenzorg. Mensen met een beperking hebben meestal een klein netwerk en leven van een minimuminkomen. Kwetsbare ouderen hebben doorgaans een leven lang deel uitgemaakt van de samenleving, een netwerk opgebouwd, een aanvullend pensioen en vaak een eigen woning. En dan nog dit: de gehandicaptenzorg werkt al jaren met scheiden wonen-zorg via pgb’s, vaak in de vorm van ouderinitiatieven. Verwanten en mantelzorgers dragen decennialang zorg voor hun zoon of dochter. In de ouderenzorg gaat het om kortere, minder intensieve ondersteuning.
Zoals gezegd: de gehandicaptenzorg is wezenlijk anders dan de ouderenzorg. Ik hoop dat de Staatscommissie dat straks helder onderkent in het advies. En ik hoop vooral dat jullie dat nu al doen bij jullie werkzaamheden, in jullie belangrijke rol als stelselpartij. Dus: nooit meer de ouderenzorg en de gehandicaptenzorg over één kam scheren!
Want met een eivormige bal kun je niet voetballen. En een vlinder is geen poes. Zelfs een kind van vier snapt dat.