Nieuws

VGN tevreden met voorstellen SER-commissie voor betaalbare zorg

Een commissie van de SER heeft een ontwerpadvies voorbereid met voorstellen voor een toekomstbestendige zorg. Deze moeten de betaalbaarheid, toegankelijkheid en kwaliteit van de zorg ook in de toekomst borgen. "Als VGN zijn we heel tevreden met dit advies", reageert VGN-directeur Hans Schirmbeck. "Wat de SER voorstelt sluit naadloos aan op onze wens om een kern-AWBZ in stand te houden voor mensen met een beperking. We kunnen vaststellen dat ons pleidooi van de afgelopen maanden op het hoogste niveau weerklank heeft gevonden."

"Beter hadden we ons niet kunnen wensen", vervolgt Schirmbeck. "Dit in combinatie met de Agenda voor de zorg die vandaag is gepresenteerd, leidt ertoe dat de kern-AWBZ hoog op de politieke agenda staat.  Je weet natuurlijk nooit hoe het loopt, maar je zou haast zeggen dat de informateurs er niet om heen kunnen. Ik heb er dan ook goede hoop op dat de kern-AWBZ wordt opgenomen in het regeerakkoord. En dat is precies wat we wilden."

Baten van zorg
De SER commissie benadrukt dat de Nederlandse gezondheidszorg veel oplevert. Mensen profiteren van de gezondheidszorg: zij leven langer en brengen hun leven in betere gezondheid door. Daardoor kunnen zij beter participeren in de maatschappij, neemt hun verdiencapaciteit toe en kunnen zij langer en met een hogere productiviteit aan het arbeidsproces blijven deelnemen. Maatschappelijke baten hiervan zijn een hogere economische groei, meer belastingopbrengsten en een lager aantal uitkeringen.

Noodzaak genuanceerde benadering marktwerking
Het begrip marktwerking leidt tot misverstanden, omdat verschillende aspecten van het huidige stelsel door elkaar worden gehaald. Het maskeert dat de overheid en private partijen een belangrijke rol in de zorg vervullen, zoals dat ook in het verleden het geval was. Meer ondernemerschap in de zorg gericht op het leveren van kwaliteit en gepaste zorg is wenselijk. Het gaat erom de positieve kanten van concurrentie, zoals een grotere doelmatigheid en meer innovatie, te bevorderen en tegelijkertijd de negatieve aspecten (productieprikkel) om te buigen. De SER-commissie gaat ervan uit dat alle belanghebbenden (professionals (managers en werkenden in de zorg) én patiënten/cliënten) de verantwoordelijkheid op zich nemen voor een financieel beheersbare en inhoudelijk gepaste zorg. Het is van groot belang dat bestuurders zich bewust zijn van hun voorbeeldfunctie. De manier waarop gemeenten de aanbestedingsprocedures in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) uitvoeren heeft negatieve gevolgen gehad voor de arbeidsvoorwaarden en werkzekerheid van het betrokken personeel.

Ander zorgperspectief: meer eigen regie en andere organisatie
Niet alle geleverde zorg is gepaste zorg: niet iedereen krijgt de zorg die men nodig heeft. De praktijkvariatie is nog onnodig groot: de ene zorgaanbieder geeft meer behandelingen dan de andere voor dezelfde aandoening. Dit ongepaste gebruik moet verminderen door een ander zorgperspectief en een andere organisatie van de zorg. De nadruk moet niet liggen op het leveren van zoveel mogelijk zorg, maar op de gevolgen van zorg voor de kwaliteit van leven, de sociale omgeving en maatschappelijke participatie. Patiënten moeten zoveel mogelijk zelf de regie nemen, waarbij meer zorg in de eigen omgeving wordt geregeld. Hierbij past een versterking van de eerste lijn en het streven naar integrale zorg. Ook preventie moet meer aandacht krijgen. Sociale partners dienen goede en gezonde werkomstandigheden te bevorderen.

Langdurige zorg: noodzaak herziening verantwoordelijkheden
Volgens de SER-commissie moet de AWBZ zich beperken tot de kosten van zorg. Het verdient de voorkeur dat mensen de kosten van wonen, verblijf, welzijn en voeding zoveel mogelijk zelf dragen, ook indien zij in een instelling wonen. Dan kunnen zij kiezen voor voorzieningen die het beste bij de eigen voorkeuren passen. Ook bevordert dit innovaties op het raakvlak van wonen, zorg, welzijn en participatie.

Ook in de toekomst zullen er echter groepen zijn met een zeer zware zorgvraag die nauw verweven is met de woonsituatie en het beroep op welzijnsvoorzieningen. Voor deze groepen draagt een scheiding van de financiële verantwoordelijkheden voor enerzijds zorg en anderzijds wonen en welzijn niet bij aan de kwaliteit van de dienstverlening en heeft dan ook geen feitelijke meerwaarde. De SER geeft aan dat dit oa. voor de cliënten met intensieve zorgbehoefte in instellingen voor gehandicaptenzorg geldt.

Binnen de gehandicaptenzorg maakt de SER onderscheid in de groep cliënten met een zware zorgbehoefte, die vaak een levenlang zijn aangewezen op zorg in een instelling en de groep cliënten met een lichtere zorgbehoefte. Voor beide groepen geldt dat een collectieve verantwoordelijkheid nodig is. De cliënten met de zwaardere zorgbehoefte kunnen niet zelfstandig functioneren en niet of slechts in geringe mate zelf de regie voeren. Deze doelgroep heeft levensbreed en levenslang zorg en ondersteuning nodig en moet daarvan verzekerd zijn.

De mensen met een lichtere zorgbehoefte kunnen met langdurige (professionele) ondersteuning vaak wel deelnemen aan de samenleving en voor hen kan de ondersteuning dichter bij huis georganiseerd worden. Ook voor deze groep geldt echter ook dat zij grotendeels niet in staat zijn zelf een inkomen te verwerven en zelf de financiële verantwoordelijkheid voor langdurige ondersteuning te dragen. Ook voor hen is collectieve verantwoordelijkheid nodig.

Onderscheid tussen lichte en zware zorg
In de ouderenzorg is het nodig onderscheid te maken tussen lichte en zware zorg. Een lichte zorgvraag gaat over het algemeen gepaard met lagere kosten en het behoud van eigen regie. Dit biedt mogelijkheden om bijvoorbeeld lichte vormen van persoonlijke verzorging of lichte vormen van begeleiding door mensen zelf te laten financieren. Verpleging, behandeling en zwaardere vormen van persoonlijke verzorging en begeleiding blijven collectief gefinancierd. De overheid moet de grens tussen lichte en zware zorg bepalen, waarbij er een goede balans moet zijn tussen het waarborgen van individuele betaalbaarheid en het voorkomen van afwenteling op een collectief gefinancierde regeling.

Er moeten meer prikkels komen om kwalitatief goede en doelmatige ouderenzorg in te kopen. Het is nodig de zwaardere vormen van begeleiding nauwer af te stemmen op de sociale omgeving van mensen. Uitvoering op lokaal niveau ligt voor de hand, maar de Wmo in huidige vorm is hiervoor niet geschikt, zolang de verschillen tussen gemeenten groot zijn, en de belangen van zorgpersoneel onvoldoende in acht worden genomen. Andere delen van de ouderenzorg, zoals de functies persoonlijke verzorging, verpleging en behandeling, hebben grote raakvlakken met de curatieve zorg. Inkoop door de zorgverzekeraar voor zijn eigen verzekerden biedt kans op een meer doelmatige uitvoering en op een meer geïntegreerd zorgaanbod met één aanspreekpunt. In het vervolgadvies zal de SER deze optie, inclusief de optie van overheveling naar de Zorgverzekeringswet, nader verkennen.

Curatieve zorg: noodzaak tot verbeteringen
Het ontwerpadvies bevat voorstellen voor verbeteringen in de curatieve zorg. Daarmee wil de SER-commissie prikkels en instrumenten versterken of introduceren die vooral de gezondheidswinst en de kwaliteit van leven bevorderen en de eigen regie en verantwoordelijkheid voor de patiënt vergroten.

Andere bekostigingsstructuur
Het is nodig de huidige bekostigingsstructuur zoveel mogelijk te vervangen door een bekostiging op basis van de uitkomst van behandelingen, overigens zonder dat productiviteitsprikkels helemaal verdwijnen. Dat is geen eenvoudige opgave, want informatie over kwaliteit, medische standaarden en bewezen effectieve behandelingen is niet altijd voorhanden. Cruciaal is daarom dat betrokken partijen verder gaan met het verbeteren en toepassen van richtlijnen en zorgstandaarden, het ontwikkelen en meten van kwaliteitscriteria en het transparant maken van kwaliteitsinformatie.

Kostenbewustzijn patiënten vergroten
De zorgverzekeraars moeten sterker dan tot nu toe inzetten op selectieve zorginkoop op basis van kwaliteit en kosten. Zij moeten hun verzekerden prikkelen naar die gecontracteerde zorgverleners te gaan die er het beste in slagen om gepaste zorg te leveren. Dat kan bijvoorbeeld door de kosten van gepaste zorg door gecontracteerde zorgverleners deels buiten het eigen risico te laten vallen of door zorg van niet-gecontracteerde zorgverleners slechts gedeeltelijk te vergoeden.
Om de kosten van zorg te beheersen en ongepast gebruik te voorkomen zijn het verhogen van het kostenbewustzijn van patiënten en een effectieve vormgeving van eigen betalingen (eigen risico en eigen bijdragen) van belang. Vergroting van het kostenbewustzijn in combinatie met effectieve eigen betalingen moeten een onnodig beroep op de zorg voorkomen. Eigen betalingen moeten de toegankelijkheid van de zorg evenwel niet in de weg staan. Het remmend effect ervan kan op gespannen voet komen te staan met de toegankelijkheid van zorg voor mensen met een laag besteedbaar inkomen.

Aandacht voor wanbetalers
De SER commissie vraagt er de aandacht voor dat relatief veel mensen (in het bijzonder mensen met een lager inkomen én een hoog ziekterisico) in gebreke blijven bij het betalen van de nominale premie in combinatie met het dragen van een eigen risico. Een praktische oplossing hiervoor is het bij voorbaat verrekenen van de nominale premie en de zorgtoeslag.

Reactie op adviesaanvraag
Dit ontwerpadvies is een tussentijdse reactie op de vraag van juli 2011 van minister Schippers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aan de SER om in het voorjaar van 2013 advies uit te brengen over de toekomstbestendigheid van de gezondheidszorg. De Commissie Sociale Zekerheid en Gezondheidszorg heeft, onder voorzitterschap van het kroonlid Jet Bussemaker, het ontwerpadvies opgesteld. Het wordt nu voorgelegd aan de achterbannen van de organisaties van ondernemers en van werknemers. Het streven is dat de SER het advies vaststelt in zijn vergadering van vrijdag 19 oktober a.s.

Het tussentijds of interimadvies is erop gericht dat de informateurs dit kunnen gebruiken bij het opstellen van een regeerakkoord. Voorjaar 2013 komt de SER met een uitgebreider vervolgadvies.

Deze pagina is een onderdeel van: