Nieuws

Aanbieder geen gelijk over Wmo tarief en overgangsrecht

Op 14 oktober 2014 heeft de Rechtbank Gelderland in kort geding uitspraak gedaan in een geschil tussen thuiszorginstelling Carinova en 8 gemeenten (o.a. Apeldoorn, Deventer) in de Wmo aanbesteding voor 2015. Bij het omlabelen-conversie van de NZa-prestatiescodes- kwamen de gemeenten tot een andere indeling in categoriën. Dit had onder andere tot gevolg dat zorg als 'licht' geclassificeerd werd met een daarbijbehorend laag tarief. Het is de vraag of met dit tarief wel de zorg geboden kon worden waarop cliënten met overgangsrecht aanspraak hebben. Carinova vindt van niet.  De rechter oordeelt anders. Hij geeft aan dat met het overgangsrecht niet gegarandeerd is dat cliënten exact dezelfde zorg krijgen. De classificatie hoeft niet anders en het door de gemeenten geboden tarief is toereikend. Verder eiste Carinova dat de boetesclausule bij foute factuurregels geschrapt wordt. De rechter staat die wel toe omdat hij deze op voorhand niet disproportioneel vindt.

Passende zorg en ruimte voor aanbieders

Volgens de rechter is het de bedoeling dat cliënten met een AWBZ indicatie gedurende 2015 recht hebben op  bepaalde op die indicatie toegesneden zorg, gedurende een bepaald aantal uren. Er is op grond van de parlementaire geschiedenis geen aanleiding dat die op exact dezelfde wijze geleverd moet worden. Aan de aanspraak kan worden voldaan door zorg te verlenen op een wijze die passend is. Aanbieders hebben hiermee de ruimte om dit in te vullen en kunnen zo voor een lager tarief zorg verlenen. Daarom mogen deze gemeenten aan die AWBZ indicatie ook de categorie 'licht' koppelen met het daarbij behorende tarief.

Redelijk tarief

Volgens de rechter kan de handelwijze van de gemeente ook de toets van artikel 2.6.6. Wmo2015 - goede verhouding tussen prijs en eisen aan kwaliteit - doorstaan. De rechter vindt dat niet kan worden angenomen dat hier geen redelijk tarief wordt geboden. Dit volgt uit het feit dat van alle aanbieders er 70 bereid en kennelijk in staat zijn om voor dit tarief te leveren.

De rechter haalt ook aan dat het de bedoeling van de Wmo2015 is om anders en goedkoper, maar wel passende zorg te gaan leveren. Die bedoeling zou doorkruist worden als aanbieders verplicht zouden zijn om feitelijk op exact dezelfde wijze als voor 1 janurai 2015 de geïndiceerde zorg aan deze cliënten te blijven leveren.

Boeteclausule gehandhaafd 

De rechter vindt de prikkel van een boete van €30 per factuurregel billijk, omdat het om declaraties met heel veel factuurregels gaat met een betrekkelijk geringe waarde. Het verifiëren zou de gemeenten anders veel tijd en moeite kosten. De gemeenten hebben belang bij zorgvuldig declareren. Als later blijkt dat die boetes in een wanverhouding staan tot de ernst van de gemaakte fouten, dan kunnen aanbieders bij de rechter om matiging vragen.

Vervolg?

Of deze juridische procedure een vervolg krijgt weten we nog niet. We houden u op de hoogte via onze ledensite.

 

 

 

Deze pagina is een onderdeel van: