Nieuws

Belastingdienst: Opname PBL voorafgaand aan pensioen toch mogelijk zonder eindheffing

De Belastingdienst heeft een nieuw standpunt ingenomen over de fiscale behandeling van verlofopname voorafgaand aan het pensioen. Voor u als werkgever betekent dit dat u kunt toestaan dat een medewerker zijn PBL en eventueel ander verlof volledig opneemt voorafgaand aan zijn pensioen. Er zit echter wel een maximum aan de verlofopname. Dit nieuwe standpunt betekent dat er een andere betekenis kan worden gegeven aan artikel 8A:2 lid 8 CAO Gehandicaptenzorg (in de CAO Gehandicaptenzorg 2014-2015 is dit artikel 8A:2 lid 9). Het gewijzigde standpunt is een resultaat van intensieve overleggen van de VGN, NVZ en GGZ Nederland met de Belastingdienst.

Op grond van de CAO Gehandicaptenzorg heeft iedere werknemer recht op PBL-uren. De werknemer bepaalt zelf wat hij doet met deze PBL-uren. Zo kan hij onder andere PBL-uren opsparen om een (langere) periode met verlof te gaan.

Oude standpunt
Indien de werknemer de PBL-uren echter opspaart om deze voorafgaand aan het pensioen op te nemen, werd dit tot op heden door de Belastingdienst gezien als een Regeling voor Vervroegd Uittreden (afgekort: RVU). De waarde van een dergelijke RVU wordt belast met een eindheffing ten laste van de werkgever van 52%. De reden van deze eindheffing is het voorkomen van regelingen waardoor werknemers in staat worden gesteld vervroegd te stoppen met werken.

Om te voorkomen dat de besteding van PBL als een RVU wordt aangemerkt en daarmee ook wordt voorkomen dat de werkgever belast wordt met een eindheffing, is in de CAO Gehandicaptenzorg artikel 8A:2 lid 8 opgenomen. Dit artikel luidt als volgt: Het opgebouwd PBL-verlof kan niet volledig worden opgenomen voorafgaand aan de pensioengerechtigde leeftijd. Om de fiscale gevolgen van een vervroegde uittredingsregeling te voorkomen, mag de jaarlijkse arbeidsduur in het voorafgaande kalenderjaar met ten hoogste 50% worden verminderd. Deze voorwaarde geldt niet voor de werknemer die wegens zwaarwegend bedrijfsbelang geen gebruik heeft kunnen maken van de opname van PBL-uren in de loop van het dienstverband.

Nieuw standpunt
Na afstemming binnen de Belastingdienst en met het ministerie van Financiën is besloten een verlofstuwmeer op gelijke wijze te behandelen als een regeling voor levensloopverlof. Onder een verlofstuwmeer wordt verstaan alle opgespaarde PBL-uren evenals eventuele andere gespaarde uren, zoals opgespaarde vakantie-uren.
 
Een verlofstuwmeer wordt niet als een RVU aangemerkt als aan de volgende drie voorwaarden is voldaan:

  • de aanspraken op verlof bedragen niet meer dan de arbeidsduur per week gerekend over een periode van 50 weken;
  • de verlofaanspraken worden niet op een zodanig moment toegezegd dat opname alleen nog mogelijk is voorafgaand aan het pensioen;
  • aan het toekennen van de (extra) verlofaanspraken wordt niet de voorwaarde verbonden dat de werknemer het verlof voorafgaand aan het pensioen moet opnemen.

Wat betekent dit nieuwe standpunt voor de opname van PBL voorafgaand aan pensioen?
Werknemers kunnen alle vormen van verlof of extra uren opsparen tot maximaal 50 keer de arbeidsduur per week. Bij een voltijds dienstbetrekking betekent dit een maximum van 250 dagen verlof. De werknemer kan dit verlof vrij aanwenden en kan desgewenst besluiten het verlof op te nemen voorafgaand aan pensioen. Het verlofstuwmeer wordt daardoor geen RVU en er wordt geen eindheffing van 52% opgelegd.

Het huidige artikel 8A:2 lid 8 CAO Gehandicaptenzorg (in de CAO Gehandicaptenzorg 2014-2015 is dit artikel 8A:2 lid 9) is opgenomen om de eindheffing van de werkgever te voorkomen. Nu dit nadeel niet meer aan de orde is, kunt u toestaan dat de werknemer zijn PBL en eventueel ander verlof volledig op kan nemen voorafgaand aan het pensioen, met een maximum van 50 keer de arbeidsduur. Hieraan voorafgaand kan eventueel nog levensloopverlof (maximaal 210% van het jaarsalaris) worden opgenomen. Dit wordt dan niet gezien als een RVU.

Meer informatie
In de bijlage leest u de schriftelijke bevestiging van de Belastingdienst over het gewijzigde standpunt. De toelichting van de belastingdienst verlofstuwmeren en regelingen voor vervroegde uittreding leest u ook in deze bijlage.

Deze pagina is een onderdeel van: