Nieuws

Gerechtshof bevestigt: gemeenten moeten reële tarieven betalen in de Wmo

Gemeenten moeten bij het inkopen van zorg binnen de Wmo reële tarieven bieden, gebaseerd op de van toepassing zijnde cao en de loonstijgingen die daarin zijn afgesproken. Dat is de kern van de uitspraak in het hoger beroep van een zaak die Thuiszorg Gooi en Vechtstreek Services (TGVS) en ActiZ hadden aangespannen tegen acht Gooische gemeenten, omdat zij te lage tarieven hanteerden voor de huishoudelijke hulp die TGVS leverde. Deze uitspraak is van belang voor alle zorgaanbieders -dus ook voor de gehandicaptenzorg- die op basis van een aanbestedingsprocedure of Open House-constructie tarieven overeenkomen met gemeenten voor het leveren van ondersteuning op grond van de Wmo 2015.

 

De verplichting reële tarieven te hanteren is vastgelegd in de Algemene Maatregel van Bestuur Reële Prijs Wmo 2015. In dit hoger beroep oordeelde de rechter dat de gemeenten zich niet hielden aan de AMvB. Belangrijke onderdelen van de uitspraak zijn:

  • Prijzen moeten niet worden aangepast aan de gemiddelde loonstijgingen (bijvoorbeeld door toepassing van CBS-index), maar aan de loonstijgingen volgens de toepasselijke cao, aangezien aanbieders aan die cao zijn gebonden. Bovendien moet rekening worden gehouden met de eisen die de gemeenten in het verleden ten aanzien van het personeel hebben gesteld.
     
  • Op voorhand maximeren van de jaarlijkse indexatie is in strijd met de AMvB.
     
  • Dat een reële prijs moet worden bepaald, geldt niet alleen bij aanvang van de overeenkomst maar ook bij de verlenging daarvan; dat is een nieuw ijkmoment om te bezien of de prijzen reëel zijn.
     

Dit geldt in de ogen van het Gerechtshof voor zowel opdrachten die in het kader van een aanbesteding worden gegund, als voor opdrachten waarbij een Open House-procedure is gevolgd. De uitspraak biedt zorgaanbieders een stevig handvat voor tariefbesprekingen met gemeenten.

Deze pagina is een onderdeel van: