Nieuws

NZa-onderzoek tekorten VG7 biedt handvatten voor gesprek over tegemoetkoming aanbieders met grootste knelpunten

In de afgelopen maanden zijn twee onderzoeken over VG7 door HHM uitgevoerd. Het onderzoek van VWS richtte zich op een concrete en objectieve probleemanalyse van de knelpunten rond VG7. Dit moet leiden tot aanknopingspunten voor structurele oplossingen. Het onderzoek van de NZa was een verkennende analyse VG7 die erop gericht was om te komen tot een tijdelijke oplossing voor de grootste knelpunten in de bekostiging voor deze groep. Dit laatste onderzoek is nu gepubliceerd en biedt handvatten om met VWS, NZa en ZN te spreken over een tijdelijke tegemoetkoming van aanbieders met grootste financiële VG7-knelpunten.

meerzorg

VGN en zorgkantoren hadden zwaar ingezet op beide onderzoeken omdat de bestaande bekostiging voor het zorgprofiel VG7 al enkele jaren niet toereikend is om de benodigde zorg te kunnen leveren. Dat het huidige tarief ontoereikend is, zien we bijvoorbeeld terug in het groeiende gebruik van meerzorg als aanvullende bekostiging. 

Structurele oplossing

Het HHM-onderzoek in opdracht van VWS wordt naar verwachting binnen 2 weken gepubliceerd. Partijen spreken elkaar over structurele verbeteringen. Echter, er is nog geen zicht op concrete aanpassingen en de planning daarbij. Daarom heeft de VGN aangedrongen op een tussentijdse tijdelijke tegemoetkoming voor aanbieders die de grootste financiële knelpunten kennen.

Tijdelijke tegemoetkoming

In het rapport van HHM in opdracht van de NZa is een aantal onderzoeksvragen gesteld, waaronder:

  1.  Een beeld krijgen van het aantal VG7-cliënten waarvoor moet worden aangenomen dat het huidige tarief structureel tekortschiet, wat de belangrijkste redenen zijn voor de onderliggende stijging van de zorgvraag en wat de kenmerken zijn van deze doelgroep.
  2.  Inzicht krijgen in hoe groot het ‘tariefverschil’ is voor deze groep tussen wat benodigd is en wat beschikbaar is (‘maximumtarief’).
  3. Een inschatting geven van hoeveel aanbieders het tekort niet of onvoldoende kunnen ondervangen, wat de kenmerken zijn van deze aanbieders (bijvoorbeeld qua omvang of profiel van zorglevering), en wat de financiële impact van genoemde problematiek is op het exploitatieresultaat.

De conclusies zijn onder andere dat:

  • Het onderzoek bevestigt het beeld dat voor veel VG7-cliënten het tarief structureel niet passend is. Dit speelt bij circa 29% van alle cliënten met VG7.
  • Uit de data-analyse komen twee kenmerken van aanbieders naar voren die enigszins correleren (geen causaal verband) met het ervaren van onvoldoende middelen vanuit het VG7-tarief: — het in zorg hebben van VG7-cliënten met meerzorg, — en het zorg verlenen aan een substantieel aantal (> 50) VG7-cliënten.
  • Partijen willen het liefst zo spoedig mogelijk een structurele oplossing en zien een tijdelijke oplossing in het aanpassen van het kortingspercentage op het maximum tarief voor VG7 en voor meerzorg VG7.
  • HHM biedt het beeld van een generieke tijdelijke oplossing gekoppeld aan het tarief voor alle VG7-cliënten. Omdat zij niet konden komen tot sterke criteria die een selectie van de VG7-clienten en/of -aanbieders rechtvaardigen. Een van de kenmerken waarmee enige correlatie gevonden was (de grens van > 50 VG7-clienten) is daarvoor onvoldoende sterk.  

Bij de bespreking van deze uitkomsten hebben VWS, NZa, ZN en VGN geconstateerd dat het generiek verlagen van het kortingspercentage bij inkoop voor alle VG7-cliënten onvoldoende bijdraagt aan het oplossen van de knelpunten waar dit het meest nodig is. De knelpunten zijn immers niet voor alle cliënten even groot. Alle partijen onderschrijven het doel dat juist de aanbieders die de grootste financiële knelpunten kennen, daarvoor tijdelijke tegemoet gekomen zouden moeten worden. Daarom hebben partijen opnieuw onderzocht welk criterium daarvoor gehanteerd kan worden. Daarbij wordt met name gekeken naar de relatie met meerzorg. Hier is een voorstel uitgekomen dat ZN momenteel bekijkt op juridische houdbaarheid. We zijn in afwachting van de uitkomst hiervan. Op 2 december is vervolgoverleg gepland waar het besluit voorligt of en zo ja, welke tijdelijke tegemoetkoming wordt gehanteerd. Beoogd is dat die per 1 januari 2022 ingaat.

Deze pagina is een onderdeel van: