Nieuws

‘Wat mij betreft vieren we volgend jaar uitgebreid 76 jaar vrijheid’

Door Nik van Hoogstraten en Johan van Ruijven

Voor Conny Kooijman zou 2020 een belangrijk jaar worden. Een jaar dat in het teken zou staan van 75 jaar vrijheid. Waardoor haar missie – een passende herdenking van vergeten slachtoffers uit de Tweede Wereldoorlog – extra tot z’n recht zou komen. Het coronavirus blokkeerde dat. Waardoor Conny op 4 mei opnieuw alleen stond bij één van de vele Nederlandse monumenten die ze inmiddels heeft opgespoord.

Opnieuw, want in 2018 stond ze in Den Dolder ook solo te herdenken. Toen liet ze een aangrijpend briefje achter, waarmee ze de landelijke media haalde. Het gevolg: vorig jaar stonden op vele plekken grotere gezelschappen stil bij het lot van de psychiatrisch patiënten en gehandicapten die door verwaarlozing in Nederlandse instellingen in de oorlog om het leven zijn gekomen. Conny, die zelf leeft met een licht verstandelijke beperking, wil deze vergeten slachtoffers volgend jaar weer netjes herdenken én stilstaan bij het heden. ‘Laten we in 2021 alsnog uitgebreid 76 jaar vrijheid gaan vieren.’

Untermenschen

We spreken af bij het monument waarop het beroemde briefje prijkte. Daar vertelt ze wat haar drijft. ‘Ik was al erg geïnteresseerd in de geschiedenis van de gehandicaptenzorg en ik bezocht allerlei plekken waar die geschiedenis bewaard is gebleven. Toen ik me in de Tweede Wereldoorlog verdiepte las ik dat er heel lang veel is verzwegen. Er waren veel verschillende instellingen in het land en er werd besloten om de bewoners van een aantal gebouwen aan de kust te ontruimen, voor de bouw van de ‘Atlantikwall’. Ze werden verspreid over het land ondergebracht, onder andere in Den Dolder. De Duitsers vonden gehandicapten Untermenschen, die nutteloos waren en alleen maar geld kostten. Na jarenlange verwaarlozing werden ze ook nog eens onderworpen aan medische experimenten en daarna vergast.'  

Stempel

Op 11 september werd ze 67 jaar. Ze is dus acht jaar na de oorlog geboren. ‘Klopt, maar mijn vriendin is tien jaar ouder en zij heeft veel spanning overgehouden aan die tijd. Wat dat betreft ben ik blij dat ik niet twintig jaar eerder ben geboren. Dan had ik een stempel op m’n voorhoofd gehad: zwakzinnig, naar een inrichting en zo min mogelijk de maatschappij lastig laten vallen. Ik heb in mijn leven juist veel hulp gehad.’

Berlijn

Ze heeft zich inmiddels uitgebreid gedocumenteerd over het thema. In een tas draagt ze tal van publicaties mee. Artikelen die ze van het internet plukte, boeken en lezingen, die ze zelf in het land verzorgt. Nu wil ze naar Berlijn en naar Beieren. Want ook in Duitsland worden mensen met een beperking die de oorlog niet overleefden jaarlijks herdacht. ‘Veel mensen weten niet dat op tien minuten lopen van het Holocaust monument een gedenkplaats is te vinden voor mensen met een beperking. Die wil ik heel graag bezoeken. En ik wil er meer van weten.’

De werkelijkheid over deze groep, mag nooit meer worden vergeten.

Niet vergeten

Er is nog steeds heel veel te leren van het verleden, daar is Conny van overtuigd. ‘Er is veel meer gebeurd dan we dachten te weten. Twee jaar geleden, tijdens een symposium van de Stichting Vergeten Slachtoffers is een vervolgonderzoek van het NIOD gestart. Ik volg dat met grote belangstelling. De werkelijkheid over deze groep, mag nooit meer worden vergeten. Laten we jaarlijks ook op een aantal plekken deze vergeten slachtoffers blijven herdenken. Niet op de Dam. Dat is te massaal, daar sneeuw je onder. Ik heb inmiddels alle plekken waar je deze bijzondere groep zou kunnen herdenken in kaart gebracht.’

Zonder afstand

En toen brak, precies in het jaar dat 75 jaar vrijheid wordt gevierd, corona uit… Veel activiteiten – tentoonstellingen, herdenkingen, publicaties – zijn niet doorgegaan. Conny laat zich niet uit het veld slaan. ‘Laten we gewoon volgend voorjaar 76 jaar Vrijheid vieren. Waarom niet? Als we over een half jaar van dat coronavirus af zijn, kunnen we weer. Vrijheid vier je niet door afstand te houden. Afstand hoort niet bij vrijheid.’

Ze blijkt nóg een wens te hebben voor 2021. Uit haar tas komt een vertaling van het boek Mist in August van de Duitse auteur Robert Domes. Een hartverscheurend verhaal over het euthanasieprogramma van Nazi Duitsland. ‘Vorig jaar zat ik tijdens een vakantie op m’n hotelkamer te zappen. Een Duitse omroep zond een verfilming van dit boek uit. Ik kon het moeilijk volgen. Maar toen ik later het boek had gevonden en gelezen dacht ik dat het heel goed zou zijn als de film volgend voorjaar ondertiteld op de Nederlandse televisie wordt uitgezonden of in de bioscoop te zien zal zijn. Dit verhaal verdient een groot publiek. Je snapt niet wat mensen elkaar destijds hebben aangedaan.’

Johan van Ruijven en Conny Kooiman bij de monument in Den Dolder
Fotobijschrift
Johan van Ruijven en Conny Kooiman bij de monument in Den Dolder

Over haar jonge jaren…

‘Mijn gedrevenheid heb ik van m’n grootvader. Hij kwam in zijn werk voor de kerk altijd op voor de armen. In mijn DNA zit net als bij hem de drang om voor mezelf op te komen. Ik merkte al op school dat verstandelijk beperkte mensen lieve mensen waren. Het werd bij mij een soort roeping om voor deze mensen op te komen. Daar heb ik veel aan gehad, want het was niet makkelijk. Ik ben een vechter geworden, omdat ik vroeger niet altijd even netjes ben behandeld…’ 

Alleen maar poetsen

In een groot gezin op een boerderij werd ze lang thuis gehouden en in de huishouding ingezet. Een kliniek was te kostbaar en de hoge kinderbijslag die tot 1974 werd uitgekeerd was destijds zeer welkom. ‘Ik moest in huis alleen maar poetsen, omdat ik zogenaamd verder niks kon. Ik mocht niet buiten de deur werken omdat men vond dat ik te snel ruzie maakte. Terwijl ik alleen thuis ruzie had… Het is hard om te zeggen, maar dit was voor mij de slavernij-periode.’ 

‘Vlak bij ons woonde een lieve jongen met het syndroom van Down. Daar speelde en wandelde ik mee. Maar verstandelijk beperkte en psychiatrische mensen werden in de jaren vijftig nog als besmettelijk gezien. Ik mocht van mijn ouders niet met hem omgaan. Spelen moest ik met de gezonde katholieke meisjes waarmee ik op school zat.’

Net op tijd

Toen haar ouders scheidden kreeg ze in 1978 de kans om op zichzelf te gaan wonen. Conny was net 25 jaar. Het had niet langer moeten duren. Het harde werken, de vele ruzies en de stress hadden haar afgemat. Ze woog nog maar 48 kilo. Conny kwam op een opvangadres terecht en werd, zoals ze dat zelf zegt, ‘opnieuw geboren’. 

Ze vond aansluiting bij het toenmalige vormingscentrum en ging zich gaandeweg steeds verder verdiepen in mensen met een verstandelijke beperking. ‘In die periode heb ik veel geleerd.’ Er volgt een lange lijst aan organisaties waar ze contacten mee onderhield. ‘Als ik zo terugkijk… Waarom ik me overal bij aansloot? Ik denk dat het toch een roeping is.’

Conny Kooiman zit aan tafel
Fotobijschrift
Conny Kooiman

25 jaar LFB

Begin jaren negentig werd de maatschappelijke roep om een landelijke vereniging voor mensen met een licht verstandelijke beperking op te richten steeds sterker. In het najaar van 1991 kreeg Conny te horen dat de Federatie van Ouderverenigingen ruimte bood om een oprichtingswerkgroep te formeren. Ze trad toe en in 1995 werd op basis van het Zeelandse initiatief Onderling Sterk de LFB een feit. De Landelijke Federatie van Belangenverenigingen door en voor mensen met een verstandelijke beperking kwam snel op eigen benen te staan.

Speeddate

Wat vindt ze de grootste verdienste van de LFB in de afgelopen 25 jaar? ‘Dat we serieus worden genomen en anderen niet meer om ons heen kunnen. Dat we als ervaringsdeskundigen worden ingezet, als organisaties willen weten hoe ze mensen met een LVB een kans kunnen geven. VWS heeft in 2011 erg veel wegbezuinigd. Dat leerde ons om voor een deel onze eigen broek te gaan ophouden. We hebben nu naast de belangenbehartiging een commerciële afdeling Scholing en Training. Waar we ervaringsdeskundigheid inzetten en presentaties geven. Dat deel van de LFB is een echt bedrijf geworden. Gisteren nog een speeddate gedaan met ontwerpers in Eindhoven. Advies gegeven over winkelinrichting, waarbij rekening wordt gehouden met mensen met een beperking. Mijn droom is dat alles toegankelijk wordt voor iedereen.’

Goede opvolger

Vanaf 2004 was ze directeur. Dit jaar nam Ellis Jongerius in juli die taak over. Maar de 67-jarige Conny blijft verbonden aan de LFB als beleidsmedewerker. ‘Goeie meid, Ellis. Jong en vol energie en laat niet over zich heen lopen. Een prima opvolger. Ik hoop dat zij het aantal ervaringsdeskundigen verder kan laten groeien. Betaald he! We werken nog te vaak voor bescheiden bedragen en Bol.com bonnen. Dat moet weg, ervaringsdeskundigen moeten normaal betaald worden.’

Erkend beroep

Mensen met een licht verstandelijke beperking verdienen volgens Conny een echte baan. ‘Natuurlijk zijn ze soms wat langzamer van begrip of is een wat langere inwerktijd nodig. Het is maatwerk, dat kunnen wij leveren. Laat om te beginnen ervaringsdeskundige een erkend beroep worden. Een adviseur die zich inzet om mensen met welke beperking dan ook goede kansen te bieden op passend werk. Van de NS tot KPN, van Albert Heijn tot de ministeries, ze moeten allemaal weten waar je een ervaringsdeskundige kunt inhuren om dat goed te laten verlopen: bij de LFB…’

Als ze de kans had gehad om te gaan studeren, dan was het zeker geschiedenis geworden? ‘Zo’n grote universiteit, ik weet niet of ik me daar thuis zou voelen. Ik vind het leuker om dingen te verzamelen, mensen te ontmoeten. Studeren is zo droog. Weet je wat ik ook graag doe? Voor mensen met een beperking dingen uitzoeken. PGB, subsidie, zorgtoeslag, hoe kan ik helpen als het te veel wordt? Pensioen? Ja, dan wordt ik meteen verplicht fulltime mantelzorger. Dat wil ik niet. Dan blijf ik liever voor de LFB actief. Kunnen jullie niet helpen om een detachering te regelen? Ik kan schrijven, lezingen geven over de geschiedenis van de gehandicaptenzorg en adviseren over toegankelijkheid. Of als ervaringsdeskundige uitleggen hoe je dat doet: met ons samenwerken in plaats van alleen maar over ons te praten.’