Nieuws

Wel of geen nieuwe arbeidsovereenkomst in de zin van de ketenregeling?

Is er sprake van een nieuwe arbeidsovereenkomst in de keten indien gedurende de looptijd van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd een werknemer een andere functie gaat verrichten en daarmee een hoger salaris krijgt en de arbeidsomvang wijzigt? De kantonrechter te Limburg heeft zich onlangs over deze vraag gebogen.

De casus

Werknemer is op 1 augustus 2014 in dienst getreden bij Stichting Slachtofferhulp in de functie van ‘administratief medewerker juridisch’. Het betreft een tijdelijke arbeidsovereenkomst voor 24 uur voor de duur van één jaar. Vervolgens wordt de arbeidsovereenkomst verlengd, van 1 augustus 2015 tot 1 januari 2016. Een en ander wordt vastgelegd in een stuk dat partijen duiden als ‘aanhangsel bij de arbeidsovereenkomst’.
Op 1 september 2015 komen werkgever en werknemer overeen dat de werknemer vanaf die dag de (hogere) functie van ‘juridisch medewerker’ gaat verrichten. Hierbij hoort een hoger salaris en een hogere contractsomvang (28 uur in plaats van 24 uur). Een en ander wordt opnieuw vastgelegd in een stuk dat partijen duiden als ‘aanhangsel bij de arbeidsovereenkomst’.
Vervolgens komen werkgever en werknemer overeen dat de arbeidsovereenkomst wordt verlengd van 1 januari 2016 tot 1 april 2016.

Werknemer stelt zich op het standpunt dat de laatste arbeidsovereenkomst niet van rechtswege is geëindigd maar dat er een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is ontstaan. Volgens de (ex-)werknemer moet ieder van de documenten (en daarmee ook functiewijziging en urenuitbreiding) zoals hierboven genoemd, worden aangemerkt als een separate arbeidsovereenkomst voor de ketenregeling. Op basis van de ketenregeling converteert een vierde arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van rechtswege in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.

De overwegingen van de kantonrechter

De kantonrechter overweegt dat doorslaggevend is of de per 1 september 2015 tussen partijen overeengekomen urenuitbreiding en functiewijziging een nieuwe opvolgende arbeidsovereenkomst oplevert in de zin van de ketenregeling (artikel 7:668a lid 1 onder b BW). Indien dit zo is, is de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd vanaf 1 januari 2016 de vierde in de keten en daarmee geconverteerd in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.

Bij de toepassing van het nationale recht is de Nederlandse rechter gehouden om dit recht zoveel mogelijk uit te leggen in het licht van de bewoordingen en het doel van de betrokken Richtlijn1999/70/EG van 28 juni 1999, teneinde het daarmee beoogde resultaat te bereiken. Deze richtlijn dient ter uitvoering van een Europeesrechtelijke Raamovereenkomst inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, die op 18 maart 1999 gesloten is door het EVV, de UNICE en het CEEP (de Europese vakbond en werkgeversverenigingen). Tegen deze achtergrond oordeelt de kantonrechter als volgt.

De woorden ‘keten’, ‘reeks’ en ‘opvolgen’ impliceren een lijn in tijd van eenheden die van elkaar te onderscheiden zijn. Van een reeks is sprake wanneer de arbeidsovereenkomsten elkaar naadloos of met een onderbreking van ten hoogste zes maanden opvolgen. Van ‘opvolgen’ in de zin van de ketenregeling is dus volgens de kantonrechter in beginsel slechts sprake indien de nieuwe arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd aanvangt nadat de eerder overeengekomen bepaalde tijd is verstreken. Indien tijdens de duur van de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd een wijziging in de arbeidsovereenkomst wordt overeengekomen zonder dat de einddatum daarbij later wordt gesteld, dan zal het volgens de kantonrechter van de bedoeling van partijen afhangen of het slechts gaat om een wijziging van de inhoud van de bestaande arbeidsovereenkomst dan wel om een beëindiging van de oude en het aangaan van een (aansluitende/opvolgende) nieuwe arbeidsovereenkomst. Partijen mogen immers bij arbeidsovereenkomsten zowel voor bepaalde als voor onbepaalde tijd nadere afspraken maken en wijzigingen in de bepalingen van die overeenkomsten (de arbeidsvoorwaarden) aanbrengen. Er is geen dwingendrechtelijke regel die dit verbiedt.

De kantonrechter overweegt dat toetsing aan de normen van aanvaardbaarheid naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid – in het bijzonder aan de norm van goed werkgeverschap – kan leiden tot het oordeel dat een tussen werknemer en werkgever gemaakte nadere afspraak over de arbeidsvoorwaarden in de bijzondere omstandigheden van het geval buiten toepassing moet blijven. De kantonrechter overweegt dat het enkele feit dat de ex-werknemer in een zwakkere, afhankelijke positie verkeerde ten opzichte van Stichting Slachtofferhulp naar zijn aard echter niet een omstandigheid van het geval is op grond waarvan het Stichting Slachtofferhulp niet vrij zou staan de (ex-)werknemer te houden aan de gemaakte (nadere) afspraken.

Het eerste aanhangsel bij de arbeidsovereenkomst heeft betrekking op de periode 1 augustus 2015 tot en met 31 december 2015. Het tweede aanhangsel bij de arbeidsovereenkomst betreft de rechten en verplichtingen binnen diezelfde periode en kan derhalve niet als een zelfstandige, opvolgende arbeidsovereenkomst in de zin van artikel 7:668a BW worden aangemerkt. Er worden afspraken in gemaakt over andere arbeidsvoorwaarden (namelijk arbeidsduur, functie en salaris) dan de duur van de overeenkomst. Er zijn geen aanwijzingen (gegeven) dat partijen het aangaan van een nieuwe arbeidsovereenkomst hebben beoogd.

Of de werknemer bij de promotie van ‘administratief medewerker juridisch’ naar ‘juridisch medewerker’ substantieel andere werkzaamheden is gaan verrichten, die andere vaardigheden vereisten, kan in het midden blijven. Ook wanneer dat zo was, kan het niet leiden tot het oordeel dat de daartoe aangegane (nadere) arbeidsovereenkomst er één was die in de keten of reeks van elkaar opvolgende arbeidsovereenkomsten als onderdeel of schakel moet worden beschouwd. Hij bevond zich immers binnen een reeds bestaande schakel en bracht in de omvang daarvan geen verandering. Evenmin is gesteld of gebleken dat de tussen partijen gemaakte afspraken in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn. Er zijn tot slot geen omstandigheden (aangevoerd) op grond waarvan de handelwijze van Stichting Slachtofferhulp als ontduiking van (de beschermende werking van) artikel 7:668a BW of misbruik van recht zou kunnen worden aangemerkt.

Conclusie

De conclusie luidt dat de functiewijziging en urenuitbreiding niet gezien kan worden als een separate arbeidsovereenkomst in de zin van de ketenregeling. Er is dan ook geen sprake van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. De arbeidsovereenkomst met een looptijd tot 1 april 2016 is van rechtswege geëindigd.

Wilt u meer informatie? Neem dan contact op met de CAO-helpdesk, tel. 030-27 39 719 (ma. t/m vrij. van 09.00 tot 12.00 uur) of via e-mail caohelpdesk@vgn.nl (s.v.p. met vermelding van uw telefoonnummer).

Deze pagina is een onderdeel van: