Nieuws

Wet Zorg en dwang belangrijk voor gehandicaptensector

Op woensdag 4 september bespreekt de Tweede Kamer het wetsvoorstel Zorg en dwang voor psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten. Voor de gehandicaptensector is het van belang dat deze wet er komt. Uitgangspunt van het wetsvoorstel is het ‘nee, tenzij principe’: vrijheidsbeperkingen mogen niet worden toegepast, alleen als het echt niet anders kan. De VGN ziet in het  wetsvoorstel een aantal duidelijke verbeteringen ten opzichte van de huidige wet Bopz. Wel heeft de VGN de Kamer een brief gestuurd met het verzoek de breedte van de definitie van onvrijwillige zorg aan te passen.

Het terugdringen van vrijheidsbeperkende maatregelen staat de laatste jaren hoog op de agenda in de gehandicaptenzorg. Uit onderzoek van de inspectie uit 2012 blijkt dat sprake is van een positieve ontwikkeling waarbij het management en medewerkers van zorgaanbieders bewuster omgaan met het toepassen van vrijheidsbeperkende maatregelen en het zoeken naar alternatieven. De Wet Zorg en dwang kan ervoor zorgen dat instellingen en medewerkers hier nog bewuster mee omgaan.

De wet vervangt de huidige Wet Bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen  (Wet Bopz) die vooral gericht is op psychiatrische behandeling in psychiatrische ziekenhuizen. De Bopz is om die reden niet  goed bruikbaar wanneer het gaat om de toepassing van vrijheidsbeperkende maatregelen bij mensen met een (licht) verstandelijke beperking.

Verbeteringen
De VGN ziet in het huidige wetsvoorstel de volgende verbeteringen ten opzichte van de Wet Bopz:

- De wet is cliëntvolgend en niet locatiegebonden. Dat komt de cliënt ten goede. 
- De wet helpt instellingen en medewerkers bewuster met vrijheidsbeperkingen om te gaan.
- Met het zogenaamde opschalingsmodel toets je regelmatig of vrijheidsbeperking nodig is en 
  of er een alternatief is.

Opschalingsmodel lastig uit te voeren
Ook de VGN is van mening dat vrijheidsbeperkende maatregelen altijd alleen in het uiterste geval toegepast mogen worden. Hoewel de VGN dus het idee van het opschalingsmodel steunt, is de VGN het niet eens met de breedte van de definitie van onvrijwillige zorg. In de huidige definitie wordt het toedienen van gedragsregulerende medicatie altijd onder ‘onvrijwillige zorg’ geschaard, ook als de cliënt daarmee heeft ingestemd. Wanneer deze definitie niet wordt gewijzigd, leidt dit – gezien het zeer grote aantal clienten dat hieronder zal vallen – tot onuitvoerbaarheid van het opschalingsmodel zoals te weinig beschikbare deskundigen, te korte termijnen en een te grote toename van administratieve lasten. 
De VGN doet in een brief aan de Tweede Kamer een voorstel tot aanpassing van de definitie om dit probleem te voorkomen. U kunt deze brief in de bijlage lezen.

De behandeling van de Wet zorg en dwang is op woensdag 4 september van 10.15-14.00 uur en vanaf 16.30 uur. Vanaf 19.00 uur reageert de staatssecretaris op de gestelde vragen. Het debat is live te volgen via tweets op @VGNbranche en op de website van de Tweede Kamer, www.tweedekamer.nl.

Deze pagina is een onderdeel van: