Nieuws

Wet zorg en dwang: stap één is heldere route voor crisisopvang

De invoering van de Wet zorg en dwang gaat nog niet gesmeerd, constateerde de inspectie. Tijd voor het goede voorbeeld van Ipse de Bruggen in Zuid-Holland. Een regio waar de partners elkaar dit jaar vonden, maar waar ook langlopende problemen door de wet aan het licht kwamen.
De invoering van de Wet zorg en dwang (Wzd) doet de nodige stof opwaaien. Vorige week publiceerde de inspectie voor gezondheidszorg en jeugd (IGJ) het tweede rapport in dit ‘overgangsjaar’. Er wordt hard gewerkt aan de invoer, maar ‘de zorgvuldige invoering van de wet verloopt te traag’.

Zorg en dwang 2

Toch zijn er ook regio’s waar de invoering van de wet al vergevorderd is en ggz-, ouderenzorg- en gehandicaptenzorgorganisaties met elkaar samenwerken om mensen in crisis op de juiste plek op te vangen. Zoals rondom de gehandicaptenzorg bij Ipse de Bruggen in Zuid-Holland.

Aansporing

‘De wet is een aansporing om zo min mogelijk onvrijwillige zorg te leveren’, vertelt Joris van Erp, Wzd-functionaris bij Ipse de Bruggen. De Wzd-functionaris is wat vroeger ‘geneesheer-directeur’ heette. ‘Wij handelden al jaren in de geest van deze wet. Toch was de invoering van de wet weer een duwtje in de rug. Het vraagt om een attitudeverandering van zorgpersoneel. Je moet je constant afvragen: is dit onvrijwillige zorg? Is het noodzakelijk? En zijn er alternatieven?’

‘Die attitudeverandering komt er niet vanzelf. Daarvoor moet je het personeel scholen. Niet alleen de zorgverantwoordelijken (de artsen en gedragsdeskundigen) maar ook de begeleiders op de werkvloer.’

Vertraging

Door corona liep bij veel organisaties die scholing vertraging op, constateerde de inspectie. Zo ook bij Ipse de Bruggen, vertelt Sylvia Suyker, beleidsmedewerker Wet zorg en dwang. ‘We moesten overschakelen naar online-onderwijs. We hebben allemaal de e-learning van de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN) gedaan. In rap tempo hebben we een aanvullende e-learning ontwikkeld met het Ipse de Bruggen-sausje eroverheen. Inclusief een eindopdracht waarin de zorgverlener een zorgplan moet uitwerken en een eindgesprek daarover.’

Van Erp: ‘Liever doe je die gesprekken in persoon. Dat is toch anders dan via een scherm. Maar het was niet anders. Inmiddels zijn we gelukkig behoorlijk gewend aan de online-videomeetings.’

Crisisopvang

Hoewel de Wzd over veel meer aspecten van de zorg gaat dan alleen over de crisissen, zijn de problemen rondom de crisisopvang een zeer zichtbaar struikelblok. Waar voorheen mensen in een psychische crisis werden opgevangen door de ggz, is deze nieuwe wet een poging om mensen sneller bij de juiste zorg te krijgen. Is het een psychogeriatrische crisis? Dan kan de patiënt beter worden opgevangen in de ouderenzorg. Is het een psychische crisis vanwege een verstandelijke handicap? Dan is het beter om gehandicaptenzorg te krijgen.

‘Dit soort crisissen ontstaan vaak buiten de instelling, en dus bij cliënten die wij nog niet kennen. De huisarts hopelijk wel’, vertelt Van Erp, die zelf jaren huisarts was. ‘Het gaat vaak om mensen die het thuis redden dankzij mantelzorg, thuiszorg, en/of ambulante ggz. Het is lang niet altijd bekend dat het om een cliënt met een verstandelijke beperking gaat. Bij een ontstane crisis overlegt meestal de huisarts met de ggz-crisisdienst. Als zij een verstandelijke beperking constateren, gaan ze opzoek naar een plek in een ghz-instelling.’

Frustrerend

Dit soort Wzd-crisissen in de gehandicaptenzorg komt relatief weinig voor. ‘In onze regio’, zegt Van Erp, ‘gaat het om zo’n vijf gevallen per jaar. In aantallen is het niks. Maar het vinden van een geschikt crisisbed voor deze cliënten is zonder goede samenwerking tussen de ggz en de gehandicaptenzorg zó frustrerend, dat we er een oplossing voor moesten zoeken. Anders kun je zomaar een dag bezig zijn met het vinden van de juiste plek. Dat is in eerste plaats vervelend voor de cliënt, maar ook voor de hulpverleners en zorgaanbieders. Als je niet oppast, wijs je alleen maar naar elkaar.’

Route

Stap één in dit proces is ‘de route’ duidelijk krijgen. Psychiaters van de crisisdienst klagen dat ze geen goed overzicht hebben op welke instelling een bed beschikbaar heeft. In plaats van zelf alle ghz-instellingen in de omgeving te bellen, kan de crisisdienst in Zuid-Holland MEE bellen. Van Erp: ‘De gehandicaptenzorg heeft crisisbedden, met uiteenlopende ondersteuning. MEE kan inschatten welke bedden beschikbaar zijn en of die passen bij het probleem dat bij de betreffende cliënt speelt.’

Dit geldt overigens alleen voor crisissen die tijdens werktijden spelen. ‘Je hoopt dat je zo’n crisis enigszins ziet aankomen en het dus overdag kunt regelen’, zegt Van Erp. ‘Komt de crisis ’s avonds, ’s nachts of in het weekend op, dan moet de crisisdienst alsnog de verschillende instellingen afbellen en moet de dienstdoende zorgmanager beoordelen of ze plek hebben.’

Wachttijdomzeiling

‘Het tekort in crisisopvang is overigens niet een probleem dat door de Wzd komt’, benadrukt Van Erp. ‘Voor de wet was er al een nijpend tekort aan crisisbedden. In de gehandicaptenzorg speelt tegelijkertijd een algeheel plaatsingsprobleem vanwege de wachtlijsten. Soms is een crisisbed de enige manier om een plaatsing te krijgen. En door die wachtlijsten is de doorstroom slecht, waardoor je het bed niet snel weer vrij hebt voor een nieuwe crisis.’

Hierover voert Van Erp, samen met zijn collega’s, gesprekken met het zorgkantoor. Zij zijn immers verantwoordelijk voor voldoende zorginkoop. ‘Een van de vragen die het zorgkantoor stelt is: is de route duidelijk? Daar hebben we het afgelopen jaar dus een enorme slag in gemaakt, waardoor we die vraag nu kunnen beantwoorden met: ja.’

Samenwerking met ggz beter

Door de nieuwe wet is de samenwerking in de regio veel beter geworden, bevestigen Van Erp en Wzd-beleidsmedewerker Suyker. ‘Juist doordat de Wet Bopz nu gesplitst is in de Wzd en de Wvggz worden we gedwongen om een oplossing te bedenken voor cliënten met een verstandelijke beperking die in crisis komen’, zegt Suyker. ‘We móeten samenwerken met de crisisdienst. Waardoor die samenwerking ook veel beter is geworden.’

Meer mogelijkheden in Wzd

‘De wet biedt ook veel meer behandelmogelijkheden’, vult Van Erp aan. ‘Binnen de Wet Bopz moest je voor elke onvrijwillige handeling iemand onvrijwillig opgenomen hebben. Als je iemand ‘fixeerde’, dus bij de hand nam tegen iemands wil in, moest je bij wijze van spreken al een rechtelijk machtiging (RM) hebben. Dat hoeft nu niet meer. In plaats daarvan bedenk je, bij voorkeur met de cliënt of de vertegenwoordiger van de cliënt, een zorgplan waarin je elke vorm van onvrijwillige zorg beschrijft, bespreekt met elkaar en periodiek heroverweegt.’

Bron: Sterre ten Houte de Lange, Zorgvisie

Deze pagina is een onderdeel van: