Drie dagbestedingslocaties van Pameijer zijn inmiddels gesloten, vijfhonderd cliënten zijn aan de slag in de samenleving. ‘Het gaat gewoon vanzelf. Ik denk dat diep van binnen iedereen respect voor deze mensen heeft.’

Het is rustig in de aula van het Libanon Lyceum in Rotterdam. Er zitten een paar scholieren met hun tas op tafel en hun blik gericht op het scherm van hun mobieltje. Carola Geeve en Suzanne Semedo Furtado lopen met grote rollen wc-papier door de ruimte: ‘Wij gaan even naar de toiletten. Kijken of alles goed is’, roepen ze over hun schouder naar begeleider Joosje Dierick.
Geeve en Semedo zijn cliënten van Pameijer. En sinds oktober vorig jaar werken ze samen met zes anderen op het Libanon. Ze doen er van alles. Van helpen in de aula, tot papier versnipperen en het schoonhouden van het plein en de buurt.
Blije buren
Het begon allemaal met een telefoontje van een oud-leerling. Of het niet wat zou zijn als mensen met een beperking iets gingen doen op school. ‘Eigenlijk had ik niet echt een beeld bij de doelgroep’, vertelt conrector Onno Arts. ‘Het is moeilijk in te schatten wat ze kunnen.’ En dus nam Pameijer het directieteam mee naar allerlei plekken waar cliënten werken. Zodat men kon zien hoe het in de praktijk gaat. Arts: ‘Het enthousiasme van die cliënten was enorm. En daar werden wij ook weer enthousiast van. Toen zijn we gaan doorfilosoferen, wat zouden ze kunnen doen op onze school? Het moesten wel echte taken zijn.’ Die taken werden gevonden. Maar vervolgens was de vraag: wil iedereen wel? Arts: ‘We vroegen ons bijvoorbeeld af of we het onderwijsondersteunend personeel wel mee zouden krijgen. Maar die waren meteen enthousiast. Dat heeft er ook mee te maken dat de cliënten echt extra taken doen, waar de conciërge geen tijd voor heeft. Het is dus niet bedreigend.’ 
Een voorbeeldje. Soms zijn scholieren niet op het plein of in de aula, maar in de wijk rond de school. En er blijven dan wel eens papiertjes of ander afval liggen. De buurt is daar niet blij mee. Maar de conciërge is te druk om met een prikstok de buurt in te gaan. De mensen van Pameijer doen dit wel. Buurt schoon, buren blij, relatie met de wijk weer goed.
Lang kletsen
Terug naar het begin. Zo enthousiast als het ondersteunend personeel en de directie was niet iedereen meteen. Ouders van cliënten vonden het best spannend dat hun kind, na jaren op een beschermde dagbesteding, naar een grote middelbare school ging. En, eerlijk is eerlijk, ook de begeleiders van de dagbestedingslocatie zelf stonden in eerste instantie niet te trappelen. Begeleider Wietse Jonkman: ‘Ik had wel mijn twijfels. Je ziet zo’n school voor je met een hele hoop jeugd, en dan denk je toch: gaan ze daar niet verzuipen? Maar het was een fantastisch warm bad. Niemand kijkt vreemd naar ons, van: wat komt daar binnen?’ 
En dat terwijl aan introductie niet heel veel gedaan is. De teamleiders zijn eenvoudig alle klassen langsgegaan met de mededeling: ‘Er komen nieuwe mensen, daar ga je iets van merken, ik verwacht dat je je netjes gedraagt.’ 
Volgens scholieren Elise van Oortmersen en Amber de Raadt was zelfs die mededeling helemaal niet nodig geweest. Van Oortmersen: ‘Het gaat gewoon vanzelf. Ik denk dat diep van binnen iedereen respect voor deze mensen heeft.’ De Raadt: ‘Ook de leerlingen van wie je het niet zou verwachten.’ Er gebeurt zelfs iets opmerkelijks sinds de komst van de cliënten. Van Ootmersen: ‘Bij ons op het plein waren best wel groepjes, groepjes jongens, groepjes meisjes, en die cultuur wordt eigenlijk een beetje doorbroken door de mensen van Pameijer. Als zij een praatje komen maken, komt iedereen er bij staan en dan verdwijnt die groepjessfeer.’
Carola Geeve van Pameijer: ‘Daar hebben we ook een cursus voor gevolgd. Die heet Prettige Collega. Daar leer je dat je op je werk geen knuffel aan mensen moet geven en welke kleren je aan doet.’  De Raadt: ‘Er is ook een jongen van Pameijer, die steelt hier echt de show. En hij was een beetje verliefd op mij. Voor mij is dat geen probleem. Ik zeg gewoon: “We zijn goede vrienden”. Als we te lang kletsen op het plein, komt de begeleider en die zegt: niet te lang praten. En dat begrijp ik ook wel, zij moeten ook hun werk doen.’
Ondernemen
Want werken, daar gaat het uiteindelijk om. Steven Mersch is bij Pameijer al tien jaar bezig met het ombuigen van de traditionele dagbesteding naar een verplichte bijdrage aan de maatschappij. Inmiddels zijn er al drie traditionele dagbestedingslocaties leeggestroomd en binnen heel Pameijer zijn meer dan vijfhonderd cliënten aan het werk in de samenleving. Het uitgangspunt is simpel: creativiteit en hobby horen onder vrije tijd, en daarvoor kun je gewoon terecht bij een vereniging in je buurt. Werk is een baan, het liefst betaald, en dat doe je bij een bedrijf of organisatie. Mersch: ‘Instellingen in de gehandicaptensector hebben die banen heel lang zelf willen creëren. Gingen zelf groen en horeca doen. Dat was zwaar verlieslijdend, want ondernemen is een specialisme. Je komt dan ook in een spanningsveld: ga je voor de cliënt of voor de klant? Toen hebben we gezegd: waarom gaan cliënten niet gewoon een bijdrage leveren bij bedrijven?’
Interne aardverschuiving
Daar is wel het een en ander voor nodig. Goede zogenoemde accountmanagers, zoals de oud-leerling van het Libanon die belde. Maar vooral ook een goed beeld van het talent van cliënten. Daarvoor gebruiken ze bij Pameijer de methode INVRA en een online platform waar cliënten hun talenten bijhouden, zich kunnen aanmelden voor cursussen en kunnen reageren op vacatures die bij hen passen. Mersch: ‘Er werken ook cliënten van ons bij de Hogeschool Rotterdam en het gekke is: die cliënten verzuipen juist níét. Dat komt doordat ze iets doen dat echt bij hen past.’
Behalve van de cliënten en organisatie vraagt de nieuwe manier van werken ook iets nieuws van de begeleiders. Mersch: ‘Intern betekent het een aardverschuiving. Je gaat van een dagbestedingslocatie met collega’s naar een school of andere organisatie die een heel andere cultuur heeft. Begeleiders krijgen bijvoorbeeld ook een cursus commerciële vaardigheden, waarin ze leren hoe ze zich met behoud van hun eigen waarden kunnen verhouden tot een andere cultuur, of een winstdoel.’
Begeleider Jonkman heeft de omslag van ganser harte gemaakt. ‘Ik voel me hier welkom, en met een aantal mensen heb ik echt contact. Ik voel me onderdeel van de school.’
Praten, praten
Natuurlijk gaat het allemaal niet vanzelf. Er is voor de cliënten een leegstaand gebouwtje op het plein opgeknapt. Daar kunnen ze zich terugtrekken, lunchen of werkbesprekingen houden. En er is de hele dag een begeleider van Pameijer. Niet alleen voor de werkbegeleiding, maar vooral ook voor de communicatie. Joosje Dierick:‘Zo was er laatst een personeelslid dat een cliënt een heel goed bedoeld tikje op de wang gaf, om hem hartelijk te begroeten. Ik zag aan de cliënt dat die daarvan schrok. Ik vroeg: hoe vind je dat? Hij antwoordde: hij sláát me. Dan gaan we dat meteen vertellen aan die docent. Zo houden we het goed.’
Ook met de conrector wordt regelmatig gepraat. Kunnen de taken uitgebreid worden? Hoe doen we het eigenlijk in de schoolvakanties?
Werklast
Intussen breidt het werk zich steeds verder uit. Zo doen de cliënten sinds kort ook kopieerwerk voor docenten. Docent economie, Maarten Faes: ‘De directie vertelde dat deze mensen kwamen en ik dacht: prima! Goed voor hen dat ze met beide voeten in de maatschappij staan en goed voor mij dat ik een werklastvermindering krijg. Als ik bijvoorbeeld kopieerwerk voor toetsen van zeven klassen heb, dan kost me dat een uur. Ik vind dat ik daar veel te duur voor ben. Dat kan dan veel beter iemand doen die dat ook nog leuk vindt, en dan kost het mij maar twee minuten.’ 
En leuk vinden de cliënten het. Miguel dos Reis Monteiro loopt met zelfverzekerde pas door de school. Recht tegen de stroom scholieren in de pauze in. Geen probleem. Hij gaat papierbakken halen. ‘Leuk hoor. Er is hier heel veel papier. En heel veel mensen. Hier kun je lekker papier prikken en je eigen gang gaan.’