Achtergrond

‘Charlotte zit beter in haar vel’

Het onderzoek naar het communicatieprogramma COCP in de verstandelijk gehandicaptenzorg en het boek over het behandelmodel Triple-C wonnen de Gehandicaptenzorgprijs 2012 van de VGN. Beide dragen bij aan het beter functioneren van mensen met ernstige beperkingen.

Communicatiestijl cruciaal

Hoe communiceer je met mensen die nauwelijks kunnen spreken? Het communicatieprogramma COCPvg leert mensen uit de sociale omgeving van deze cliënten om hun communicatiestijl aan hen aan te passen. En dan gaan de communicatieve vaardigheden van de cliënt ook vooruit.

De vader van Charlotte kon niet communiceren met zijn dochter, een meisje met een zeer ernstige verstandelijke beperking van (destijds) 23 jaar met een verstandelijke ontwikkeling van iemand van een maand of drie. Hij was dan ook sceptisch toen werd voorgesteld om Charlotte met het COCPvg-programma te volgen. Maar daar kwam hij na de interventie op terug. Want hij slaagt er nu veel beter in om Charlottes aandacht vast te houden en contact met haar te krijgen. ‘En een mooie bijkomstigheid is dat Charlotte beter in haar vel zit’, zegt Marjan Veen, orthopedagoog en logopedist bij Heliomare. ‘Het bijzondere aan COCP is dat de aandacht nadrukkelijk op communicatie met communicatiepartners ligt. En niet direct op het communiceren als zelfstandige techniek’, oordeelde de jury van de Gehandicaptenzorgprijs. Hierdoor onderscheidt het programma zich van andere communicatieprogramma’s. Bij COCP leren de belangrijkste mensen uit de sociale omgeving van de cliënt zogenaamde partnerstrategieën toe te passen. Bijvoorbeeld door het tempo van de interactie aan te passen en communicatief gedrag uit te lokken. Als de communicatiepartner er in slaagt zijn interactiestijl aan te passen – iedereen kan dat leren volgens onderzoeker Margriet Heim – dan komt dat de communicatieve vaardigheden van de cliënt ten goede.

Stijgende lijn
‘Elke cliënt profiteert van het programma’, vertelt Marjan Veen. ‘Niet iedere cliënt evenveel, maar bij iedereen zien we een betere interactie’, vult Heim aan, doelend op het onderzoek dat ze hebben uitgevoerd naar de effecten van COCPvg. Dat de cliënt van COCPvg profiteert, blijkt wel uit de gekleurde grafieken met stijgende lijnen uit het onderzoeksrapport. De lijnen laten de ontwikkeling zien van de negen niet of nauwelijks sprekende cliënten die aan het onderzoek hebben meegedaan. ‘Kijken we bijvoorbeeld naar de blauwe lijn van Kirsty, een negenjarig meisje met een ernstige meervoudige en motorische beperking, dan zien we daar de meest spectaculaire ontwikkeling’, legt Heim uit. ‘Nadat haar communicatiepartners de partnerstrategieën zijn gaan toepassen, is er duidelijk sprake van een betere interactie.’ Het onderzoek naar COCPvg begon in 2007, tegelijkertijd met de ontwikkeling van het programma in Esdégé-Reigersdaal. De negen kinderen en jongeren uit het onderzoek werden gedurende tien maanden twintig keer tijdens een interactie gefilmd. Tien keer met hun vader of moeder en tien keer met hun persoonlijk begeleider. Dit gebeurde zowel voorafgaand aan de interventie, toen zij nog geen instructie hadden gekregen over de partnerstrategieën, als tijdens de interventie en na afloop ervan, toen de communicatiepartners de strategieën hadden leren toepassen.

Meer vaardigheden
De video-opnames zijn vervolgens uitvoerig geanalyseerd. En wat blijkt? Allereerst leidt COCPvg tot verbeteringen in de interactiestijl van communicatiepartners. Vooral hun tempo weten ze beter aan te passen. Maar communicatiepartners zijn ook responsiever voor de communicatie van de cliënt. Dat wil zeggen dat ze adequater reageren op communicatiepogingen van de cliënt. Verder lokken ze de cliënt vaker en beter uit tot communicatie en geven ze vaker voorbeelden van communicatievormen die het kind zelf ook kan gebruiken. Bijvoorbeeld door behalve spraak ook gebaren te gebruiken of symbolen aan te wijzen.  Ten tweede leidt COCPvg tot meer evenwicht in de verdeling van beurten en initiatieven tussen de cliënt en zijn gesprekspartner. Hoewel hier volgens Margriet Heim belangrijke verschillen tussen cliënten onderling zijn. ‘In ons onderzoek hebben we verandering gemeten. Maar bij de ene cliënt was de verdeling van beurten en initiatieven natuurlijk al beter dan bij de andere. Dan is de verandering ook minder groot’, verklaart Heim. Last but not least leidt COCPvg tot verbetering van de communicatieve vaardigheden van niet-sprekende cliënten. Alle cliënten verwerven nieuwe communicatiefuncties. Ze hebben bijvoorbeeld meer aandacht voor de communicatiepartner, vragen uit zichzelf om een voorwerp of activiteit of groeten de communicatiepartner. De effecten liegen er niet om. Maar hoe beoordelen de communicatiepartners het programma? Ook dit hebben Heim, Veen en Velthausz onderzocht. Marjan Veen: ‘Uit een enquête onder zorgprofessionals en de betrokken communicatiepartners blijkt dat ze grote waardering hebben voor het programma. Bijna alle communicatiepartners zeggen dat zij door de deelname aan het COCPvg-programma meer inzicht hebben gekregen in de manier waarop de cliënt communiceert. Een ruime meerderheid van de communicatiepartners geeft bovendien aan na afloop van de interventie minder problemen te ervaren in de communicatie met de cliënt.’

Werken met COCPvg
Ook andere organisaties in de verstandelijk gehandicaptenzorg kunnen met COCPvg aan de slag. Belangrijke factoren voor een succesvolle implementatie zijn een goede samenwerking binnen het interventieteam en met het sociale netwerk van de cliënt, voldoende bekendheid met de cliënt, flexibiliteit in de toepassing van het protocol, voldoende tijd en faciliteiten en een breed draagvlak binnen de instelling. Esdégé-Reigersdaal, Heliomare en Vilans bieden een implementatietraject aan voor zorginstellingen die met COCPvg willen werken. Ook organiseert Vilans introductieworkshops voor een eerste kennismaking met het programma. Meer informatie hierover is te krijgen via cocp@heliomare.nl en training@vilans.nl.

Kader COCPvg in de praktijk
Het COCPvg-programma bestaat uit vier fasen. Op basis van een uitgebreid onderzoek naar de communicatieve context van de cliënt (fase 1) formuleren alle belangrijke personen uit het netwerk van de cliënt samen een doel en plan (fase 2). De communicatiepartners krijgen vervolgens instructie en begeleiding over partnerstrategieën aan de hand van video-opnames. Alle betrokkenen voeren het plan uit (fase 3), om na een klein half jaar samen de uitkomsten te evalueren (fase 4).

Kader bij Triple C De drie C’s bij Triple-C staan voor Cliënt, Coach en Competentie. Het is een behandelmodel voor mensen met een verstandelijke beperking die daarnaast gedragsproblemen hebben. De gedachte achter Triple-C is dat de cliënt competenties ontwikkelt in een onvoorwaardelijke ondersteuningsrelatie met zijn coach. Hans van Wouwe en Dick van de Weerd (ASVZ) ontwikkelden het behandelmodel binnen ASVZ. In 2011 verscheen hun boek Triple-C. Gewoon is anders waarin zij Triple-C omschrijven en de randvoorwaarden om er succesvol mee te werken.

Anders denken, kijken en doen
Mensen met een verstandelijke beperking en gedragsproblemen zijn gebaat bij een onvoorwaardelijke ondersteuningsrelatie, waarbij begeleider en cliënt bijna alles samen doen. Dit staat centraal bij het behandelmodel Triple-C. ‘Dit samendoen schept een band.’
‘Als een cliënt tijdens het eten met zijn lepel begint te gooien, dan zonderen we hem niet af. We geven dan zijn lepel terug en zeggen dat hij door kan gaan met eten’, zegt Hans van Wouwe, een van de ontwikkelaars van Triple C. ‘We zetten iemand weer terug op de lijn waar hij mee bezig was en daarbij laten we ons niet afleiden door het probleemgedrag dat voorbij komt.’ ‘Doordat we steeds de menselijke behoeften van onze cliënten voorop zetten, zien we probleemgedrag als het topje van de ijsberg en gaan we anders met onze cliënten om’, vertelt mede-ontwikkelaar Dick van de Weerd. Triple-C vraagt om anders denken, anders kijken en anders doen en daar hoort bij dat de begeleider en de cliënt bijna alles samen doen. ‘De cliënt eet niet alleen zijn boterham op, maar we eten samen met elkaar. En we kijken niet toe hoe de cliënt zijn bed opmaakt, maar helpen hem daarbij’, legt Dick van de Weerd uit. ‘Dit samendoen schept een band.’ De gedachte achter deze aanpak is dat de cliënt succeservaringen opdoet, meer zelfvertrouwen krijgt en competenter wordt in het gewone leven.

Intensief begeleiden
Volgens de jury van de Gehandicaptenzorgprijs weten Van Wouwe en Van de Weerd zorgverleners te overtuigen dat het anders denken en anders kijken leidt tot herstel van het gewone leven. In hun boek Triple-C. Gewoon is anders beschrijven beide heren het Triple-C behandelmodel en de randvoorwaarden die nodig zijn om er succesvol mee te werken. Verder komen de ervaringen van cliënten, ouders, begeleiders, orthopedagogen en leidinggevenden aan bod. Ook schrijven de auteurs dat een beetje Triple-C niet werkt. ‘Als je de cliënten intensief wilt begeleiden, dan moet de organisatie de begeleiders ook intensief begeleiden’, vertelt Dick van de Weerd. ‘Triple-C is gebaseerd op nabijheid, vertrouwen en betrouwbaarheid, en op samenwerken en samendoen. Dit kan alleen op de werkvloer worden doorgevoerd als de hele organisatie ervan doordrongen is’, besluit Hans van Wouwe.

Ook begeleider profiteert
In de jaren negentig is er door de Universiteit van Leiden een onderzoek naar Triple-C afgerond. En in het maartnummer van NTZ verschijnt een artikel over een effectonderzoek dat onlangs heeft plaatsgevonden. ‘Daaruit blijkt onder andere dat de sociale vaardigheden van cliënten zijn toegenomen en het probleemgedrag is afgenomen’, vertelt Hans van Wouwe. ‘Doordat er nu een zinvolle daginvulling is, is de kwaliteit van leven van cliënten ook omhoog gegaan. Deze resultaten maken dat Triple-C nog steeds terrein wint.’ Hoewel niet specifiek onderzocht, wordt Triple-C ook erg goed gewaardeerd binnen ASVZ. ‘Sinds we met dit model werken, zijn er bijvoorbeeld veel minder personeelswisselingen. Een begeleider heeft er veel meer lol in om aan een relatie met een cliënt te werken, dan dat hij steeds bezig is het probleemgedrag te bestrijden.’ Maar wat maakt nou dat een relatie goed is? Van de Weerd: ‘Voor mij betekent het dat je begrijpt wat de cliënt nodig heeft en van daaruit samen met hem zinvolle activiteiten gaat vormgeven.’ Van Wouwe: ‘Een begeleider moet laten doorklinken dat hij er altijd voor de cliënt is, zelfs als de cliënt hem afwijst en ook als er sprake is van agressie.’

Werken met Triple-C
Werken volgens Triple-C vraagt om een organisatie waarin iedereen dezelfde waarden deelt en vanuit die waarden denkt, kijkt en doet. Een begeleider die niet anders denkt of kijkt, durft niet anders te doen. Hetzelfde geldt voor een teamleider, manager, orthopedagoog, arts of bestuurder. Het werkt alleen als de hele organisatie zich hiervan bewust is. Zowel het management als de werkvloer moet erachter staan. ASVZ biedt trainingen aan voor organisaties die met Triple-C willen werken. Ook organiseert ASVZ excursies voor instellingen die willen kennismaken met het model. Meer informatie over het boek Triple-C. Gewoon is anders en de trainingen vindt u op www.asvz.nl/triple-c.

Zie ook: Een index voor de mate waarin de Triple-C methodiek is geïmplementeerd, in NTZ, nr. 2 2011, pag. 88-100.

Kader
Triple-C in de praktijk
Het behandelmodel Triple-C is gericht op herstel van het gewone leven in vier competentiegebieden: zelfzorg, wonen, werk en scholing en vrije tijd. Voor elk gebied worden doelen opgesteld, die de cliënten met ondersteuning van de coach of begeleider vrijwel altijd halen.

Kader
COCPvg
COCPvg staat voor Communicatieve Ontwikkeling van niet-sprekende personen en hun CommunicatiePartners. Het is een methode die de communicatie verbetert tussen niet of nauwelijks sprekende mensen en degenen met wie zij dagelijks omgaan. Oorspronkelijk was het bedoeld voor kinderen in de revalidatie, maar in 2010 verscheen een speciale versie voor de verstandelijk gehandicaptenzorg. Vandaar de toevoeging ‘vg’ achter COCP. Margriet Heim (Universiteit van Amsterdam), Marjan Veen (Heliomare) en Frank Velthausz (Esdégé-Reigersdaal) ontwikkelden en onderzochten COCPvg binnen Esdégé-Reigersdaal.