De zorgwereld is volop in beweging, waarbij een groot beroep gedaan wordt op flexibiliteit en creativiteit. Hoewel de effecten in andere sectoren op dit moment indringender zijn, is er geen organisatie in de zorg voor mensen met een beperking die niet bezig is met haar toekomst. Blijkbaar is nietsdoen geen optie.

Boeiend is de vraag hoe organisaties dit aanpakken.
Domineert het denken in organisatiestructuren, met reorganisaties tot gevolg, of keren we terug naar de essentie van ondersteuning en vindt er een fundamentele heroriëntatie plaats op de waarden die we willen creëren voor mensen met een beperking?
Wie het taalgebruik van zorgbestuurders, analyseert krijgt de indruk dat het denken in structuren prevaleert. Resultaatverantwoordelijke eenheden, krachtige teams en platte organisaties lijken voor velen de schuilplaatsen voor onzekere tijden te zijn. Voor wat betreft het waardegedreven onderdeel wordt daarbij vaak verwezen naar ‘de bedoeling’ van Wouter Hart.
Zijn boek ligt op tafel bij vele bestuurders en iedereen praat erover. Volgens Wouter Hart wordt met de bedoeling een denkrichting aangegeven waarbij mensen het juiste gaan doen wanneer er veel aan de leefwereld wordt overgelaten en er een groot beroep wordt gedaan op eigen verantwoordelijkheid.
Het is evident dat professionals veel kunnen en dat te veel nadruk op de systeemwereld mensen inperkt. Het is echter op zijn minst ook twijfelachtig of een simpele verwijzing naar deze bedoeling voldoende richting geeft. Het blijft een abstract en leeg begrip.
Het heeft namelijk geen lading met waarden die in dit kader belangrijk zijn.
Hoe kijken we naar de wereld om ons heen? Welke plaats willen mensen met een beperking daarin zelf? Op welke wijze leveren organisaties een bijdrage aan hun levensgeluk, hun zelfbepaling en de verwezenlijking van hun rechten?
En… moeten we onder verwijzing naar Piet van der Beemt niet concluderen: ‘Gewoon uit de huidige structuur stappen en opnieuw beginnen.’