Achtergrond

Hoogleraar Brigitte Boon: ‘Technologische innovatie is geen one size fits all’

Leestijd: 4 minuten

Waarom praten we nog over e-health en digital health?, zegt Brigitte Boon de eerste hoogleraar technologie in de gehandicaptenzorg. Haar wens is dat we technologie straks gewoon toepassen waar die bruikbaar is. ‘We hebben als sector een slag te maken.’

Brigitte Boon hoogleraar technologie
Brigitte Boon, bijzonder hoogleraar Data en technologie voor persoonsgerichte en duurzame gehandicaptenzorg. Foto Aleid Denier van der Gon

75 procent gaat over gedrag

‘Nee, ik ben geen technologisch wonderkind, ik ben een gedragswetenschapper’, zegt Brigitte Boon. Zij is bestuurder van Academy Het Dorp en sinds vorig jaar hoogleraar technologie in de gehandicaptenzorg bij Tranzo. ‘Uit onderzoek naar de vraag hoe we technologie zo goed mogelijk toepassen, blijkt dat slechts 25 procent te maken heeft met de technologische oplossing, bijvoorbeeld dat je iets goed moet installeren. 75 Procent gaat over gedrag. Dat is wat ik interessant vind.’ 

Hoe raakte u hierin geïnteresseerd? 

‘Bij het Trimbos-instituut hield ik me tien jaar lang bezig met preventie met behulp van e-health. We wilden mensen met bijvoorbeeld depressies zo vroeg mogelijk bereiken, want als je er op tijd bij bent, dan kun je een ernstige depressie voorkomen. We begonnen met websites die interactief waren en gingen daarna steeds meer digitaal aanbod ontwikkelen. We onderzochten of ons digitale aanbod ook werkte en waren altijd bezig met de implementatie. Hoe zorg je ervoor dat de huisarts het bewezen effectieve aanbod voor depressie gaat inzetten? Ook deden we onderzoek naar de kosteneffectiviteit. Je wilt weten of het ook financieel iets oplevert.’

De gehandicaptenzorg loopt niet voorop in technologische innovatie. Hoe is het voor u om nu in deze sector te werken? 

‘Er zijn nog veel stappen te zetten, bijvoorbeeld in het gebruik van data, maar dat is voor mij ook de uitdaging. Ik wil weten wat werkt. En ik wil dat het resultaat niet alleen in een artikel verschijnt, maar in de praktijk wordt toegepast.’ 

Welk gebruik van data? 

‘Daarbij kun je denken aan data die worden verzameld door nieuwe technologische oplossingen, zoals robots. Maar het betekent ook dat je de data die je al hebt, eerst eens zinvol gaat gebruiken. Elke zorginstelling heeft een zorgoproepsysteem. Zijn er speciale locaties van waaruit veel oproepen komen? Woont daar een bepaalde groep cliënten? Om zulke vragen te beantwoorden, moet je weten wat je data betekenen. Daarvoor combineer je bijvoorbeeld data uit de cliëntendossiers, de domotica en de aanvragen voor zorgzwaartepakketten. Dat is de slag die de sector moet maken om zorg van hoge kwaliteit te kunnen blijven leveren.’ 

Brigitte Boon hoogleraar technologie
Portret van Brigitte Boon. Foto door Aleid Dernier van der Gon

Maar er is weerstand? 

‘Gelukkig niet alleen weerstand. Ik ben één van de vertegenwoordigers van de zorg in een landelijke werkgroep Ethiek en Digitalisering van het ECP, het platform over digitalisering in de samenleving. In die werkgroep hebben we een methodiek ontwikkeld, die Begeleidingsethiek heet. Daarmee kun je het gesprek voeren over de vraag met welke ethische waarden we rekening moeten houden.’ 

‘Zelf onderzocht ik het voorbeeld van de eetrobot. Begeleiders of mantelzorgers hebben vaak het gevoel dat het niet menswaardig is om iemand eten te laten geven door een robot. Maar een cliënt met de spierziekte Duchenne gaf aan: door die eetrobot kan ik zelf nog bepalen wanneer ik eet, met wie en hoe snel. Dat geeft mij een laatste restje autonomie, want door die ziekte raak ik alles kwijt. Als begeleiders dat horen, dan zijn ze allemaal om. Want zij willen ook dat hun cliënten een zo goed mogelijke kwaliteit van leven hebben.’ 

Academy Het Dorp is een initiatief van Siza. Maar u begeleidt ook andere organisaties? 

‘In een door ZonMw-gefinancierd project doen we bijvoorbeeld bij zes zorgorganisaties onderzoek naar de smart diaper. Die bestaat uit een sensor-klip op het incontinentiemateriaal, waar koolstofreepjes op zitten die de verzadiging meten. De sensor geeft een seintje naar de mobiel van de zorgmedewerker: meneer of mevrouw moet binnen een half uur verschoond worden.’ 

‘Uit de ouderenzorg weten we dat het gebruik ervan minder verstoringen en minder lekkages geeft. Om te onderzoeken of we deze technologie ook in de gehandicaptenzorg moeten toepassen, moet je de zorgprocessen aanpassen. Want als je je vaste verschoningsrondes blijft lopen, dan ga je het effect van de technologie niet vinden. Doordat die sensor data verzamelt, krijg je ook zicht op het plaspatroon van cliënten. Dat weet je: die mevrouw hoef ik rond die tijd niet te verschonen, want dan plast ze nooit.’ 

Dit voelt toch wel privacygevoelig 

‘Ja, dus daar moet je niet overheen stappen. Maar ’s nachts iemands kamer binnengaan om te ruiken of voelen of er verschoning nodig is, beïnvloedt ook de privacy. Het privacy-argument komt heel vaak naar boven door technologie, maar als je goed kijkt, dan is het maar de vraag of de technologie het privacy-probleem groter maakt. Ze kan het ook kleiner maken.’ 

Zijn er technologische innovaties waarvan u denkt: die moet iedereen morgen gaan gebruiken? 

‘Die vraag wordt me vaak gesteld, maar helaas: er is geen one size fits all. Samen met Vilans voeren we de Innovatie-impuls uit in opdracht van het ministerie van VWS. We ondersteunen 26 zorgorganisaties bij het inbedden van bestaande technologie in de dagelijkse praktijk. Daarbij hebben we heel vaak de vraag gesteld: wat is de vraag van de cliënt? Welke probleem wil je opgelost hebben? Dat heeft er een paar keer toe geleid dat we voor de implementatie die we uiteindelijk zijn gaan doen, voor een andere technologische oplossing hebben gekozen.’ 

Daar moet u een voorbeeld van geven

‘Voor mensen met een licht verstandelijke beperking is het soms moeilijk om hun eigen spanning op te merken en te reguleren. Om hen daarbij te helpen, dachten zorgorganisaties eerst aan technologische oplossingen waarmee je die spanning meet. Maar dan doe je er nog niets aan. Toen besloten ze SignaLEREN te gaan gebruiken, een app die in de gehandicaptenzorg zelf is ontwikkeld. Als iemand op weg is naar zijn werk en de bus komt niet opdagen, dan kan hij zelf aangeven wat hij voelt. Gespannen? Dan biedt de app iets aan wat hem helpt te ontspannen. Bijvoorbeeld een liedje dat hij mooi vindt of een opgenomen boodschap van zijn moeder. En dan word je weer rustig. Dat kun je op maat instellen voor iedere cliënt.’ 

Zijn er technologische innovaties die uw eigen kwaliteit van leven verbeteren? 

‘Ik maak graag lange wandelingen en fietstochten en vind het leuk om bij te houden waar ik ben geweest. Daar gebruik ik Strava voor, ik hou niet van zo’n stappenteller. In een periode waarin ik slechter sliep, gebruikte ik een mindfulness app. Dan luister je naar een stem uit een podcast. Dat is allemaal technologie die overal te vinden is, daar zit geen [i]high tech[i] bij. Nou ja, mijn auto misschien.’ 

‘Ik zou willen dat het in de zorg net zo gewoon wordt om technologie te gebruiken als in ons eigen leven. We hebben het nu nog over e-health en digital health, maar ik hoop dat we technologie straks gewoon toepassen waar het handig is. Omdat het fijn is voor de cliënt, of de zorgverlener ondersteunt.’ 

www.begeleidingsethiek.nl 

Dit interview komt uit de mei-editie van Markant, het tijdschrift van de VGN. Lees in deze editie ook hoe cliënten op de woongroep bij 's Heeren Loo gebruikmaken van het MijnEigenPlan digibord