In de ivoren toren zitten is niet aan mij besteed. Het is een veel gehoord verwijt aan wetenschappers en ik ken zeker collega’s die vrijwel alleen de vier muren van hun laboratorium zien. Mijn onderzoek daarentegen is geworteld in de praktijk. Ik ben vaak op pad, ver weg van de Groningse academie.

Mezelf opsluiten in het universitair bastion zou de doodsteek zijn voor het onderzoek. Ik heb de input uit het veld nodig. Om gedragsveranderingen door dementie te onderzoeken kan ik niet zonder orthopedagogen, artsen, begeleiders en familieleden. Die multidisciplinaire aanpak, zoals dat zo mooi heet, is onontbeerlijk. Verschillende vakgebieden werken samen, ieder levert z’n eigen expertise. Als onderzoeker prijs ik me gelukkig dat ik als een spin in het web al die informatie mag combineren om te proberen de ziekte beter te begrijpen.

Multidisciplinair werken was echter lang niet altijd zo vanzelfsprekend. In de klassieke medische wetenschap waren specialismen duidelijk afgebakend. Ieder vakgebied z’n eigen kliniek met patiënten en bijbehorend wetenschappelijk onderzoek. Maar is dementie neurologisch of psychiatrisch? Geriatrisch als iemand oud genoeg is? Psychologisch? Hoe meer we te weten komen over de aandoening, hoe moeilijker die valt in te delen. De grenzen tussen de vakgebieden vervagen.

Niet alleen in het onderzoek, ook in onderwijs en voorlichting raakt multidisciplinair werken steeds meer in zwang. Als ik met begeleiders en verwanten spreek, merk ik dat ze vaak met vragen zitten over dementie. Er is een enorme honger naar kennis over alle aspecten van de ziekte. Ik probeer daar zoveel mogelijk aan bij te dragen. Maar ik kan dat niet alleen. Voor het totaalbeeld over dementie, een aandoening met zoveel facetten, is - ja daar is ‘ie weer - een multidisciplinaire aanpak vereist. Ik kan uren college geven over symptomen en oorzaken van Alzheimer bij downsyndroom, maar als ik gevraagd wordt naar de beste aanpak van slikproblemen bij dementerenden, dan sta ik met de mond vol tanden.

Een prachtig voorbeeld is de Groningse Dementietafel, een soort Alzheimercafé voor professionals en mantelzorgers van mensen met een verstandelijke beperking. Samen met een neuroloog, orthopedagoog, AVG-arts, logopedist, klinisch neurolinguïst en iemand van het VG-belangenplatform zit ik in het organiserend comité. Op en top multidisciplinair dus. En dat blijkt niet alleen interessant voor het publiek, maar ook voor ons als organisatoren. Spannend bovendien, want we begeven ons deels op vreemd terrein. Uit onze comfort-zone. Uit ons vertrouwde vakgebiedje. Multidisciplinair werken is de doodsteek voor de ivoren toren.

Neurowetenschapper Alain Dekker is verbonden aan de afdeling neurologie van het UMC Groningen (UMCG) en doet promotieonderzoek naar de ziekte van Alzheimer bij mensen met downsyndroom.