De Taskforce kindermishandeling en seksueel misbruik komt op stoom. Ook in de gehandicaptensector wil ze de aanpak ‘aanjagen’. ‘Bestuurders moeten veiligheid bovenaan de agenda plaatsen.’

Negen leden telt de Taskforce kindermishandeling en seksueel misbruik, die is ingesteld door de ministeries van Veiligheid en Justitie en VWS, na het verschijnen van het rapport van de commissie-Samson en een eerder rapport over kindermishandeling. Van die negen leden hebben twee een speciale band met de gehandicaptensector: Diana Monissen en Aafke Scharloo.
Diana Monissen is nu voorzitter van de raad van bestuur van De Friesland zorgverzekeraar, maar in het verleden was ze onder andere zes jaar bestuurder van De Lichtenvoorde, een instelling voor mensen met verstandelijke beperkingen. Ze vertelt dat ze in haar studietijd al werkte als ADL-hulp in een gezinsvervangend tehuis voor studenten met lichamelijke beperkingen. ‘Mijn basale liefde ligt nog steeds bij mensen met een beperking’, zegt ze.
Aafke Scharloo, ooit begonnen als Z-verpleegkundige, is als psycholoog gespecialiseerd in seksueel misbruik en mishandeling bij mensen met ontwikkelingsproblemen. Zij werkt zowel voor politie en justitie als voor zorgorganisaties. ‘Ik denk dat ik in vrijwel alle instellingen in Nederland wel eens ben geweest’, zegt ze. ‘Soms hoor ik een nieuwe naam, maar meestal betreft het dan een fusie van instellingen die ik al ken.’
Monissen kwam in de tijd dat ze zelf bestuurder was van zorginstellingen regelmatig in aanraking met de thema’s seksueel misbruik en kindermishandeling. ‘Zowel in de gehandicaptensector als in de ggz moet je dan enorm je best doen om iemand te vinden die kan behandelen. Toen ik in Oost-Gelderland bij De Lichtenvoorde werkte, moest ik hiervoor uiteindelijk naar Rotterdam. Er is ook geen eenduidige visie op signaleren en behandelen. Steeds opnieuw blijkt dat de aanpak gefragmenteerd is. Ik heb dit onder andere naar voren gebracht toen ik directeur-generaal was bij VWS. Een ex-collega vroeg me daarom of ik aan de Taskforce wilde deelnemen.’

Vreemd
Aafke Scharloo werd gevraagd door de Augeo Foundation, de Bernard Leer Foundation en Stichting Kinderpostzegels, die gezamenlijk iemand voor konden dragen. ‘Als er aan die fragmentatie iets kan worden gedaan, dan maken we meters’, zegt ze. Haar valt op dat er niet direct wordt gedacht aan mensen met beperkingen als er wordt gesproken over seksueel misbruik en kindermishandeling, terwijl zij in verhouding vaker slachtoffer zijn.
Scharloo: ‘Dat gebeurt denk ik onbewust. Gehandicapten zijn voor veel mensen vreemd. Het lijkt soms alsof we daardoor met twee maten meten. Als iemand met een verstandelijke beperking een andere verstandelijk gehandicapte misbruikt, dan wordt maar in een piepklein percentage vervolgd. Als zo iemand  een normaal begaafd kind in de wijk misbruikt, dan is de kans dat hij wordt vervolgd acht keer hoger.
Monissen: ‘En dan wordt er een geweldige ophef over gemaakt.’
Scharloo: ‘Dat druist tegen al mijn overtuigingen in. Dat kan toch niet? We hebben toch geen twee soorten mensen?’
De taak van de Taskforce wordt beschreven als ‘aanjagen’, niet het ontwikkelen van nieuw beleid. Monissen: ‘We gaan methoden op hun merites beoordelen, best practices naar voren schuiven en samenhang aanbrengen.’ De aandacht richt zich allereerst op bestuurders. Volgens de Taskforce moeten zij veiligheid bovenaan de agenda plaatsen.
Scharloo: ‘Bestuurders moeten afstappen van het idee dat het om incidenten gaat. Gezien de cijfers weten we dat het een structureel probleem is, dus daar moet je beleid op hebben. En dan versta ik onder beleid niet: wat doe ik als er iets gebeurt? Je moet je hele bedrijfsproces doordenken om te bepalen waar de risico’s zitten.’

Geld
Monissen: ‘Het begint met bewustwording bij bestuurders. Het water stroomt nu eenmaal van boven naar beneden. Zij moeten in het jaarplan vastleggen hoe de preventie en de signalering plaatsvinden en hoe er wordt behandeld. Daar hoort ook een bedrag bij, al gaat het niet om veel geld.’
Scharloo: ‘Als zorgaanbieders hetzelfde geld zouden uitgeven aan preventie van seksueel misbruik als aan bedrijfshulpverlening, dan zouden we veel kunnen doen. Als ik in een instelling kom, is negen van de tien keer een aantal mensen niet aanwezig omdat ze BHV-training hebben. Dat heeft wel prioriteit. Ik kom vaak bij Avelijn. Daar heeft de bestuurder een aantal jaren geleden in zijn doelstelling opgenomen dat ze het aantal gevallen van seksueel misbruik willen terugbrengen. Daar heeft hij een proces op ingericht en dat loopt!’
De Taskforce gaat de verbeteringen op het gebied van mishandeling en misbruik monitoren en onder de aandacht brengen tijdens De Week van de Kinderen Veilig, die in het najaar plaatsvindt. Monissen: ‘Die week moet een demonstratie worden van de vastbeslotenheid in de verschillende sectoren die werken met jeugd om seksueel misbruik en kindermishandeling terug te dringen. We hopen dat het een vlootschouw wordt van wat er op een goede manier binnen de organisaties gebeurt.’
Gaat Monissen haar functie als zorgverzekeraar ook inzetten om verbeteringen te stimuleren? ‘Ja’, zegt ze, ‘in de contractering van zorgorganisaties gaan we dit als agendapunt meenemen. We gaan vragen: heeft u hier beleid op? Wat doet u aan signalering? Heeft u behandelprotocollen? Als u dat nu nog niet heeft, zorgt u er dan voor dat u het volgend jaar wel heeft?’
Op de vraag of andere verzekeraars dit voorbeeld zullen volgen, zegt Monissen: ‘Dat zou best kunnen. Wij waren bijvoorbeeld ook de eerste zorgverzekeraar die begon met het integraal inkopen van ggz-zorg, vanuit de zorgverzekeringswet en de AWBZ. VWS vond dat zo interessant dat ze hier zijn komen kijken, dus dat gaan vast meer verzekeraars doen. Hetzelfde geldt voor maatschappelijk ondernemen: Ik was één van de initiatiefnemers tot het manifest. Dat is ook door anderen overgenomen.’

Douchen
Volgens Scharloo is er behalve voor bestuurders ook voor professionals werk aan de winkel. ‘Zeker in de bejegening liggen enorme kansen voor verbetering van de preventie van seksueel misbruik’, zegt ze. ‘Vaak wordt de privacy stelselmatig geschonden. Wat ik bijvoorbeeld verschrikkelijk vind, is dat Jan en alleman cliënten mag douchen, zeker als zij van lager niveau zijn. Cliënten moeten zich uitkleden voor begeleiders van wie de manager nog niet eens weet of hij hen in dienst wil houden. Dat zijn zulke schendingen van de privacy! Als je dat je hele leven meemaakt, hoe kun je dan nee zeggen tegen iemand die net iets verder gaat? Laten we afspreken dat iemand pas cliënten mag douchen als hij een half jaar in dienst is. Vaak wordt me gezegd dat het organisatorisch niet mogelijk is, maar er zijn instellingen die het al hebben ingevoerd.’
Scharloo wijst ook op de rol van stagiaires. ‘Cliënten moeten zich ook door hen laten uitkleden, aanraken en wassen. Er wordt me altijd gezegd dat studenten dit nu eenmaal moeten leren. Dan zeg ik: dan leren ze het maar op elkaar. Maar o nee, dat kan dan niet, vanwege de privacy! Er moet een herwaardering van de persoonlijke verzorging plaatsvinden. Het is nu het laagst gewaardeerde klusje. Laten we het tot een eer maken, dat je toegang krijgt tot het lichaam van een cliënt. Als instellingen zeggen: studenten gaan bij ons niet meer leren cliënten te douchen, dan druppelt dat ook door naar de opleidingen. Dan gaan die er ook over nadenken.’
Monissen: ‘Opleidingen moeten studenten leren dat je dat niet kunt doen.’
Scharloo:  ‘En anders moet er vanuit het werkveld worden gezegd: dat willen we niet meer, want dat is niet goed voor de weerbaarheid van onze cliënten.’
Slotvraag: wanneer beschouwen we de activiteiten van de Taskforce als geslaagd?
Monissen: ‘Als organisaties in 2016 een duidelijk beleid hebben. Als we weten welke best practices er zijn en als er goede behandelprogramma’s zijn. We hopen dat er in 2016 beduidend minder slachtoffers van kindermishandeling en seksueel misbruik zijn. Dat geldt ook voor kinderen met een beperking.’

KADER
Jan van Hoek: ‘Er valt nog veel te doen’

‘Zorgaanbieders zijn zich er goed van bewust dat seksueel misbruik bij mensen met beperkingen vaker voorkomt dan bij anderen’, zegt Jan van Hoek. Hij is bestuurder van Ipse de Bruggen en bestuurslid van de VGN. Hij wijst erop dat de VGN een handreiking heeft opgesteld voor de aanpak van seksueel misbruik, waarvoor veel belangstelling bestaat.
Van Hoek: ‘Ik hoor van collega’s dat zij druk bezig zijn met preventie, signalering en behandeling. Dat wil niet zeggen dat we overal klaar mee zijn. Ook bij situaties binnen mijn eigen organisatie merk ik nog regelmatig dat handelingsverlegenheid een rol speelt als het gaat om seksualiteit, dus er valt nog veel te doen.
Volgens Van Hoek is het niet nodig dat verzekeraars zelf vragen over dit onderwerp gaan bedenken om bij het contracteren van zorgaanbieders te stellen, want het maakt al deel uit van het Kwaliteitskader Gehandicaptenzorg. En hij is het ‘volledig eens’ met Aafke Scharloo als het gaat om de ondersteuning in de persoonlijke levenssfeer. ‘Die moet bij voorkeur plaatsvinden door mensen die cliënten kennen en die bovendien goed kunnen omgaan met afstand en nabijheid.’

Deze pagina is een onderdeel van: