Achtergrond

Liefdevol en verbonden

Gentle Teaching wordt wereldwijd steeds vaker toegepast bij mensen die zich moeilijk laten begeleiden. In oktober komen beoefenaars in Nederland samen. Voorafgaand aan dit congres maken we bij Prinsenstichting kennis met deze manier van werken

Jason Stapper tuurt, achterstevoren zittend op de bank, naar de keuken, waar begeleider Roy Hersilia van Prinsenstichting bij het aanrecht staat. ‘Hamburgers!’, roept de kok-van-de-dag. Jason zakt met een tevreden gezicht terug op zijn zitplaats voor de tv. Op de andere bank houdt begeleider Bob van Houten hem in het oog. Hoewel de ontspannen sfeer anders doet vermoeden, is dit een woongroep voor ‘gedragsmoeilijke’ cliënten. ‘Toen Jason hier net was, droegen we rugbyshirtjes omdat hij ons steeds vastgreep. Hij zat ook vaak op zijn kamer. Nu kunnen we rustig samen in de huiskamer zitten. Ja! Een tijger!’
De laatste woorden zijn gericht aan Jason. Die heeft als commentaar op Bassie en Adriaan een vinger tussen zijn kiezen gestoken, grijnzend naar zijn begeleider. ‘Een tijger, met grote tanden’, verduidelijkt Van Houten. Hij onderbreekt zijn verhaal over Gentle Teaching, de begeleidingsmethode bij Prinsenstichting, bij elk geluid en gebaar van Jason: ‘Mooi hè, lekker zwemmen! Met het vliegtuig, jongen toch! O jee, een bom?’ Aanwezigheid is een belangrijk element in Gentle Teaching, legt hij uit. ‘Door te antwoorden op zijn gebaren laat ik weten dat ik er voor hem ben en hem versta.’

Veilig en geliefd
Prinsenstichting maakte in 1997 kennis met Gentle Teaching, heeft orthopedagoog Simone Schipper die ochtend verteld. De organisatie consulteerde de Amerikaanse grondlegger John McGee - destijds toevallig in Nederland - over een cliënt die ‘nogal was vastgelopen’. Waar andere deskundigen geen raad wisten, maakte McGee contact met de cliënt. ‘Het werk dat hij deed had zulke mooie resultaten, dat we ermee verder zijn gegaan’, zegt Schipper. Zij reisde in 2004 met een collega naar Amerika voor scholing, om vervolgens trainingen aan collega’s te kunnen geven. Sindsdien is de methode verspreid over de hele organisatie.
Het doel van Gentle Teaching is dat cliënten zich veilig, geliefd, liefdevol en verbonden voelen. Cruciaal daarvoor is een goede band met de begeleiders. Schipper: ‘Gentle Teaching is een relatiegerichte manier van werken, in tegenstelling tot meer gedragsturende technieken. Als iemand boos wordt of gaat slaan, ben je snel geneigd in de beheersing te schieten. Maar er zit vaak heel veel angst achter. Vanuit Gentle Teaching is de reactie: wat kan ik doen om iemand zich weer veilig te laten voelen?’ Ook het afwenden van direct gevaar gaat zo vriendelijk mogelijk: niet aan de cliënt trekken, maar hem met een hand op de schouder ergens heen leiden. Of een slabeweging wegleiden in plaats van de arm te pakken.
Aanwezigheid is een van de vier ‘leermiddelen’ die begeleiders inzetten. Schipper: ‘Stel dat een cliënt gewend is dat iedereen wegrent zodra hij gaat schreeuwen. Als ik vriendelijk blijf zitten, laat ik weten: ook als jij het moeilijk hebt, blijf ik bij je. Dan kan iemand gaan leren dat je ook anders kunt omgaan met problemen, bijvoorbeeld door hulp te vragen.’ De andere leermiddelen zijn ogen, handen en stem: oogcontact maken, mensen aanraken, niet dominant praten. Ook wát de begeleider zegt doet ertoe: ‘Zeggen wat mensen goed doen, praten over emoties. Het gaat in alles om afstemmen op de persoon.’

Emotionele groei
Het ‘vriendelijke leren’ heeft bij Prinsenstichting geleid tot een daling van agressie en dwangmaatregelen. Minstens zo belangrijk is de ‘mooie emotionele groei’ die cliënten doormaken, aldus Schipper. ‘De cliënt met wie McGee werkte, kon destijds alleen maar boos zijn. Nu kan hij vertellen wat hij voelt – blij, verdrietig, gespannen – en hoe dat komt. We leren mensen ook wat je doet als je iemand aardig vindt: knuffelen, aanraken. Daardoor zie je mooie dingen gebeuren, zoals mensen met autisme die spontaan handen gaan geven.’ De orthopedagoog vindt dit kenmerkend voor Gentle Teaching. ‘In andere methoden stelt de begeleider zich ook vaak liefdevol op, maar wordt dat bij de cliënt minder gestimuleerd. Volgens Gentle Teaching is wederkerigheid nodig om volledig mens te kunnen zijn.’
Cliënten aanraken is voor begeleiders vaak een grote stap. Zij zijn geschoold in ‘professionele afstand’ en vrezen soms ook ongewild grenzen te overschrijden. ‘Begeleiders moeten leren aanraking op een bewuste manier in te zetten: wat is veilig, wat onveilig? Juist omdat je het expliciet maakt, is er minder risico op grensoverschrijding. En voor cliënten geldt: als je ze nooit aanraakt, weten zij niet hoe ze invulling moeten geven aan lichamelijk contact. Ik zie aanraking juist als preventie van grensoverschrijdend gedrag.’

Klik zoeken
Bob van Houten vertelt dat hij veel lichamelijker is geworden. ‘Als je naast iemand gaat zitten en een hand op zijn schouder legt, komt dat heel anders over. Ik neem cliënten ook wel op schoot, net zoals je zou doen met baby’s.’ Zijn collega Jesse van de Horst komt binnen. Hij is terug van een fietstocht met bewoner Peter Schuster naar het stadscentrum van Purmerend. ‘Peter ziet fietsen nu helemaal als training’, lacht de gespierde begeleider. ‘“Goed voor de beenspieren”, zegt hij steeds.’ Vroeger had Peter een hekel aan fietsen, maar Van de Horst heeft een sportieve snaar geraakt bij de Ajax-fan. ‘Je zou het niet zeggen als je hem ziet, maar Jesse traint heel veel’, grapt zijn collega. ‘Via de sport heeft hij een klik met Peter. Zo zoek je allemaal je eigen klik met cliënten. De mijne is vaak muziek.’  
Peter wandelt de huiskamer in. Alsof hij tegen een kleuter praat, zegt hij tegen Jason: ‘Lekker! Straks patat en hamburgers!’ Van Houten vraagt of hij ook wat wil vertellen over Gentle Teaching, maar daar heeft hij nu geen zin in. Peter heeft zijn draai helemaal gevonden in deze groep, waar zijn verstandelijk niveau en leeftijd hoger zijn dan van de medebewoners. Met leeftijdgenoten kreeg hij altijd conflicten. Van Houten: ‘We hebben expres gekozen voor een groep waar hij bovenaan kan functioneren. Daarbij gedijt hij heel goed. Je ziet hoe hij zorgt voor Jason.’

Eigen dagindeling
Zo zit het afstemmen op de persoon in talloze grote en kleine dingen. Als Cliff Blokland thuiskomt van de dagbesteding, wisselen de begeleiders een handklapje met hem uit en laten hem verder met rust; hij moet eerst bijtrekken. Met Xena Paulussen, die ook binnenkomt, maakt Van Houten juist een praatje: ‘Hé meis, heb je een leuke dag gehad?’
Elke cliënt heeft een eigen dagindeling. Cliff en Xena gaan naar een dagbestedingscentrum, terwijl Peter daar alleen ’s morgens is. Huisgenoot Martin Eerbeek ligt het liefst op bed. Jason doet activiteiten met de woonbegeleiders. Bij de zorgorganisatie waar hij hiervoor woonde, had hij een strak programma. ‘Wij kregen te horen dat hij lastig was, want in plaats van te puzzelen keek hij steeds naar buiten’, vertelt Van Houten. ‘Wij zijn gaan kijken wat hij daar zo interessant vond. Hij houdt van buiten spelen, dus dat doen we vaak.’
Bob van Houten heeft niet altijd meebewogen met cliënten - naar eigen zeggen heeft hij jarenlang met ze gevochten. Hij vond Gentle Teaching aanvankelijk maar niks. ‘Ik zette me ertegen af: gaan we opeens knuffelen? Mijn houding was: ik bepaal hier de regels.’ Dat hij toch een omslag maakte, was omdat hij ‘het vechten beu’ was. ‘Toen ik ermee stopte, stopten de cliënten ook. Het bleek dat ze al die tijd tegen míj vochten.’ Niet dat agressie helemaal tot het verleden behoort. Eén van de begeleiders zit zelfs geblesseerd thuis door een schop tegen haar knie.
Belangrijk is vooral om agressief gedrag niet op te vatten als falen, zegt Van Houten. ‘Anders neem je die frustratie mee naar de volgende dag en zul je net wat meer kortaf zijn. Dat voelen cliënten meteen. Je moet er elke dag honderd procent voor hen zijn.’ Zelfreflectie is daarvoor noodzakelijk: ‘Je moet je eigen zwakheden kennen en je ook kwetsbaar kunnen opstellen naar collega’s: Ik voel me vandaag niet zo stevig, wil iemand anders gaan wandelen met deze cliënt?’

Overgangen verzachten
Daarnaast hebben de begeleiders zo hun ‘trucs’ om escalaties te voorkomen. Bijvoorbeeld bij overgangen van de ene naar de andere activiteit, vaak een moeilijk moment voor cliënten. Het loopt inmiddels tegen half vijf, de etenstijd van Jason, Xena en Cliff. Martin zal om vijf uur alleen eten, Peter om half zes met de drie begeleiders, zodat hij exclusieve aandacht krijgt. Van Houten vraagt of Xena zijn gitaar wil pakken. Hij zet de tv uit en posteert zich bij Jason op de bank. Zichzelf begeleidend op de gitaar zingt hij: ‘De tijger, de tijger, heeft hele grote tanden…’ Op gebaren van Jason improviseert hij verder over zwembroeken, parasolletjes en apen. Na elk liedje krijgt hij een omhelzing van de jongen, die de tv vergeten lijkt te zijn.
Aan tafel blijft Van Houten dichtbij Jason, terwijl Xena en Cliff zelfstandig eten. Na het toetje lokt hij de jongen gitaarspelend naar diens kamer. Eenmaal daar begint Jason al snel boos te bonken op de driekwart deur van zijn kamer, waar hij overheen kan kijken. Hij doet een uitval naar het haar van Van Houten, die aan de andere kant van de deur staat. Deze trekt zijn hoofd wat terug en zegt kalm: ‘Ja lieverd.’ Als Jason zijn handen op de deurrand legt, legt de begeleider de zijne eroverheen.
Een paar minuten later keert Bob van Houten terug in de keuken: ‘Jason is weer gerustgesteld, hij ligt op bed met zijn duim in zijn mond.’ De laatste ronde aan de eettafel breekt aan. Peter loopt binnen terwijl de verslaggever zich klaarmaakt voor vertrek. Hij lacht en zegt: ‘Geef de moed niet op, voor Gentle Teaching ga je naar Bob!’

Zideris: train ook het ondersteunend personeel

Zideris werkt volgens de principes van Gentle Teaching sinds 2010. Niet alleen begeleiders krijgen er scholing in, maar ook het ondersteunend personeel. ‘Facilitair medewerkers komen in de woningen. En op het terrein en in het kantoor kom je ook cliënten tegen’, zegt senior-beleidsondersteuner en Gentle-Teaching-trainer Yvonne Haenen. ‘Bovendien willen we ook als collega’s respectvol, warm en ondersteunend zijn en elkaars kwaliteiten zien.’

Teams van begeleiders hebben elk jaar een verdiepingsbijeenkomst, veelal rond een lastige praktijksituatie. ‘Bijvoorbeeld dat iemand élke dag heel veel aandacht vraagt, terwijl er meer cliënten zijn. Dat geeft begeleiders een gevoel van onmacht. Het is belangrijk daarmee te leren omgaan: accepteren dat je onmacht voelt en de dingen die je wél kunt doen, met zoveel mogelijk aandacht doen. Het belangrijkste is dat je verder kijkt dan het gedrag en ziet wat de persoon echt nodig heeft.’

Sinds drie jaar voeren Haenen en collega-trainers ook audits uit. Ze observeren een dag lang interacties en geven daarna feedback. Teams krijgen elke vier jaar een audit. Ze kunnen verbeterpunten zelfstandig aanpakken of inbrengen in de verdiepingsbijeenkomst. Haenen: ‘We horen van teams dat ze door de audit weer verder komen. Soms zie je zelf niet wat er nog anders kan.’

Congres Gentle Teaching

De internationale conferentie over Gentle Teaching is dit jaar in Nederland van 1 tot 3 oktober. Organisatoren zijn Prinsenstichting, Zideris en Stichting Gentle Teaching Nederland. Ook voor de ouderenzorg en het speciaal onderwijs zijn er workshops. Want, zegt orthopedagoog Simone Schipper van Prinsenstichting: ‘Gentle Teaching is niet alleen geschikt voor de gehandicaptenzorg. Ook mensen met dementie of bijvoorbeeld psychiatrische aandoeningen kun je leren zich veilig en geliefd te voelen.’

> GTI2018.NL

Foto's: Stijn Rademaker