Een belediging van jewelste, natuurlijk, maar het heeft ook een tragikomisch effect als mensen zo onomwonden hun vooroordelen eruit floepen. En qua eerlijkheid wint de term het in elk geval van de ergerlijke eufemismes die in politiek Den Haag veld winnen.

Zo gaat het kabinet de sociale werkplaatsen drastisch uitdunnen om voor die cliënten ‘de toegang tot de reguliere arbeidsmarkt niet meer te blokkeren’. Alsof de softies van de zachte sector hun klantjes afhouden van banen waar popelende werkgevers mee staan te zwaaien. De bijstand gaat ook al fors omlaag ‘om mensen te stimuleren weer aan het werk te gaan’. Terwijl de kansrijken uit die hoek al lang aan het werk zijn en de overigen nagenoeg onbemiddelbaar zijn. Het is een manier van praten die George Orwell in 1984 heeft gemunt als Newspeak: politiekcorrecte praatjes die onwelgevalligheden toedekken.
Een heel bekend eufemisme heeft gehandicapten stapsgewijs opgewaardeerd van ‘mensen met beperkingen’ tot ‘mensen met mogelijkheden’. Die mooipraterij klinkt sympathieker dan ze is. Ze maakt werkende of anderszins actieve gehandicapten tot helden, en mensen met weinig mogelijkheden tot slapjanussen en losers. Daar sta je dan met je zwakke spieren, kortsluiting in je hoofd en je broze botten: een onmogelijke burger.
Het is veel helderder om het weer over ‘mensen met beperkingen’ te hebben. Niet omdat gehandicapten en chronisch zieken halfjes zouden zijn, maar omdat het leven en de maatschappij hen nu eenmaal met veel beperkingen opzadelen. Het is lastig als je niet goed kunt lopen of praten of nadenken, zeker als de arbeidsmarkt daarom maar beperkt zin in je heeft en allerlei drempels en valkuilen je voortdurend de weg of de toegang versperren en je budget krapper wordt en je sociale zekerheid ook nog eens wordt ingekrompen.
Een maatschappij met mogelijkheden voor mensen met beperkingen: daar moeten we heen.