Achtergrond

‘Onze medewerkers zijn wel/niet voorbereid op de Wmo’

Is de professional in de gehandicaptenzorg voorbereid op de Wmo en de nieuwe gemeentelijke jeugdwet? Op die vraag kwamen vrijdag tijdens een ledenbijeenkomst van de VGN over ‘De professional in het nieuwe sociale domein’ zeer uiteenlopende antwoorden. De een vindt van niet, de ander van wel.

Zelfs medewerkers uit dezelfde organisatie kijken verschillend tegen de vraag aan. Cees van der Lee van Novo: ‘We hebben de medewerkers met de juiste kennis en kunde wel in huis, maar ze zijn nog niet afgelakt. Mensen doen datgene waarop ze worden aangestuurd. Nu worden ze nog beloond voor het wegzetten van zo veel mogelijk uren, straks moeten ze zichzelf overbodig maken.’ Zijn collega Susan Langeveld denkt dat de nieuwe medewerkers van buiten moeten worden aangetrokken.

De ledenbijeenkomst was bedoeld voor hoofden P&O en opleiding en Wmo-projectleiders van organisaties voor gehandicaptenzorg. ‘We willen de expertise van deze twee gebieden met elkaar verbinden en zo tot een beeld komen van wat een medewerker binnen het nieuwe sociale domein moet kunnen en kennen’, zegt senior beleidsmedewerker Marjon Gerts in haar inleiding. ‘Samen met het veld willen we een beeld krijgen van de nieuwe medewerker, en nadenken over de eisen die dat stelt aan (bij)scholing en werving.’ 

Flexibel
Over de taken en vaardigheden van de professional in het nieuwe sociale domein was meer eensgezindheid: hij moet flexibel zijn. Een netwerker. Hij moet ook uitgaan van de kracht van de cliënt en diens netwerk. ‘Er wordt te snel gezegd: deze cliënt heeft geen netwerk. Maar dat kun je als begeleider ook mede vormgeven’, zei zorgposthoofd Marieke Drent van Novo.

De bijeenkomst begon met een algemene introductie van de kabinetsplannen door projectleider Wmo Monique van der Meulen. Zij gaf aan dat het nog niet helemaal duidelijk is wat de grotere rol van gemeenten in de gehandicaptenzorg betekent voor organisaties en medewerkers. Senior beleidsmedewerker Hans Timmerman liet zien dat het competentieprofiel in de gehandicaptenzorg goed aansluit bij de nieuwe situatie. Nely de Munnik van Middin vertelde dat de organisatie in Rotterdam al ervaring heeft met de nieuwe professional.

Vervolgens gingen de deelnemers zelf aan de slag met een tekening van de nieuwe professional. De ene groep tekende een schaap met vijf poten, de andere groep een spin in het web. Weer een andere groep maakte een portret van een medewerker met een warm kloppend hart en talloze vaardigheden in een soort tentakels op zijn hoofd. Bij elkaar zo’n twintig tekeningen en veel inspiratie. Mireille Henderson en Corine van Die van Syndion kozen voor een mindmap met in het midden de professional. ‘Waarom doe je dat?’ vraagt Mireille. ‘Gewoonte’, antwoordt Corine. Ze vervangt het woord door cliënt, streept dat ook weer door en schrijft dan burger. ‘Al doende leert men’, zegt ze lachend.

Tot slot van de bijeenkomst relativeerde Frank Peters van het bureau KBA de discussie door te stellen dat andere taken niet meteen om nieuwe competenties vragen. ‘De kracht van een goed competentieprofiel is dat het nieuwe ontwikkelingen kan doorstaan. Bovendien kunnen medewerkers in de nieuwe setting beter tot hun recht komen.’ Peters heeft meegewerkt aan het opstellen van de competentieprofielen van de VGN. Het gaat er volgens hem meer om hoe de professional zijn werk doet. ‘Doe je werk gewoon goed en laat je niet opjagen’, drukte hij de zaal op het hart.

De VGN overweegt om een nieuw, verdiepend profiel voor de nieuwe professional verder inhoud te geven. De imput van deze themadag zal daarbij worden gebruikt.