Achtergrond

Sociaal puzzelen

Hoe breng je mensen met verschillende zorgvragen, maar ook met elk hun eigen talenten, bij elkaar in een buurtnetwerk? Evelien van der Niet en Erwin Wieringa stimuleren dat mensen zelf verbindingen met elkaar aangaan. ‘Het lijken puzzelstukjes die bij elkaar horen.’

Het is een vrolijke drukte in het door het Leger des Heils opgerichte buurtsteunpunt, Bij Bosshardt genaamd, in de wijk Heseveld in Nijmegen. Een stuk of vijftien vrouwen drinken er koffie in de huiskamer, wisselen verhalen uit en werpen een blik op de tweedehands kleding die er te vinden is. Vanuit deze plek is ook verhalenverzamelaar Evelien van der Niet onlangs aan het werk gegaan, om samen met kwetsbare jongeren te werken aan sociale integratie. Ook aanwezig is adviseur Erwin Wieringa, die het project leidt. ‘Er wordt vaak over gepraat hoe de zorg de samenleving kan helpen’, zegt Wieringa. ‘Wij onderzoeken hoe de samenleving de zorg kan helpen.’ Van de Nederlandse Stichting voor het Gehandicapte Kind (NSGK) kregen ze een ‘vrijbrief’: een subsidie om op vijf plaatsen in Nederland mensen met elkaar in contact te brengen. Uiteindelijk moet dit eraan bijdragen dat jongeren met een beperking een plek in de samenleving vinden waar zij zich waardevol en veilig voelen. Ook andere groepen kunnen erbij worden betrokken. Op een gezamenlijke bijeenkomst wordt voor ieder project een ‘Big Plan’ gemaakt, een collectief toekomstplan. Van der Niet en Wieringa zijn begonnen in Heseveld en in Leidsche Rijn en gaan binnenkort ook in Amsterdam aan de slag. De twee andere plekken zijn nog niet bekend, maar belangrijk is dat de situaties zoveel mogelijk van elkaar verschillen. In Leidsche Rijn is de welzijnsinstelling Doenja Dienstverlening betrokken bij het project, in Amsterdam zullen dat ouders zijn en hier in Heseveld wordt samengewerkt met organisaties zoals Pluryn (gehandicaptenzorg), Tandem (welzijn), het Zelfregiecentrum (belangenbehartiging) en MEE.

Niet vanuit de zorg
De zorgverlener doet daarbij in eerste instantie wel een stapje terug, legt Wieringa uit. ‘Vanuit de zorg kun je niet de samenleving organiseren. Dat geeft alleen maar druk. Dat geldt ook voor de overheid. Als die begint over de participatiesamenleving levert dat alleen maar irritatie op.’ Uiteindelijk moeten de activiteiten ertoe leiden dat er Keyrings ontstaan. Dat zijn groepen van acht tot tien mensen die op loopafstand van elkaar wonen en elkaar minimaal eenmaal per week ontmoeten. Ze houden in de gaten hoe het met de anderen gaat en stellen waar nodig hun talenten voor elkaar beschikbaar. Zo’n netwerk geeft veiligheid door verbinding. Een vrijwilliger stimuleert de voortgang en de groep zelf bepaalt waarvoor eventueel professionele ondersteuning moet worden ingeroepen. In Engeland is al veel ervaring opgedaan met deze  Keyring-methode, hier in Nijmegen is de term omgedoopt in WijKring. Het project verkeert nog in de pioniersfase. Voordat WijKringen kunnen worden gevormd, wordt eerst gekeken wat voor krachten in de wijk aanwezig zijn. Daarbij wordt gebruik gemaakt van nog een ander buitenlands concept, de Asset-Based Community Development (ABCD) van John McKnight uit Chicago. Om die assets of talenten op te sporen, is Van der Niet samen met jongeren die wonen in een trainingshuis voor mensen met NAH, van Pluryn, begonnen met het verzamelen van verhalen. ‘Verhalen brengen mensen samen’, zegt ze. ‘Ze maken netwerken zichtbaar. De jongeren verzamelen de verhalen zelf, bij mensen die zij zelf uitkiezen. Zo kunnen ze ook kennis maken met mensen van buiten de kring van hulpverleners en medecliënten.’ De verhalen komen voort uit vragen die de jongeren hebben en worden gepresenteerd aan een klein door henzelf gekozen publiek. Hoe is het om kunstenaar te zijn? Wat doet de wijkagent in zijn vrije tijd? Hoe raak je, bijvoorbeeld als je syndroom van Down hebt, je stigma kwijt?

Bij elkaar zoeken
Een van de vrouwen die aan tafel koffie heeft gedronken, zegt Van der Niet even gedag. ‘Die vrouw helpt mij nu al’, zegt ze. ‘Zij is een alleenstaande vrouw met vijf kinderen en zij is heel goed in lijstjes maken en administratie bijhouden. Iets waar ik zelf niet zo goed in ben. Mensen willen graag iets voor elkaar doen. Ik heb ook al een heel bruisende buurtgenoot ontmoet, Rien Groenewegen, die zelf anderhalf jaar geleden een herseninfarct heeft gehad en die heel goed als vrijwilliger bij een Keyring kan worden betrokken.’ En dan komt Sascha Stoffelen van Pluryn ook even langs. Ze heeft gehoord dat Wieringa en Van der Niet er zijn. Stoffelen coördineert innovatieve projecten. ‘Verschillende organisaties geven in deze wijk ambulante ondersteuning’, vertelt ze. ‘Soms hebben mensen maar weinig ondersteuning nodig, maar wel op het juiste moment. We zoeken een model waarin dat mogelijk is. Maar als we dat zelf gaan ontwikkelen, krijgen we meer van hetzelfde, terwijl we willen leren. Je ziet nu overal professionals de wijk in gaan, maar ik ben nieuwsgierig wat er uit mensen zelf komt.’ ‘Ik zie het meer als een beweging dan als een model’, zegt Van der Niet vriendelijk. ‘Je begint door mensen bij elkaar te zoeken van wie je energie krijgt. Mensen met en zonder beperking.’ ‘Het zijn op dit moment vooral de professionals die klagen dat ze vastlopen’, reageert Wieringa. ‘We komen op het moment nauwelijks toe aan ons werk, omdat we iedere dag gebeld worden door mensen die benieuwd zijn wat we aan het doen zijn.’ Op de vraag welke rol de professionals in de toekomst zullen krijgen, antwoordt Wieringa: ‘Als een jongere drugs gebruikt, is het veel effectiever als iemand uit zijn eigen kring hem adviseert om daarmee te stoppen, dan dat een begeleider dat doet. Daarna kan zo iemand dan wel met hem op zoek gaan naar een afkickprogramma dat professioneel wordt begeleid.’ Het beste voorbeeld van wat mensen in de wijk voor elkaar kunnen betekenen geeft Sacha Stoffelen: ‘Ik ken iemand met een lichamelijke beperking die een koeriersbedrijf heeft opgezet, maar zelf niet kan lezen. Nou heeft hij iemand ontmoet die niet naar buiten durft. Die helpt hem nu met het lezen van zijn e-mail. Het lijken puzzelstukjes die bij elkaar horen.’

Slachtofferrol
En dan komt ook Rien Groenewegen even langsfietsen. Voordat hij anderhalf jaar geleden een herseninfarct kreeg was hij directeur van een stichting die mensen uit verschillende culturen samenbrengt. Nu wil hij zijn talenten inzetten als vrijwilliger voor jongeren met niet-aangeboren hersenletsel. Hij vertelt graag zijn verhaal. ‘De manier waarop de zorg is georganiseerd draagt ertoe bij dat mensen in een slachtofferrol kruipen’, zegt hij. ‘Mijn revalidatieartsen wilden niet dat ik zou gaan kamperen. Toen ik terugkwam, zeiden ze: ga maar weer kamperen, want dat doet je meer goed dan wat wij kunnen bieden. Ook wilden ze dat ik in een scootmobiel ging rijden, in plaats van op een ligfiets. Maar dan krijg je veel sneller het stempel van een gehandicapte. Het rare is: terwijl sporttherapeuten overal problemen zien, deed op mijn tafeltennisclub niemand moeilijk. Mannen van boven de vijftig mankeren allemaal wel iets. Het proces dat we hier nu gaan doen, lijkt me heel leuk. Ik help mensen met wie ik een klik heb graag om uit hun slachtofferrol te komen. Voor jongeren met niet-aangeboren hersenletsel kan de samenleving bedreigend zijn. Ik zal ze uitdagen het onbekende te gaan doen en hun dromen te realiseren. We gaan samen het avontuur aan.’

Erwin Wieringa is onafhankelijk belangenbehartiger van mensen met een beperking, ‘creatief meedenker’ en oprichter van Stichting De Toekomst, die zich bezig houdt met Persoonlijke Toekomst Plannen. Van der Niet leerde hij kennen toen hij in opdracht van Pameijer in Rotterdam een boek schreef over inclusie, Ondertussen. Zij werkte daar als kwartiermaker.

KeyRing is in Engeland ontwikkeld voor groepen mensen die zelfstandig willen wonen maar dat vanwege verstandelijke of psychische beperkingen niet alleen kunnen. www.keyring.org.
Meer informatie over Asset-Based Community Development (ABCD) van John McKnight: www.canonsociaalwerk.eu/int/index.php onder Internationaal/Internationale denkers/1993