‘Ik ben van Turkije, dat is geen Nederland’, zegt Levent Barlas (42). ‘Ik houd van dingen die in de koekenpan gebakken zijn.’ Met zijn vingers in de lucht laat hij zien wat je met een aardappel kunt doen. In dunne schijfjes snijden, daarna in de olie.

Met twee andere mannen woont hij op een kleine afdeling op Sterrebos, een terrein van S&L zorg in Roosendaal. Het liefst zou hij zelf koken, drie keer per week voor de hele groep, maar Sterrebos heeft een centrale keuken. Het eten dat daar vandaan komt is ‘wel lekker’, het wordt opgewarmd in de oven van de woning. Maar de groente vindt hij te zacht. Fluisterend: ‘Soms gooi ik die weg.’
Zomers fietst hij iedere dinsdagavond naar zijn kookclub, ’s winters komt er een taxi. Daar leert hij dat je groente ook in bladerdeeg in de oven kan zetten. ‘Spinazie wordt dan zacht genoeg.’ En soms kookt hij toch. Dan maakt hij Turkse friet voor de groep, met yoghurt met knoflook en met courgette of aubergine.
Van praten met Levent krijg je trek. ‘Laten we de schalen gewoon op tafel zetten’, zegt hij, als ze uit de oven komen. Tijdens het eten verzint hij raadseltjes.
‘Het is groen en het is zacht.’
‘Kermit de Kikker?’
‘Nee, nog twee keer raden.’