Achtergrond

Wie komt er in zijn kracht?

Meer dan anderhalf jaar geleden is een aanzienlijk aantal zorgtaken overgeheveld naar de gemeenten. Lokale overheden zijn daarmee verantwoordelijk geworden voor een belangrijk deel van de ondersteuning van kwetsbare burgers. Dit onder het adagium: dichterbij is beter. 

Gemeenten, zo is de aanname, kennen hun burgers goed en kunnen dus ondersteuning op maat geven.  Dit betreft overigens ook 2,5 miljoen burgers met een licht verstandelijke beperking of zwakbegaafdheid. Burgers die meer en meer moeite hebben om zich staande te houden in onze snelle en complexe samenleving.

Beleidsintenties zijn zoals gewoonlijk altijd volgeladen met goede bedoelingen. Maar ook vele perfecte plannen zijn in schoonheid gestorven zonder dat de toegevoegde waarde zichtbaar werd. Wat is er tot nu toe uitgekomen van deze belofte van nabijheid? En waarom blijven de lokale beleidsmakers zo enthousiast en professionals in wijkteams zo positief?

Dat de toegevoegde waarde nog niet evident is, bleek recent uit de tussentijdse resultaten van een studie van de Universiteit voor Humanistiek en de Universiteit van Amsterdam. Meer dan tweehonderd keukentafelgesprekken werden bijgewoond, vele burgers werden geïnterviewd en sociale netwerken en wijkteams werden geanalyseerd. De voorlopige conclusie is helder en ook bitter: de toegevoegde waarde kan nog niet worden aangetoond.

Volgens de onderzoekers komen door de decentralisaties vooralsnog de gemeenten zelf in hun kracht en niet de burgers. Burgers participeren niet meer en professionals blijven (gelukkig) zorgzaam. Het zijn namelijk vooral kwetsbare burgers die aankloppen bij de sociale wijkteams. Burgers ook met een beperkt of overbelast sociaal netwerk. Daarnaast blijft de systeemdruk hoog. Wijkteamleden zijn zeventig procent van hun tijd met administratie en dertig procent met zorg bezig. Tenslotte is de samenwerking tussen zorg en welzijn zeer beperkt. Er is dus nog veel voor verbetering vatbaar. Als we de belofte van onze politici willen waarmaken zal er nog veel werk verzet moeten worden.