Een jaar gehandicaptenzorg: van algoritmes naar een compleet andere wereld
Naar aanleiding van de serie '100 Dagen in de gehandicaptenzorg' blikt Olga Martens, senior beleidsadviseur bij de VGN, terug op haar eigen kennismaking met de sector. Lees hier over haar ervaringen en wat de gehandicaptenzorg haar het afgelopen jaar heeft geleerd.
Op 1 oktober vorig jaar begon ik aan een avontuur waarvan ik niet wist hoe groot het zou zijn. Na 28 jaar in de technologiesector verruilde ik dashboards en digitale transformaties voor een wereld die voor mij grotendeels onbekend was: de gehandicaptenzorg.
Inmiddels ben ik bijna een jaar onderweg bij de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN). En terwijl ik onlangs alle afleveringen keek van de documentaire 100 Dagen in de gehandicaptenzorg, waarin Nicolaas Veul stageloopt, realiseerde ik me hoeveel zijn zoektocht leek op de mijne. Alleen duurde die van mij geen zesentachtig dagen. Die duurt nog steeds.
Als onderdeel van mijn onboarding liep ik mee op tien locaties van acht verschillende organisaties. Ik hielp bij het ontbijt, begeleidde activiteiten, sprak met cliënten, vrijwilligers en met tientallen mensen met totaal verschillende functies in de gehandicaptenzorg zoals begeleiders, verpleegkundigen, artsen, gedragsdeskundigen, HR-medewerkers, bestuurders, sportcoaches, IT-specialisten, programmamanagers, horecamedewerkers etc. Wat een wereld ging er voor mij open!
Mijn eerste kennismaking met moeilijk verstaanbaar gedrag
Een van de meest indrukwekkende dagen bracht ik door op woonzorgpark Groot Schuylenburg van 's Heeren Loo in Apeldoorn, dezelfde locatie waar Nicolaas Veul stageliep. Daar bezocht ik verschillende werk- en woongroepen, onder andere de VIC-afdeling: Very Intensive Care. Ik herinner me nog goed hoe ik daar binnenkwam. Ik was eerst op een heel rustige groep geweest met mensen met meervoudige lichamelijke beperkingen waar de nadruk lag op zorgen voor. Er werd me uitgelegd dat de VIC groep een heel andere doelgroep was en de begeleiding iets heel anders vroeg van de begeleiders. Ik voelde me alert en zelfs een beetje gespannen aangezien ik niet goed wist wat ik moest verwachten. Ik vroeg me af of ik wel adequaat zou reageren als er iets anders zou lopen dan verwacht. Er was veel geluid op de VIC en veel beweging. Deuren op slot. Kamers die bewust "hufterproof" waren ingericht. Een matras op de grond. Dikke metalen deuren. Niet bepaald de omgeving die ik gewend was. Midden in prachtige bossen lag een wereld die ik nauwelijks kende. En eerlijk is eerlijk: ik voelde me niet direct op mijn gemak.
Nicolaas Veul beschrijft in zijn documentaire ook die eerste schroom. Dat herkende ik en het was goed om dat iemand anders te horen zeggen; het voelde bijna geruststellend. Dat ik niet de enige was die moest wennen en me onzeker voelde. Ik merkte snel dat achter het soms moeilijk te begrijpen gedrag dat je ziet, een mens schuilgaat die probeert te communiceren, verbinding zoekt of simpelweg een moeilijke dag heeft. En dan langzaam verschuift je blik; van spanning naar nieuwsgierigheid. Van een iets te snel oordeel naar veel meer begrip.
Cliënten als spiegel
Wat me misschien nog wel het meest heeft geraakt, is iets wat Nicolaas ook ontdekt: cliënten prikken overal doorheen. Je kunt geen rol spelen. Geen ingewikkelde taal gebruiken. Je bent wie je bent en je moet je niet anders voordoen. En binnen een paar seconden weten cliënten precies of dat klopt.
Begeleiders vertelden me: "Cliënten vinden je top of stom en soms wisselt dat elke vijf minuten." Dat klinkt grappig, maar er zit een diepe waarheid achter. Mensen met een beperking leren je om aanwezig te zijn in het moment. Niet bezig te zijn met gisteren of morgen, maar met wat er nú gebeurt. Zoals een begeleider tegen mij zei: "Dit is wat het is." Geen cynisme. Geen berusting. Gewoon accepteren dat sommige dingen zijn zoals ze zijn en vervolgens kijken wat wél kan.
Wat nou als alles kan?
Tijdens mijn bezoeken hoorde ik uitspraken die me bijbleven:
- "Er is hier plek voor iedereen en niemand wordt onderschat."
- "Bij druk moet je juist vertragen om mensen echt te blijven zien."
- "Wat nou als alles kan? Denk niet in beperkingen."
Het zijn zinnen die misschien eenvoudig klinken, maar die een cultuur beschrijven waarin lef en liefde hand in hand gaan. Want juist in een sector die dagelijks te maken heeft met personeelstekorten, complexe zorgvragen en hoge werkdruk, kiezen mensen ervoor om te blijven kijken naar mogelijkheden. Dat vraagt moed.
Betrokkenheid als professionele kracht
Wat mij het meest verraste in dit eerste jaar was niet de complexiteit van de zorg. Het was de enorme diepe betrokkenheid. De enorme hoeveelheid liefde waarmee mensen hun werk doen. Niet sentimenteel, maar professioneel. De liefde om iemand elke dag opnieuw te zien. Om te blijven zoeken naar wat werkt. Om een moeilijke dag niet persoonlijk te nemen. Om te geloven in mogelijkheden wanneer anderen vooral beperkingen zien.
Een vak in beweging
Wie denkt dat gehandicaptenzorg een traditionele sector is, moet nog verder kijken. Ik zag technologie die stresssignalen helpt herkennen bij cliënten die nauwelijks kunnen aangeven hoe zij zich voelen. Digiborden die cliënten meer zelfstandigheid geven. Nieuwe flexmodellen die medewerkers meer regie geven over hun werktijden. Nieuwe vormen van samenwerken met vrijwilligers, familie en netwerken. Nieuwe vormen van opleiden waarbij niet alleen diploma's tellen, maar ook levenservaring, talenten en motivatie.
Ik sprak mensen die zich afvragen: Hoe kunnen we anders kijken naar vakbekwaamheid? Hoe benutten we de talenten van mensen die uit andere sectoren komen? Hoe zorgen we dat managers weer tijd hebben voor echte aandacht? Hoe bouwen we sterke teams die veranderingen kunnen dragen?
Steeds opnieuw hoorde ik hetzelfde woord terugkomen: vertrouwen. Vertrouwen dat collega's hun werk goed doen. Vertrouwen dat familie waardevol bijdraagt. Vertrouwen dat alle mensen kunnen leren. Vertrouwen dat oplossingen dichterbij zijn dan we denken.
Wat ik heb geleerd
Na een jaar gehandicaptenzorg zie ik hoeveel ik nog niet weet van deze wereld terwijl ik al veel heb geleerd. Niet alleen over de gehandicaptenzorg, maar ook over mezelf van vele bijzondere mensen. Van collega’s die info delen, feedback geven en klaar staan. Van begeleiders die iedere dag opnieuw aansluiten bij wat een cliënt nodig heeft. Van teams die samen het verschil maken. Van organisaties die durven vernieuwen. Van verwanten en vrienden die betrokken zijn. En van cliënten die ons laten zien wat echt belangrijk is: levenskracht. Misschien is dat wel de grootste les van allemaal. Dat vooruitgang niet altijd sneller gaan betekent. Soms betekent het juist vertragen. Kijken. Luisteren. En leven van moment naar moment en daar het beste van maken.
De overstap van technologie naar gehandicaptenzorg was groot. Maar nog veel groter is wat de gehandicaptenzorg mij leert over menselijkheid. En daar ben ik iedere dag dankbaar voor.
Over de serie
Zoals het komt: 100 dagen in de gehandicaptenzorg volgt Nicolaas Veul tijdens zijn stage op zorgpark Groot Schuylenburg, waar mensen wonen met een ernstige verstandelijke beperking en moeilijk verstaanbaar gedrag. De serie is te streamen via NPO Start. De laatste twee afleveringen zijn de komende weken te zien op NPO 3: op woensdag 7 en 14 oktober om 20.25 uur.