Gepromoveerd

Kristel van Anrooij: 'Hoe maak je de leefomgeving van mensen met een verstandelijke beperking gezonder?'

Draagt de omgeving van mensen met een verstandelijke beperking voldoende bij aan een gezonde leefstijl? Gezondheidswetenschapper Kristel van Anrooij ontwikkelde een scan waarmee je op iedere locatie eenvoudig kunt bepalen welke verbeteringen er mogelijk zijn. Voor magazine Markant beantwoordde ze vijf vragen over dit onderzoek.

Kristel van Anrooij poseert buiten in de zon
Gezondheidswetenschapper Kristel van Anrooij. Foto door Hans Tak.

Waarom dit onderwerp?

‘We weten allemaal dat gezond leven belangrijk is, maar het is best een uitdaging. Zelf probeer ik balans te vinden met andere dingen die ik belangrijk vind. Ik zou wel wat meer willen bewegen, maar ik vind het ook belangrijk om ’s avonds na het eten tijd met mijn dochter te hebben. Dus dan zoek ik de combinatie. Samen fietsen, in plaats van in mijn eentje sporten. Mensen met een verstandelijke beperking hebben daar ondersteuning bij nodig. Ze hebben ook vaker ziektes die in verband staan met hun leefstijl, zoals bijvoorbeeld diabetes. Dan kun je gaan werken aan hun kennis en vaardigheden, maar onze omgeving heeft een heel grote invloed op de mate waarin we gezonde keuzes maken. Dat geldt voor iedereen: je omgeving beïnvloedt je keuzemogelijkheden en kan je ook verleiden om minder gezonde keuzes te maken. In het project De Krachten Gebundeld hebben we eerst onderzocht welke factoren in de leefomgeving belangrijk zijn, daarna zijn we gaan kijken hoe je die kennis in de praktijk kunt toepassen. Zo is de omgevingsscan ontstaan.’

Wat is de conclusie?

‘Voor mensen met een verstandelijke beperking is de steun van mensen om hen heen nog veel belangrijker dan voor anderen. Mensen met een ernstige verstandelijke beperking hebben bijvoorbeeld iemand nodig om hen aan en uit te kleden om in het zwembad te komen. En mensen met een matige verstandelijke beperking hebben vaak iemand nodig die hen herinnert aan hun doelen op het gebied van leefstijl. Om iemand te helpen met een gezonde levensstijl en eigen keuzes te ondersteunen, moet je aansluiten op zijn of haar niveau. Dan laat je iemand bijvoorbeeld meedenken over de avondmaaltijd door verschillende gezonde keuzes voor te leggen. Ik heb veel begeleiders en familieleden gesproken die zich erg inzetten voor een gezonde leefstijl. Ze hebben hulp nodig om te kijken hoe het anders kan. Het leveren van de gewone dagelijkse zorg is vaak ook al een hele uitdaging. Dan moet je kijken hoe je aandacht voor beweging en voeding in de dagelijkse zorg kunt integreren. In de omgevingsscan die ik heb ontwikkeld, zitten allerlei vragen over wie er kan helpen. Maar ook: wat voor hulpmiddelen zijn er in huis of in de buurt? Hoe is het beleid? Zijn er budgetten? En wat zijn jouw dromen voor verbetering? Dat geeft een beeld van wat gebruikers van een locatie vinden en wat voor kansen voor verbetering er zijn. Er was een groep waar men zei, dat allerlei hulpmiddelen om te bewegen verspreid aanwezig zijn op verschillende locaties. Zij stelden voor om samen een beweegruimte in te richten, waar al die hulpmiddelen aanwezig zijn en waar ze dan af en toe gebruik van kunnen maken. Zo worden die hulpmiddelen beter toegankelijk. Het kan gaan over innovatieve hulpmiddelen als beweegrobots en tovertafels, maar ook om een muur waar allerlei voorwerpen aan hangen die mensen in een rolstoel stimuleren om te bewegen.’

Wat betekent dit voor de praktijk?

‘Op de website van De Krachten Gebundeld hebben we, met subsidie van ZonMw, de methode zo toegankelijk mogelijk gemaakt. Als verantwoordelijke op een locatie kun je de digitale vragenlijst aanmaken. Dan krijgen deelnemers automatisch een mailtje met een verzoek om die in te vullen. Dat zijn begeleiders, mensen met een beperking zelf, of – als zij een ernstige beperking hebben – hun ouders of vertegenwoordigers. Het systeem combineert dan zelf de antwoorden. Als verantwoordelijke hoef je niet te kijken hoe je al die cijfertjes gaat samenvatten. Dat is geïntegreerd, er komt voor iedere locatie automatisch iets uit. De volgende stap is dan een actiegesprek, dan ga je per locatie afspraken met elkaar maken. Bij acht zorgorganisaties is dit inmiddels gebeurd, zij gaan het project nu verder uitdragen.’

Hoe was het om dit onderzoek te doen?

‘Ik vond het erg leuk om met onderzoek bezig te zijn waarvan je weet dat de vraag echt uit de praktijk komt. Het is een thema dat leeft binnen zorgorganisaties. En ik vond het ook leuk om samen te werken met mensen met een verstandelijke beperking. Ik heb van mijn co-onderzoekers Anneke van der Cruijsen en Henk Jansen geleerd hoe je mensen met een beperking zelf kunt bevragen. Als je wilt dat zij meedenken, dan moet je je onderzoeksmethode daarop aanpassen. Voordat de subsidie voor het onderzoek er was, vroeg Geraline Leusink me om eerst als coördinator de academische werkplaats Sterker op eigen benen uit te breiden. Zij was toen zelf nog geen hoogleraar. Nu ben ik haar eerste promovenda, dat is ook leuk om mee te maken.’

Wat gaat u nu doen?

‘Ik werk nu voor de GGD Gelderland-Zuid. Daar houd ik me bezig met de verbinding tussen het sociaal en het medisch domein. We werken interdisciplinair samen aan preventie en positieve gezondheid. Een project gaat bijvoorbeeld over hoe je met gezondheidsmakelaars van de GGD, praktijkondersteuners en huisartsen kunt samenwerken aan preventie in huisartsenpraktijken. Ik zit nu wel in een andere sector, dat is wennen. Een oud-collega bij het Radboudumc heeft het aandachtsgebied een gezonde leefomgeving voor mensen met een verstandelijke beperking overgenomen, ik ben benieuwd welke richting hij inslaat.’

Verder lezen

Dit artikel is afkomstig uit de vierde editie van Markant, het magazine van de VGN over de gehandicaptenzorgsector. Lees het hele nummer hier.

Dit onderzoek van Kristel Vlot-van Anrooij is te vinden onder de titel Embedding health promotion in support settings for people with intellectual disabilities, An innovative adoption of the settings approach. Lees meer op www.dekrachtengebundeld.nl.

Lees hier alle interviews met promovendi.