Nieuws

Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn 2014

Voor instellingen in de zorgsector zijn de jaren van sterke werkgelegenheidsgroei voorbij. De arbeidsmarkt staat voor een trendbreuk. Op korte termijn vallen er ontslagen en veel functies veranderen van inhoud. Op langere termijn is het voor specifieke functies wel weer lastig personeel te vinden. In welzijn, jeugdzorg en kinderopvang (WJK) is de trendbreuk al enkele jaren zichtbaar. Daar zijn al eerder overschotten op de arbeidsmarkt ontstaan. De veranderingen op de arbeidsmarkt vragen dus om een mix van nieuwe en bestaande arbeidsmarktmaatregelen.

De arbeidsmarkt is sterk in beweging
Er zijn drie belangrijke ontwikkelingen zichtbaar in zorg en welzijn, die van invloed zijn op de arbeidsmarkt. Ten eerste is er voor het eerst sinds jaren sprake van algemene personele overschotten in zorg (vanaf 2013) en WJK (al eerder). Ten tweede krijgen veel medewerkers een andere functie of hebben te maken met een verandering van werkinhoud. Ten derde neemt de vraag naar hoger gekwalificeerd personeel toe. Op langere termijn dreigen er toch weer tekorten, met name aan verzorgenden, verpleegkundigen en gespecialiseerd zorgpersoneel. 

Arbeidsmarktmaatregelen: urgent, maar niet overhaast
Er is geen algemeen toepasbare oplossingsrichting voor de nieuwe problemen op de arbeidsmarkt.De arbeidsmarktproblematiek vraagt wel om alert arbeidsmarktbeleid. Het heeft haast: de urgentie om daadwerkelijk maatregelen door te voeren wordt steeds groter. Instellingen moeten echter ook niet te snel handelen. Er zijn immers nog veel onzekerheden. Onduidelijk is bijvoorbeeld hoe zorgverzekeraars en gemeenten invulling geven aan hun nieuwe regierol en welke personele consequenties dat gaat hebben voor de instellingen. 

Meer personele mobiliteit
Wat wel duidelijk is, is dat de personele mobiliteit omhoog moet. Personeel moet breder inzetbaar worden. Werken in een andere functie of een warme overdracht aan een andere instelling is voor alle partijen te verkiezen boven gedwongen ontslag. Er moet ook mobiliteit op gang komen naar andere branches. Vanuit WJK naar zorg is deze beweging er al. Voor lager opgeleide medewerkers zijn vaak alleen alternatieve banen te vinden buiten de sector, bijvoorbeeld in de detailhandel. De sectorplannen kunnen een financiële impuls vormen voor mobiliteit. 

Opleiden wordt anders
De inhoud van de opleidingen moet worden aangepast aan de nieuwe omstandigheden; men moet over andere competenties beschikken. De veranderende arbeidsmarkt vraagt om nieuwe opleidingsprogramma’s. Vaak gaat het om het om- of bijscholen van zittende medewerkers. Verder is het zaak jonge medewerkers te laten instromen in de sector. Zo blijft er voor hen een arbeidsmarktperspectief over en kunnen hogescholen en ROC’s een hoogwaardig opleidingsaanbod handhaven. Dat vraagt er ook om dat instellingen stageplaatsen beschikbaar blijven stellen.

Document

Deze pagina is een onderdeel van: