Nieuws

Gelijkwaardig samenwerken binnen inclusieve onderzoeksteams

samenwerken

Inclusieve onderzoeksteams, waarbij wetenschappers en ervaringsdeskundigen nauw samenwerken in alle fasen van het onderzoek, worden steeds vaker ingezet om voor verbinding te zorgen tussen wetenschappelijk onderzoek en de zorgpraktijk. Juist daarom is het belangrijk om meer te weten te komen over de onderlinge samenwerking in inclusieve onderzoeksteams. Dat onderzocht Rosa Stalenberg in opdracht van Disability Studies in Nederland.

In haar onderzoek richt Rosa zich op de barrières en stimulerende factoren voor succesvolle samenwerkingen. Dat deed zij door ervaringsdeskundigen en onderzoekers te interviewen over hun persoonlijke ervaringen. ‘Dat leden van inclusieve onderzoeksteams ernaar streven om gezamenlijk en gelijkwaardig onderzoek te doen is evident, maar in de praktijk is dat regelmatig een uitdaging’, geeft Rosa aan. Dat blijkt onder andere uit de manier waarop de functie van teamleden wordt beschreven. ‘Ervaringsdeskundigen voelen zich soms tenietgedaan met een functieomschrijving als co-onderzoeker, terwijl hun (wetenschappelijk opgeleide) collega’s als onderzoeker worden aangesproken.’

Remmende en bevorderende factoren

Uit het onderzoek komen verschillende factoren aan het licht die de inclusieve samenwerking remmen. Bijvoorbeeld het gebrek aan achtergrondkennis van elkaar, het verschil in taalgebruik en -niveau en een gevoel van hiërarchie tussen de leden van het team. ‘Er zijn ook bevorderende factoren voor een goede samenwerking binnen inclusieve onderzoeksteam’, stelt Rosa. ‘Het is belangrijk dat er in de samenwerking niet wordt gedacht of gesproken vanuit ‘wij-zij’ als het gaat om mensen met en mensen zonder een verstandelijke beperking, maar juist over een diverse groep mensen met verschillende achtergronden. Dit stimuleert namelijk het gevoel van gelijkwaardigheid en creëert een prettige sfeer.’

Goede communicatie, idealiter face-to-face

‘Daarentegen, moeten we wel eerlijk erkennen dat er verschillen bestaan in de persoonlijke loopbaan van elk teamlid. Juist daarom is het belangrijk om de nadruk te leggen op de kwaliteiten van elk individu en zijn of haar bijdrage aan het team. Goede communicatie is daarbij essentieel’, zegt Rosa. Ze verduidelijkt: ‘Goede communicatie houdt in: actief luisteren, de tijd nemen voor elkaar en face-to-face bijeenkomsten, want dat laatste zorgt voor een actieve verbinding tussen de leden. Voor veel teamleden blijkt dit de meest productieve manier van samenwerken. De coronapandemie heeft dus grote invloed op de verbinding tussen de leden en hun manier van samenwerken, mogen we concluderen.’

Handreikingen voor inclusief samenwerken

Op basis van de onderzoeksresultaten stelde Rosa een aantal handreikingen op voor toekomstige inclusieve samenwerkingen:

  1. Het is belangrijk dat alle teamleden overtuigd zijn van het belang en de noodzaak van de samenwerking als inclusief onderzoeksteam. Binnen deze samenwerking is streven naar gelijkwaardigheid een complexe opdracht. Het ‘wij-zij’ denken loslaten is een belangrijke eerste stap: niet meer spreken over de samenwerking tussen mensen met en zonder een verstandelijke beperking, maar over samenwerking met diverse mensen met professionele, wetenschappelijke en ervaringskennis.
     
  2. Elkaar en elkaars talenten en noden leren kennen (vooraf en tijdens de samenwerking) en wederzijdse verwachtingen goed afstemmen, kan zorgen voor meer vertrouwen en veiligheid binnen het team.
     
  3. In de toekomst is het wenselijk meer onderzoek te doen naar hoe de ervaren hiërarchie binnen inclusieve onderzoeksteams kan worden voorkomen. Hoe kunnen we samen werken aan gelijkwaardigheid tussen diverse (gecombineerde) vormen van kennis van de leden van inclusieve onderzoeksteams binnen de academische wereld en de samenleving?
     
  4. Samenwerken betekent altijd dat alle partijen bereid zijn te geven en te nemen; niet alleen ideologisch en in de benadering van elkaar, maar ook methodologisch en praktisch.

Om in de toekomst nog betere inclusieve samenwerkingen met elkaar te kunnen aangaan, verdient de methodologische en praktische vormgeving van deze wederkerigheid de nodige aandacht, besluit Rosa.

Meer informatie

Meer informatie over haar onderzoek vind je hier.

Redactie VGN

Deze pagina is een onderdeel van: