Nieuws

Julianne Meijers (Siza) over de bezoekersregeling: Je kunt geen individueel beleid voeren

Julianne Meijers

De gehandicaptenzorg is een sector met grote diversiteit. Een verbod op alle bezoek, zoals in de verpleeghuizen om het coronavirus buiten de deur te houden is hier dan ook niet zo eenvoudig. Organisaties moeten zelf beslissen of ze bezoekers een 'nee, tenzij…' laten horen zoals de VGN adviseert of een ferm 'nee'. Zo ook bij Siza. Bestuurder Julianne Meijers licht toe welke afwegingen ze maakt bij het nemen van zo’n ingrijpende beslissing.

Tot 28 april hebben we een 'nee, tenzij…' bezoekersbeleid ingesteld, maar dan wel met een heel beperkt 'tenzij', vertelt Julianne. 'Bijvoorbeeld als een cliënt komt te overlijden, want dan is het belangrijk dat familie afscheid kan nemen. Of als een familielid een groot deel van de zorg levert en eigenlijk onderdeel is van het team. Bij onvoorziene noodsituaties geeft dit 'tenzij' een beetje ruimte. Tegelijkertijd proberen we daarin zo terughoudend mogelijk te zijn.’   

Besmettingen voorkomen

De afweging die Julianne heeft gemaakt is dat op de eerste plaats de verspreiding en besmetting van het virus maximaal voorkomen moet worden. Daarnaast weegt de gezondheid en het welzijn van cliënten zwaar mee én de gezondheid en veiligheid van de medewerkers. ‘Gezondheid van cliënten en medewerkers is gebaat bij de strenge bezoekregeling. Daarbij moeten we ook rekening houden met de schaarste aan beschermingsmiddelen voor de medewerkers. Met het voorkomen van besmettingen raken we ook minder snel door de voorraad beschermingsmiddelen heen en kunnen alle medewerkers veilig blijven werken. Tot nu toe beperkt het aantal besmettingen binnen Siza zich gelukkig tot één cliënt en dat hopen we zo te houden.’

Gespannen voet

Het zijn uitdagende tijden beaamt Meijers. ‘Als bestuurder heb ik niet eerder een situatie meegemaakt waarbij je moet inboeten op aspecten die zo’n essentieel onderdeel van de kwaliteit van zorg zijn. Dat had ik ook nooit verwacht. De belangen staan in de afweging soms op gespannen voet met elkaar. Veiligheid staat voorop, maar heeft een prijs als het gaat om het welzijn van cliënten en hun familie. De bezoekersmaatregel voelt heel tegennatuurlijk. Juist bezoek van ouders en familie, een sociaal leven, activiteiten buitenhuis, het maatwerk dat we leveren, is precies wat we willen voor onze cliënten. Daar staat  zo’n ingrijpende strenge regel haaks op.’

Nee tenzij, schept duidelijkheid

‘Laatst vroeg een jonge cliënt zich af waarom papa en mama  niet meer kwamen. “Vinden ze me dan niet meer lief?” Het is echt schrijnend voor cliënten en hun familie.  Niet alleen bezoek valt weg, ook activiteiten en structuur, het is een optelsom van maatregelen die voor velen niet is uit te leggen. Toch heb ik voor dit 'nee, tenzij…' gekozen omdat het duidelijkheid schept. Ruimte in deze situatie schept onrust. Het maakt het voor medewerkers moeilijk afspraken te maken. Wanneer je in woongroepen sommige ouders wel toelaat en andere niet,  is bovendien het risico voor alle cliënten groter. Je kunt geen beleid op basis van afzonderlijke cliënten voeren.‘

Ingewikkelde gesprekken

Meijers heeft de indruk dat veel instellingen steeds meer naar het 'nee' opschuiven. ‘Als organisatie heb je de verantwoordelijkheid de maatregel in deze te nemen die het beste past. ‘Het 'nee' is voor veel organisaties veilig en heel duidelijk. Je hoeft dan niet met ouders en familie het gesprek aan te gaan over wat onder een uitzonderingssituatie valt. Want dat zijn ingewikkelde gesprekken en lastige afwegingen.’

Slagkracht

Desondanks vindt Meijers het ook een mooie tijd als bestuurder. ‘Wat me opvalt is de enorme veerkracht en loyaliteit van iedereen en de mentaliteit van aanpakken. Ondertussen denken we na over hoe we gecontroleerd en rustig terug kunnen gaan naar het gewone leven, als de maatregelen afgebouwd gaan worden. En we bespreken welke lessen deze crisis ons leert en welke kansen het ons biedt. Want sommige innovaties, waar we eerst lang over nadachten, blijken nu ineens binnen een paar weken praktijk te kunnen worden. Die slagkracht willen we graag vasthouden.’

Edith Tulp