Nieuws

Niet altijd RVU-boete voor ontslagvergoeding oudere medewerkers

Een werkgever die met een oudere werknemer een ontslagvergoeding overeenkomt, hoeft hier niet altijd 52% belasting over te betalen. Daarvoor moet aan bepaalde voorwaarden worden voldaan. Hoewel dit al mogelijk is sinds eind 2013, wil de VGN u  er op attenderen dat er inmiddels voorbeelden zijn, waarbij de belastingdienst de ontslagvergoeding niet als een Regeling voor Vervroegde Uittreding (RVU) heeft aangemerkt.

Deze voorbeelden zijn gebaseerd op het besluit van de staatssecretaris van Financiën dat eind 2013 in de Staatscourant is gepubliceerd. Hoewel met dit besluit geen algemene ontheffing is geregeld voor de RVU-boete creëert het een mogelijkheid om onder bepaalde voorwaarden het vrijwillig vertrek van een oudere werknemer te faciliteren ten gunste van het behoud van jongere werknemers.

De staatssecretaris schrijft in zijn besluit:
"Steeds vaker komt het voor dat een dergelijk sociaal plan op basis van objectieve criteria wordt voorafgegaan door een regeling waarbij werknemers vrijwillig ontslag kunnen nemen. Van dergelijke vrijwillige regelingen wordt vaak gebruik gemaakt door oudere werknemers die op deze wijze plaats kunnen maken voor jongere werknemers die anders zouden moeten afvloeien. De vrijwillige regeling moet op zich getoetst worden aan de criteria van artikel 32ba, zesde lid van de Wet LB. Deze afzonderlijke toetsing kan leiden tot het toepassen van de pseudo-eindheffing op de vrijwillige afvloeiingsregeling terwijl over de totale afvloeiingsregeling in het kader van het sociaal plan met inbegrip van de vrijwillige vertrekregeling, wel aan de vereiste objectieve ontslagcriteria wordt voldaan. Dit acht ik niet gewenst als de vrijwillige afvloeiingsregeling als onderdeel is te beschouwen van de totale afvloeiingsregeling binnen het sociaal plan.

Daarom keur ik op grond van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule) het volgende goed.

Goedkeuring

Ik keur goed dat de beoordeling of is voldaan aan een objectief ontslagcriterium zoals het afspiegelingsbeginsel, mag plaatsvinden nadat het sociaal plan inclusief de voorafgaande vrijwillige afvloeiingsregeling is afgerond. Ik sta hierbij een doelmatigheidsmarge toe van 10%. Ik verbind aan deze goedkeuring de volgende twee voorwaarden.

  • De ontslagen op basis van het sociaal plan inclusief de vrijwillige vertrekregeling zijn uiterlijk afgerond in een periode van 36 maanden.

  • De werkgever legt vooraf een inschatting vast en maakt achteraf een verantwoording op over de naleving van de objectieve ontslagcriteria. Hij bewaart de inschatting en de verantwoording op controleerbare wijze bij zijn loonadministratie.

Als bij de beoordeling achteraf blijkt dat meer ouderen zijn ontslagen dan mogelijk was binnen de grenzen van de objectieve ontslagcriteria en de doelmatigheidsmarge van 10%, dan is voor de gehele groep oudere werknemers sprake van een RVU, waarop de pseudo-eindheffing wordt toegepast."

De belastingdienst beoordeelt of een ontslagvergoeding voldoet aan de voorwaarden van het besluit.

Deze pagina is een onderdeel van: