Nieuws

NZa publiceert nieuwe Wlz-beleidsregel corona

Coronavirus
Coronavirus

De NZa heeft de beleidsregel SARS-CoV-2 virus (fase 3) gepubliceerd. Met deze beleidsregel wordt een maatwerkoplossing geboden door zorgaanbieders voor bepaalde situaties te compenseren voor inkomstenderving als gevolg van (een besmetting met) het corona-virus. Het betreft een vergoeding voor de doorlopende kosten van zorgaanbieders, die als gevolg van het coronavirus tijdelijk minder declarabele productie realiseren. Ook heeft de NZa op aandringen van de VGN voor de rest van dit jaar oplossingen vastgelegd voor situaties waarin dagbesteding niet volledig aan de bestaande prestatiebeschrijving voldoet.

De beleidsregel kent twee belangrijke onderdelen:

  1. Een maatwerkregeling voor compensatie voor doorlopende kosten (artikel 4). Om voor vergoeding in aanmerking te komen, moet sprake zijn van tenminste één van de drie geschetste specifieke situaties:
  • Situatie A betreft kort samengevat een aanbieder van zzp- of vpt-prestaties die in fase 3 met een nieuwe besmetting wordt geconfronteerd en bijvoorbeeld als gevolg daarvan pas na een zekere periode weer nieuwe cliënten kan opnemen. Als gevolg van deze situatie is sprake van lege plaatsen en dus doorlopende kosten.
  • Situatie B omvat de situatie dat cliënten niet naar de dagbesteding kunnen in verband met bijvoorbeeld de 1,5 meter maatregel op de dagbestedingslocatie of vanwege andere overwegingen die verband houden met de gezondheid en kwetsbare situatie van de cliënt in relatie tot het SARS-CoV-2 virus.
  • Situatie C betreft de situatie waarin bijvoorbeeld een besmetting heeft plaatsgevonden in fase 1 of 2 en de locatie SARS-CoV-2 virusvrij is. Door een SARS-CoV-2 virus gerelateerde oorzaak (na-ijl effect) is nog steeds onvermijdelijk sprake van leegstand. Situatie C betreft ook de situatie waarin in het werkgebied van de gecontracteerde zorgaanbieder, maar niet bij betreffende zorgaanbieder zelf, sprake is van een (lokale) besmetting, waardoor opnames worden uitgesteld of cliënten niet naar de dagbesteding kunnen/willen.

De wijze waarop de doorlopende kosten worden berekend, is in essentie gelijk aan de wijze waarop deze voor fase 1 of 2 werd berekend. Alleen maken de voorwaarden het mogelijk dat er sprake is van een andere benadering door zorgkantoren (er is sprake van maatwerk in plaats van een generieke regeling).

  1. De mogelijkheid om dagbesteding te kunnen blijven declareren bij andere invulling (artikel 5).
    Hoewel het uitgangspunt is dat dagbesteding zoveel als mogelijk volwaardig opgestart wordt, leert de praktijk dat dit niet altijd mogelijk is. Met name door de corona-maatregelen. Op aandringen van de VGN zijn er ook na 1 augustus oplossingen gevonden voor situaties dat dagbesteding niet volledig aan de bestaande prestatiebeschrijving voldoet. In de beleidsregel is daarom vastgelegd dat de meeste prestaties doorgedeclareerd kunnen worden als gebruik gemaakt wordt van een bestuursverklaring. In de beleidsregel is aangegeven waaraan de bestuursverklaring moet voldoen.

    Alleen als losse dagbestedingsprestaties (H8XX en H9XX-codes) niet volledig of volwaardig worden geleverd, kunnen deze niet worden gedeclareerd en dient gebruik te worden gemaakt van de maatwerkregelingen voor vergoeding van doorlopende kosten.

Fase 3 loopt voor de gehandicaptenzorg:

  • voor de intramurale zorg en extramurale dagbesteding/dagbehandeling van 1 augustus 2020 tot en met 31 december 2020 en
  • voor de (overige) extramurale zorg van 1 juli 2020 tot en met 31 december 2020. Deels dus met terugwerkende kracht.

Deze pagina is een onderdeel van: