Nieuws

Promotieonderzoek: ‘Ondersteuning van een gezonde leefstijl kan veel beter’

Gezond eten en genoeg bewegen is voor iedereen belangrijk, óók voor mensen met een verstandelijke beperking. Alleen ontbreekt het binnen zorgorganisaties vaak aan structurele leefstijlondersteuning. Bewegingswetenschapper Rianne Steenbergen, ook adviseur leefstijl bij Cosis, onderzocht hoe dat komt en hoe zorgorganisaties hun huidige leefstijlaanpak kunnen verbeteren.

Rianne Steenbergen
Rianne Steenbergen

Waarom dit onderwerp?  

‘Iedereen weet hoe belangrijk maar ook hoe lastig het is om genoeg te bewegen en gezond te eten en hiervan een gewoonte te maken. Zeker voor mensen met een verstandelijke beperking is het naar de sportschool gaan of je aansluiten bij een vereniging vaak niet vanzelfsprekend. Zorgorganisaties hebben een rol in de ondersteuning op dit gebied, maar vinden het lastig om van leefstijlondersteuning een vast onderdeel te maken in de dagelijkse zorg. Dat geldt ook voor de zorgorganisaties die zijn betrokken bij de  innovatiewerkplaats ‘Active Ageing van mensen met een verstandelijke beperking’ van de Hanzehogeschool Groningen. Zij hadden behoefte aan handvatten. Het is niet zo dat er nu niets gebeurt, integendeel, ik zie juist heel veel enthousiast opgezette initiatieven. Denk aan avondwandelingen, fitnessactiviteiten en workshops, maar ook het letterlijk uitlichten van het trappenhuis zodat mensen eerder de trap nemen in plaats van de lift. Toch beklijven deze initiatieven vaak niet. Hoe komt dat? En hoe kan het beter? Daar ben ik onderzoek naar gaan doen. We evalueerden bij negen organisaties hun leefstijlaanpak en hun visie daarop en hoe het beter kan. Het zit hem vaak in kleine dingen. Cliënten willen graag begeleiding in hoe je gezonde keuzes in de supermarkt maakt of hoe je ervoor zorgt dat je tijdens de dag niet te veel zit. En in de buurt zijn er vaak wel beweeg- of sportmogelijkheden, maar als mensen met een verstandelijke beperking daaraan mee willen doen vraagt dat om bepaalde aanpassingen en structurele ondersteuning.’   

Wat is de conclusie van dit onderzoek?  

'De belangrijkste conclusie is dat organisaties al een belangrijke slag slaan door meer samenhang aan te brengen in hun leefstijlaanpak. Dat begint bij een goed onderbouwde leefstijlvisie en daaruit afgeleide plannen die gezamenlijk worden uitgevoerd. Belangrijk daarbij is dat binnen een organisatie alle neuzen dezelfde kant opstaan. Ook is er meer educatie nodig voor begeleiders. Als ze die krijgen blijkt het dat ze positiever aankijken tegen leefstijlondersteuning en eerder bereid zijn leefstijltaken op zich te nemen. Je kunt begeleiders hier ook speciaal op aannemen. Ook ontwikkelden we een set eenvoudig in te zetten meetinstrumenten die de leefstijlaanpak monitoren. Met de data daarvan kun je interventies en ondersteuning op maat kiezen en ontwikkelen. En sociale netwerken en de omgeving kunnen beter worden ingezet. Denk aan familie, vrienden, maar ook aan een lokale vereniging of de supermarkt, nu zijn interventies vaak nog heel intern gericht.’ 

Wat betekent dit voor de praktijk?  

‘Alles wat nodig is voor een samenhangende leefstijlaanpak, inclusief de meetinstrumenten hebben we in een stappenplan verwerkt. Hiermee kunnen zorgorganisaties stap voor stap hun eigen aanpak verbeteren, op organisatieniveau en op locatieniveau. Met het doorlopen van de stappen werken ze niet aan één radertje, zoals de losse wandelactiviteit, maar hangen alle activiteiten met elkaar samen. En er is continuïteit. Waar op een locatie bij mijn eigen organisatie bijvoorbeeld eerst alleen de avondwandeling plaatsvond wanneer begeleider A werkte, is dat nu ook het geval wanneer begeleider B werkt. Anders dan voorheen, staat de activiteit opgeschreven in het locatie-leefstijlplan en is daarvoor tijd gereserveerd op woensdagavond. Dus ook als er een flexmedewerker komt, wordt er gewandeld. Zo is wandelen een structureel onderdeel van de ondersteuning. Ook zijn er binnen een aantal organisaties ambassadeurs leefstijl aangesteld. Dat zijn met name begeleiders, maar ook cliënten. Zij zijn binnen mijn eigen organisatie bijvoorbeeld de aanjagers van het project Lekker in je Lijf en zorgen er op hun locatie voor dat er  aandacht is voor een gezonde leefstijl. Ze zijn vrij om zelf leefstijlactiviteiten te organiseren en we vragen ze mooie voorbeelden daarvan te delen om anderen te inspireren. De aanleg van een beweegtuin bijvoorbeeld. Of een ambassadeur kwam op het idee de was op te hangen in de tuin in plaats van de wasdroger te gebruiken, dat is ook meer beweging. Er wordt samen gezond gekookt en er zijn cursussen gezonde voeding en zelf leren koken. In Uithuizen was er een sportsoos waarbij sportcoaches uit de gemeente langskwamen om activiteiten te laten zien zoals badminton, voetbal en kegelen. Dat is vervolgens uitgerold in de gymzaal in de wijk en nu heeft de sportvereniging in het centrum van het dorp de sportsoos overgenomen. Ook doen een aantal organisaties nu mee met het alternatieve Vier Mijl loopevenement van Groningen, hoewel dit jaar online. Zo ontwikkelen we dat stapje voor stapje.’   

Hoe was het om dit onderzoek te doen? 

'Heel erg leuk en waardevol omdat het onderzoek dicht bij de werkzaamheden in de praktijk staat en voor mij in het bijzonder bij Cosis. Ik kon de tussentijdse resultaten meteen gebruiken in de praktijk. Tijdens het onderzoek kreeg ik ook veel input vanuit het kennisnetwerk van de innovatiewerkplaats waarin inhouddeskundigen, begeleiders, management, onderzoekers en ambassadeurs uit de onderzochte zorgorganisaties zitten. We hielden tijdens het onderzoek contact via bijeenkomsten, workshops en minisymposia. Ik hoop dat we dit ook op langere termijn kunnen voortzetten, want dit netwerk heeft gezorgd voor veel kennisdeling en voorbeelden en heeft me ook veel energie gegeven. Verder was het de afgelopen jaren een enorme uitdaging om de balans te houden tussen het onderzoek en mijn werkzaamheden in de praktijk in combinatie met mijn gezin.'  

Wat gaat u nu doen? 

'Ik blijf bij Cosis werken en betrokken bij het thema leefstijl. De thema’s bewegen en voeding hebben we vorig jaar uitgebreid met rookvrij. Met rookvrij zijn we nu druk bezig met de eerste stappen van visievorming en plannen maken. Daarnaast besteden we nu ook aandacht aan een gezonde leefstijl en vitaliteit van medewerkers. Cliënten en medewerkers kunnen elkaar daarin versterken. En ik ben onderzoekscoördinator bij Cosis. Sinds een paar jaar zijn we intern bezig om meer samenhang en focus aan te brengen in kennisontwikkeling en onderzoek gericht op de zorgpraktijk. Ik kan de ervaring die ik heb opgedaan binnen mijn eigen onderzoek hierin heel goed meenemen.'

Edith Tulp

Deze pagina is een onderdeel van: