Nieuws

Promovendus: 'Ga ongemakkelijkheid niet uit de weg'

In ontmoetingen met mensen met een verstandelijke beperking, ervaren mensen zonder beperking vaak een gevoel van onbehagen. Als gevolg daarvan nemen ze vaak de regie over de ontmoeting stevig in handen. En in de toekomst gaan ze deze mensen mogelijk ontwijken.

Dit betoogde Gustaaf Bos op 26 januari tijdens zijn promotie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Bos deed 2,5 jaar lang veldonderzoek op voormalige terreinen van Abrona, ’s Heeren Loo en Severinus, waar nu omgekeerde integratie plaats vindt. Zijn proefschrift heet Antwoorden op andersheid.

Het niet erkennen van het gevoel van onbehagen bij mensen die ‘anders’ zijn, kan te maken hebben met onze eigen kwetsbaarheid, schrijft Bos. Het kan ertoe leiden dat mensen met een beperking in de ontmoeting weinig ruimte krijgen. Ook op instellingsniveau draagt het mogelijke onbehagen eraan bij dat het dagelijks leven aan banden wordt gelegd, met overeenkomsten en protocollen.

Participatie
Zelfs het participatiebeleid van de overheid staat, volgens Bos, een vergroting van de leefwereld van mensen met een beperking eigenlijk in de weg. Door de overeenkomsten tussen mensen met en zonder beperking als uitgangspunt te nemen en verschillen te beschouwen als ‘verrijkende diversiteit’, wordt voorbijgegaan aan de ongemakkelijkheid die leidt tot ontwijkend gedrag.

Op een symposium dat aan de promotie voorafging sprak ook Kees van der Burg, die als directeur-generaal langdurige zorg bij VWS een belangrijke rol speelt in het overheidsbeleid. Zelf is Van der Burg buddy van een jongen met syndroom van Down – die hij meeneemt naar wedstrijden van Feyenoord - en zoon van een vader met dementie. Hij wees erop dat veel veronderstellingen op het gebied van inclusie en vermaatschappelijking nog niet zijn onderzocht: ‘Er bestaat niet één eenduidige oplossing om mensen echt samen te brengen. We begeven ons op een ongeplaveide hobbelige weg.’

Eerste ontmoeting
Het is volgens Van der Burg belangrijk dat het eerste kleine stapje wel wordt gezet. ‘Die eerste ontmoeting is belangrijk. In de ouderenzorg zijn we gestart met programma Dementievrienden, om er voor te zorgen dat mensen zoals mijn vader niet in de eerste ontmoeting door verkeerde vragen al op achterstand komen.’ De bevindingen van Gustaaf Bos kunnen volgens Van der Burg een belangrijke rol spelen in de uitvoering van het VN-verdrag voor mensen met een verstandelijke beperking.