Nieuws

Symposium, handboek en website belichten ouder worden met lichamelijke beperking

Mensen met een lichamelijke beperking lijden eerder en heviger onder de gevolgen van ouder worden. Lichamelijke problemen, pijn en vermoeidheid leiden tot sociale, financiële en/of mentale problemen, vaak al vanaf een leeftijd van 40 jaar. Dit is de kern van het inspirerende symposium ‘Dit is wie ik ben, Ouder worden met een beperking’, dat op 22 april 2016 in de Utrechtse Jaarbeurs werd gehouden. Daar werd ook het gelijknamige handboek gepresenteerd, waarin Maria Hornman ouderen portretteert.
Een flinke zaal vol ervaringskundigen, zorgprofessionals en beleidsmakers liet zich op dit symposium informeren over de resultaten van een project van de BOSK dat ouderdomsproblematiek en oplossingen inventariseerde. Op basis daarvan werden die middag ervaringen gedeeld en aandachtspunten aangedragen voor lokaal en nationaal beleid. Via een website komt deze informatie ook breder beschikbaar.

Dagvoorzitter Martijn Klem (directeur BOSK) lichtte de drievoudige achtergrond van het project toe, dat gefinancierd werd door VSB Fonds, Fonds NutsOhra, Kansfonds en Fonds Sluyterman van Loo. Naast de toegenomen levensverwachting hebben mensen met lichamelijke beperkingen al vanaf jonge leeftijd te maken met problemen op het gebied van gezondheid en participatie. Bovendien neemt deze problematiek vanaf het veertigste levensjaar flink toe.

Ouderdomsproblematiek vanuit drie perspectieven

Allereerst presenteerde Sander Hilberink, senior onderzoeker Erasmus MC, de resultaten van een enquête en focusgroepen. Op het gebied van gezondheid gaat het dan vooral om vermoeidheid, energieverlies, lopen, pijn en krachtverlies. Daarnaast zijn er problemen in participatie: verminderde mobiliteit en activiteiten, persoonlijke verzorging, sociale contacten, werk en inkomen. Verder bleek er een grote informatiebehoefte te zijn. Als oplossingsstrategieën werden genoemd: energiemanagement, zelf initiatief nemen, leren van lotgenoten, medische monitoring en zelf doen met hulp.

Vervolgens belichtte Gerda van ’t Land haar eigen ervaringen met ouderdomsproblematiek. Haar drang tot zelfstandigheid is onverminderd aanwezig, maar daaraan toegevoegd is nu de kernopgave om de eigen grotere kwetsbaarheid te erkennen en hierop in te spelen. Dit laatste kwam later ook terug in de bijdrage van Jos Dekkers, voorzitter Dwarslaesie Organisatie Nederland. Revalidatiearts en onderzoeker Wilma van der Slot (Rijndam Revalidatiecentrum en Erasmus MC) besprak tenslotte de klachtenclusters van respectievelijk mensen met jong en laat verworven handicaps en de aanpak hierbij. Een periodieke monitoring (‘APK’) en het versterken van zelfmanagement vaardigheden waren daarbij belangrijke oplossingsrichtingen.  

Aandachtspunten voor beleid

Hans van der Knijff (PerSaldo) benoemde financiële kansen en risico’s in de wet- en regelgeving. Daarbij wees hij onder meer op de Wmo. Ook bracht hij de stapeling van eigen bijdragen in verband met de mindere mogelijkheden tot werk, hetgeen vervolgens kan leiden tot participatieproblemen. Jos Dekkers, voorzitter Dwarslaesie Organisatie Nederland besprak vervolgens zijn verbeterpunten voor de Nederlandse gezondheidszorg: nazorg voor mensen met chronische beperkingen structureel inbedden in de gezondheidszorg, ervaringskennis gelijkwaardige plek geven en voordelen van schaalvergroting zonder de nadelen van concentratie.

Tenslotte sprak Kees Van der Burg, directeur generaal langdurige zorg van het ministerie van VWS telefonisch de zaal toe. Hij gaf aan blij te zijn met de aandacht voor ouderen met beperkingen. Vanuit beleid kan dit ondersteund worden via het VN-verdrag, via Gewoon Bijzonder, het Nationaal Programma Gehandicapten en via de kwaliteitsagenda gehandicaptenzorg die binnenkort wordt gepresenteerd.        

Deze pagina is een onderdeel van: