Nieuws

Verplichte energie-audit op basis van de Europese Energie-efficiency Richtlijn (EED)

aardgasvrijer

Grote organisaties zijn verplicht om uiterlijk 5 december 2015 een energie-audit uit te voeren. Dit staat in een ministeriële regeling (MR) van het ministerie van EZ, die op 10 juli van dit jaar van kracht is geworden.  De VGN  meent (evenals Actiz, GGZ-Nederland en NVZ) dat het gezien de korte termijn waarop de audits moeten worden uitgevoerd, moeilijk is om aan de verplichtingen van de regeling te voldoen. Bovendien willen we onderzoeken of en welke alternatieven er zijn.

Ondernemingen met meer dan 250 werknemers of een jaaromzet boven de 50 miljoen euro worden op grond van Europese milieuregelgeving verplicht om een energie-audit uit te voeren. Een energie-audit is een overzicht van alle energiestromen en het energieverbruik van gebouwen, inclusief warmte. Deze audit dient uiterlijk december 2015 te worden uitgevoerd en vervolgens tenminste elke vier jaar te worden herhaald. Het lijkt waarschijnlijk dat ook onze instellingen onder die verplichting zullen vallen, hoewel nu nog onduidelijk is hoe dat dan bijvoorbeeld uitpakt bij kleinschalige woonvoorzieningen, ‘gewone’ woonhuizen en RIBW’s. En ook: hoe zit het als een instelling locaties in meerdere gemeenten/provincies heeft (veelal minder dan 250 medewerkers), wie is dan verantwoordelijk voor de opdracht tot uitvoering van de audit? Op de website van RVO is te vinden welke ondernemingen auditplichtig zijn en aan welke eisen een energie-audit volgens de richtlijn moet voldoen.

De in 2012 vastgestelde European Energie Directive (EED) heeft tot doel om bij te dragen aan de doelstelling om in 2020 20% lager energieverbruik te realiseren. Deze doelstelling an sich kan op de sympathie van de VGN rekenen, maar de VGN beraadt zich nu eerst wel samen met Actiz, GGZ-Nederland en de NVZ over welke vragen beantwoord moeten worden (welke consequenties heeft het als je niet aan de verplichting voldoet?) en welke stappen we kunnen ondernemen als alternatief. Organisaties die namelijk reeds op andere (goedgekeurde) wijze invulling geven aan deze doelstelling (bijvoorbeeld met een ISO-gecertificeerde methode of met een erkend keurmerk op dit gebied), kunnen worden vrijgesteld van de auditplicht. Al met al lijkt het ons weer een nieuw voorbeeld te zijn van administratieve belasting, dit keer opgelegd vanuit Europa. 

Het is te verwachten dat het bevoegd gezag (in principe de gemeente) in het kader van de handhaving in overleg treedt met de auditplichtige organisaties. De handhaving zelf zal meestal worden uitgevoerd door de omgevingsdiensten, in opdracht van gemeenten of provincies. Onze inschatting is dat ook de gemeenten ‘niet staan te trappelen’ om deze verplichting uit te voeren. Om die reden willen we als branches op korte termijn met de VNG spreken over de vraag naar de handhavingsstrategie die de omgevingsdiensten op dit onderwerp zullen hanteren. Wellicht zijn er op lokaal niveau alternatieven te bespreken en te ontwikkelen. Tevens zullen wij het ministerie van VWS op deze stapeling van administratieve werkzaamheden wijzen en het ministerie vragen naar een visie op deze gang van zaken.

Mogelijk wordt u inmiddels benaderd door adviseurs die graag de audit willen uitvoeren. Het is aan te raden om eerst contact met de omgevingsdienst van de hoofdvestiging op te nemen over de wijze waarop in gezamenlijkheid een passende oplossing kan worden gevonden, die zowel voor de auditplichtige organisatie als voor de handhaver werkbaar is (welk tijdpad is realistisch, over welke gebouwen gaat het, wat moet er beoordeeld worden etc.). Ondertussen overlegt de VGN met andere partijen over een geschiktere aanpak. Zodra we daarover meer weten, zullen we u informeren.

Voor nadere informatie kunt u contact opnemen met Frits Mul (fmul@vgn.nl).

Deze pagina is een onderdeel van: