Nieuws

Wetsvoorstel WWB Maatregelen naar de Kamer

Staatssecretaris Klijnsma (SZW) heeft dinsdag 12 november het wetsvoorstel Wet Werk en Bijstand Maatregelen (WWB) naar de Tweede Kamer gestuurd. Met dit wetsvoorstel wordt de bijstand meer activerend en tegelijkertijd helderder uitvoerbaar voor gemeenten. Klijnsma wil hiermee mensen met een WWB-uitkering stimuleren om weer aan het werk te gaan of op een andere manier actief laten deelnemen in de samenleving.

Het wetsvoorstel WWB Maatregelen wordt vanaf 1 juli 2014 stapsgewijs ingevoerd. Vanaf 1 januari 2015 wordt de WWB, samen met de Wajong en WSW samengevoegd tot de Participatiewet.

Kostendelersnorm
Met het wetsvoorstel WWB Maatregelen wordt de kostendelersnorm ingevoerd. Mensen die gezamenlijk in een huis wonen, hebben gezamenlijke kosten van de huishouding. Hierdoor zijn de kosten per persoon lager, dan wanneer deze persoon alleen zou wonen. Het kabinet wil daarom dat de hoogte van de uitkering wordt aangepast als een uitkeringsgerechtigde met meerdere mensen een woning deelt.

De uitkeringsgerechtigde krijgt dan te maken met de ‘kostendelersnorm’: naar mate meer mensen in een huis wonen, ontvangt iedere afzonderlijke uitkeringsgerechtigde een lagere uitkering, omdat meer mensen de kosten delen. Als een van hen werk vindt en deze persoon niet getrouwd is of een gezamenlijk huishouden voert, wordt het inkomen hieruit niet verrekend met de overige uitkeringen in het huishouden, omdat werk moet lonen.

De kostendelersnorm gaat behalve in de bijstand, ook gelden in de AOW, Anw, IOAW, IOAZ en Toeslagenwet. Tegelijkertijd worden de mogelijkheden voor bijzondere bijstand verruimd.

Niet toepassen op Wajongers
De VGN vindt dat de kostendelersnorm niet mag worden toegepast op Wajongers die na de herkeuring in 2015 een Participatiewet uitkering gaan ontvangen. In de conceptteksten van de Participatiewet is hiervoor een overgangsregeling opgenomen. Het definitieve wetsvoorstel Participatiewet is nog niet openbaar.

Het wetsvoorstel levert tot 2017 ruim 150 miljoen euro aan besparingen op en daarna jaarlijks ruim 250 miljoen euro.

Deze pagina is een onderdeel van: