Administratieve lasten: ‘We kunnen zelf ook nog veel verbeteren.’

Hoe verlagen we de administratieve lastendruk voor onze professionals? Die vraag speelt al lang in de hele zorg, en zeker ook in de gehandicaptenzorg. De VGN werkt er dan ook al jaren aan. In 2025 noteerden we een paar lichtpuntjes – maar het blijft een taai onderwerp. Senior beleidsadviseur Mark IJzendoorn schetst het speelveld van afgelopen jaar.

Administratieve lasten
Illustratie gemaakt door Sylvia Weve

‘Bijzonder in 2025 was in ieder geval dat we te maken hadden met minister Agema. Als Kamerlid diende ze ooit zelf de motie in die de minister opriep om in vijf jaar tijd de regeldruk met 50 procent te verminderen. En als minister moest ze dat dus zelf gaan regelen. Uiteindelijk heeft ze dat werk bij de branche- en beroepsverenigingen ondergebracht.’

‘Als VGN nemen we mede daarom deel aan de Regiegroep Regeldruk. Daarin maken we met allemaal andere branche- en beroepsorganisaties werkagenda’s om problemen te signaleren en te tackelen. De doelstelling is fors, maar in de praktijk is het percentage vermindering in administratieve druk nauwelijks te meten. Voor ons geldt: alle winst is winst. Tegelijkertijd zien we in onze regiegroep ook dat de molens traag draaien. Dat komt doordat voor een deel van de problemen ánderen aan zet zijn. Zoals de politiek en verzekeraars. We blijven er dan voor lobbyen dat zij de handschoen oppakken.’

‘Voor onze sector zit het probleem vooral bij de gemeentes. Niet omdat zij allemaal heel veel administratie verlangen, wel omdat ze allemaal net iets anders willen weten, in vaak net iets andere formats. Bij de jeugdzorg zien we dat standaardisatie kan en werkt. Daar zouden we graag meer van zien, en daar pleitten we dan ook continu voor.’

Realistisch zijn

‘Tegelijk moeten we ook realistisch zijn. Niet alle administratie is overbodig, en niet álle administratie wordt ons door anderen opgelegd. We kunnen zelf ook nog veel verbeteren. Daar hebben we afgelopen jaar hard aan gewerkt, bijvoorbeeld in het traject Simpel en zinnig verantwoorden. Daarin keken we met elf van onze leden: wat administreren we nou eigenlijk allemaal, wat móét daarvan echt, en hoe kunnen we dat handiger organiseren? Onderdeel van het traject was ook de pilot Nee tenzij (zie kader), waarbij deelnemers zich bij elke administratieve handeling uitsluitend de vraag stelden: voegt dit iets toe aan de zorg voor de cliënt? Dat traject is afgerond, en de bevindingen hebben we gedeeld met andere leden, in goede, interactieve sessies. Zo maak je een heel groot probleem superpraktisch.’

Lichtpuntjes

‘We blijven op alle niveaus werken aan dit dossier, van de werkvloer in de zorg, tot de vergaderzalen van ministeries en zorgautoriteiten. En ook daar zien we lichtpuntjes. Zo wordt na jaren lobbyen de Wet zorg en dwang waarschijnlijk iets minder dwingend qua administratie. En zo zijn we met de NZa, de zorgkantoren én de accountants aan het kijken hoe onze leden eenvoudiger aan kunnen tonen welke zorg ze hebben geleverd. Officieel moet je nu voor iedere zorghandeling bewijs kunnen overleggen. Maar als Pietje al tien jaar bij jou woont, en er deze week geen bijzonderheden waren, dan is er geen administratie om te bewijzen dat je deze dagen wel voor hem gezorgd hebt. Daar wordt nu op allerlei plekken een speciale administratie voor bijgehouden. En dat is zonde van de tijd en het geld. We hebben nog geen concrete oplossing, maar we zijn in gesprek. En als je op systeemniveau iets op wilt lossen, is dát precies wat je moet doen. Ik heb goede hoop op concrete verbetering in 2026.’