Vakmanschap in beweging: volwaardig meedoen doen we samen
Onze samenleving is continu in beweging. Dat vraagt om een gehandicaptenzorg die niet alleen meebeweegt, maar ook vooruitdenkt, zodat mensen met een beperking nu én straks een betekenisvol leven kunnen leiden. Voor begeleider Luka Doppen betekent dat ook samen met familie en vrijwilligers nieuwe deuren openen, zodat cliënten zoveel mogelijk volwaardig kunnen meedoen.
Volwaardig meedoen: iedereen hoort erbij
Volwaardig meedoen, wat betekent dat eigenlijk voor Doppen zelf, die persoonlijk begeleider is op een woonlocatie van Estinea waar mensen met een meervoudige beperking wonen? ‘Gezien en gehoord worden, je talenten benutten en samen met anderen het leven vormgeven’, vat ze samen. Ze voegt daar direct aan toe dat dit voor mensen met een meervoudige beperking niet anders is. ‘Voor hen - en eigenlijk voor iedereen - gaat het om hetzelfde’, zegt Doppen, ‘maar dan mét ondersteuning: serieus genomen worden, aangekeken en niet nagekeken worden, deuren die voor je opengaan in plaats van tegen muren aanlopen. Kleine dingen, een zwaai van een buur of iemand die toeterend groet, kunnen laten voelen: ik hoor erbij.’
Even voorstellen
Doppen vertelt over de nieuwe buren die zichzelf kwamen voorstellen aan de bewoners. ‘Geloof het of niet, maar dat heb ik echt nog nooit meegemaakt. Het is zoiets kleins, maar heeft zoveel waarde. Er ontstond een normaal burencontact en ze zeiden zelfs nog “geef het aan als je last hebt van ons”.’ Een bewoner maakte een welkomsttekening voor hen. Juist dat soort alledaagse aandacht laat zien dat we allemaal buurtgenoten zijn. Iedereen hoort erbij.’
Een gelaagd vak in beweging
Om dat soort momenten meer mogelijk te maken, kijkt Doppen in haar werk veel breder dan alleen naar zorg in de praktische zin van het woord. Ze omschrijft haar vakmanschap als gelaagd. ‘Je bent altijd op meerdere niveaus tegelijk aan het werk: je kijkt niet alleen naar zorg in enge zin, maar naar iemands hele leven, lichamelijk, psychisch, het netwerk van de cliënten en ook de omgeving. Het samen optrekken, dat wordt steeds belangrijker in het werk.
Het vak is volgens Luka duidelijk in beweging: begeleider zijn betekent steeds meer samen doen met familie, vrijwilligers, buren en andere partners. Midden in de samenleving. Dat vraagt nieuwe accenten in het vakmanschap: je moet kunnen netwerken, lijnen uitzetten en participatiekansen zien en benutten.
Wat kunnen familie en vrijwilligers echt betekenen?
Volgens Doppen hebben begeleiders tijd nodig om aan hun nieuwe rol te wennen - ‘hoewel binnen Estinea het midden in de samenleving sowieso een van de pijlers is, en daarmee bij ons ook al meer verwoven’ - en familie heeft tijd nodig om te ervaren dat hun inbreng welkom en waardevol is, zonder dat zij “alles” hoeven te doen. Een nieuwe generatie ouders denkt vaak al vanzelf in termen van netwerk en samen doen; tegelijkertijd is er een groep voor wie mantelzorg zwaar is en voor wie extra betrokkenheid niet zomaar kan. ‘We krijgen als begeleiders de boodschap: gebruik het netwerk meer. Dat is logisch en nodig’, zegt ze. ‘Maar dan moeten we samen ook heel concreet maken hoe we dat kunnen doen. Wat kunnen familie en vrijwilligers echt betekenen, en waar hebben wij als professionals de leiding te nemen?’
Prachtig en rauw tegelijk
Juist doordat al die lagen samenkomen – zorg, netwerk en participatie – vindt ze het werk intensief én aantrekkelijk: er is voor begeleiders ruimte om verschillende talenten in te zetten en veel voldoening te halen uit kleine én grote stappen in iemands leven. ‘Het is prachtig en rauw tegelijk, en daarom is het zo belangrijk dat de beweging stap voor stap gaat.’ Die rauwe kant zit vooral in afwijzing en strijd. Doppen ziet regelmatig hoe bewoners worden afgewezen of niet begrepen. Ze vertelt over een wandelvereniging die een bewoner niet wilde meenemen ‘vanwege de grote verantwoordelijkheid’ en over een kerk die liever had dat een bewoner niet in de dienst kwam omdat hij misschien lawaai zou maken. ‘Afwijzing doet zóveel pijn.’
Vechten als een leeuw
Ook binnen de zorg is er soms onbegrip. Ze herinnert zich een ziekenhuisbezoek waarbij een verpleegkundige, in het bijzijn van de cliënt, vroeg of hij ‘boem had gedaan’. ‘Dan moet ik vertalen: ze vraagt of je bent gevallen. Maar vanbinnen doet dat zeer’, zegt ze. ‘We maken in ons werk pieken en dalen mee. En soms schuurt het zó pijnlijk dat je echt als een leeuw moet gaan staan voor iemand. Als je dat niet doet, gebeurt er niks.’
Het vak is in beweging en vraagt nieuwe vaardigheden, maar in de kern blijft het hetzelfde: met elkaar zorgen dat mensen met een beperking serieus genomen worden, gezien worden en volwaardig kunnen meedoen.
Visie2035
Dit verhaal van Luka Doppen is een van de ervaringsverhalen bij Visie2035 van de VGN. Het laat zien hoe een betekenisvol leven er in de praktijk uit kan zien voor mensen met een beperking, en hoe vak in beweging voor iedereen iets anders betekent. In het visiedocument Visie2035 lees je hoe de gehandicaptenzorg samen werkt aan een samenleving waarin ieder mens erbij hoort, gezien wordt en de kans krijgt zich te ontwikkelen op een manier die bij hem of haar past.