Naar hoofdmenuNaar hoofdinhoud

HomeThema'sVeiligheidCliëntveiligheid

Slachtoffermonitor seksueel geweld maakt aanleiding voor jeugdhulp zichtbaar

In de Slachtoffermonitor seksueel geweld tegen kinderen 2016  brengt de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen Herman Bolhaar in beeld hoeveel kinderen slachtoffer worden van seksueel geweld en welk pad zij doorlopen naar hulpverlening. Omdat er tot nu toe geen landelijk beeld bestond van de reden waarom kinderen jeugdhulp krijgen, deed de Nationaal Rapporteur samen met het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) een onderzoek onder jeugdhulpinstellingen naar slachtofferschap van seksueel geweld.

afbeeldingen

Afbeelding 1 van 1

Het CBS heeft de data verzameld en de Nationaal Rapporteur heeft deze geanalyseerd. Hiertoe heeft het CBS een enquêteonderzoek gehouden onder jeugdhulpaanbieders die lid zijn van één van de drie grootste brancheverenigingen binnen de jeugdhulp. Dit zijn GGZ Nederland, Jeugdzorg Nederland en Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland. Samen bieden zij hulp aan 53 procent van alle minderjarigen in de jeugdhulp.

Gesloten jeugdhulp

“Om jonge slachtoffers van seksueel geweld te kunnen helpen en beschermen is het nodig dat de overheid weet hoeveel kinderen waarvoor welke hulp ontvangen, zodat ze de juiste zorg op de juiste plek krijgen,” legt Bolhaar uit. “In de gesloten jeugdhulp, de zwaarste vorm van hulpverlening, ontvangt 85 procent van de meisjes hulp ten gevolge van seksueel geweld. Van alle meisjes die hulp ontvangen ten gevolge van seksueel geweld wordt 13 procent gesloten geplaatst. Dit is aanzienlijk vaker dan jongens. Ik vind het overigens heftig dat van een bijzonder groot aantal kinderen de problematiek na seksueel geweld dusdanig oploopt dat hun vrijheid wordt beperkt door opname in een instelling voor gesloten jeugdhulp.”

Meer registratie gewenst

Uit de steekproef onder kinderen die jeugdhulp ontvangen, blijkt dat jongens die seksueel geweld meemaken hiervoor relatief minder vaak jeugdhulp ontvangen dan meisjes. En áls zij hulp ontvangen, is deze gemiddeld lichter van aard. Er is geen landelijk beeld van welk kind waarvoor hulp ontvangt, omdat dit nu niet geregistreerd hoeft te worden. Bolhaar: “De informatie die uit dit onderzoek komt, maakt duidelijk hoe noodzakelijk het is dit wel te gaan registreren. Als we niet weten welke hulp mishandelde kinderen krijgen, kunnen we ook niet weten of we ze wel de juiste hulp bieden.”

Online seksueel geweld 

Jaarlijks worden naar schatting ruim 20.000 kinderen tussen de 12 en de 17 jaar slachtoffer van ernstig hands-on seksueel geweld, zoals verkrachting. Dat is minder vaak dan vier jaar geleden. De Nationaal Rapporteur noemt dit een ontwikkeling in de goede richting, maar hij maakt ook een kanttekening: ‘Het roept de vraag op of online vormen van seksueel geweld, zoals grooming en het ongewenst doorsturen van seksueel beeldmateriaal, vaker voorkomen. Om deze vraag te beantwoorden is meer onderzoek nodig.”

Signaleren en passende ondersteuning

De VGN vindt het belangrijk dat seksueel geweld tegen jeugdigen vroegtijdig wordt gesignaleerd en dat passende ondersteuning en bescherming wordt geboden. Net als Jeugdzorg Nederland steunt de VGN de conclusies en aanbevelingen van de Nationaal Rapporteur. In samenspraak met de andere branches zal de VGN overleggen hoe de aanbevelingen kunnen worden opgevolgd.

Icon TwitterLinkedIn IconIcon FacebookIcon Mail