Boris van der Ham: 'Als zorg eindigt bij een postcode'
Inmiddels is er een nieuwe regering aan de slag die zichzelf presenteert als een ploeg die de problemen in de samenleving fundamenteel wil aanpakken. Maar gaan ze ook werkelijk iets doen aan het postcode denken in de zorg? Blijven we moeilijk doen over iemand die in een ander dorp werkt dan waar hij woont, vraagt Boris van der Ham, voorzitter van de VGN zich in onderstaande column af.
Enige tijd geleden ging ik op bezoek bij Gerrit. Ik interviewde hem voor mijn boek Onzichtbaar, waarin ik mensen met een licht verstandelijke beperking portretteer. Gerrit woont in Bergentheim. Het was zondagochtend vroeg. Zo vroeg dat er geen openbaar vervoer bleek te rijden. Een regiotaxi bracht me naar hem toe.
Gerrit woont aan een kanaal. Op het water lag een flintertje ijs. Zo koud als het buiten was, zo koud voelde zijn huis ook, vertelde Gerrit. Hij woonde er nog maar net. De zestiger Gerrit raakte een jaar eerder door een verlamming rolstoelgebonden. Het leven dat hij kende, zelfstandig en vrij, was abrupt veranderd.
Losgeraakt van een sociaal klimaat
Gerrit vertelde met weemoed over De Krim, zijn oude dorp. Over de winkels waar hij kwam, de mensen die hem begroetten, het koor waarin hij vijftien jaar had gezongen. Over de Oranjevereniging. Het dorp had reuring en hij hoorde erbij. In zijn nieuwe woonplaats was slechts één winkeltje. Verder weinig. Terwijl hij sprak, werd één ding pijnlijk duidelijk: Gerrit was niet alleen van huis veranderd, hij was losgeraakt van een zorgvuldig opgebouwd sociaal klimaat.
De zorg in het nieuwe huis is goed geregeld, maar wat zou het mooi zijn als Gerrit regelmatig terug kan naar De Krim: een rondje dorp, een praatje bij de bakker. In ons huidige zorgsysteem blijkt dat niet goed mogelijk. Met een rolstoel de taxi in is niet alleen ingewikkeld, bovendien gebonden aan beperkte financiële ruimte. Terwijl Gerrits levensgeluk er zichtbaar mee geholpen zou zijn.
Verandering kan schadelijk zijn
Veel mensen met een licht verstandelijke beperking hebben behoefte aan stabiliteit. Aan vaste gezichten. Als iets werkt, is het zonde en soms ronduit schadelijk, als het weer moet veranderen omdat systemen, financiering of postcodegrenzen anders dicteren.
In het boek Onzichtbaar komt dat in meerdere verhalen naar boven. Bijvoorbeeld in het verhaal van Ans. Ze verhuisde 26 keer in haar leven. Steeds als ze net ergens wortel had geschoten, en een sociaal netwerk had opgebouwd, werd dat door het systeem weer uitgerukt. Omdat het systeem dacht dat een andere plek qua zorg beter voor haar was. Die voortdurende ontworteling bracht haar tot de rand van de afgrond.
Ik dacht ook aan Marcel, die na een roerig leven, deels in de criminaliteit, werk had gevonden dat bij hem paste. Maar door een verhuizing naar een gemeente verderop moest hij ermee stoppen. Het paste niet in het systeem.
Stem het systeem op de mens af
Inmiddels is er een nieuwe regering aan de slag die zichzelf presenteert als een ploeg die de problemen in de samenleving fundamenteel wil aanpakken. Maar gaan ze ook werkelijk iets doen aan het postcode denken in de zorg? Blijven we moeilijk doen over iemand die in een ander dorp werkt dan waar hij woont? En zouden we niet tegen Gerrit kunnen zeggen: we zorgen dat je zo vaak mogelijk terug kan naar je oude dorp, waar je iedereen kent en waar het leven zich afspeelt dat voor jou belangrijk is?
Met sjablonen, tabellen en blauwdrukken komen we er niet. Wel als we de mens volgen en daar het systeem op afstemmen.
Deze column komt uit de eerste editie van Markant 2026.