Gepromoveerd

Tina Bellemans en Martina de Witte: 'Vaktherapie helpt bij reguleren van stress en agressie'

Leestijd: 4 minuten

Twee vaktherapeuten die in hetzelfde jaar promoveren? Dat kan geen toeval zijn. Tina Bellemans en Martina de Witte laten zien dat beweging en muziek werken bij het reguleren van stress en agressie. ‘Ik dacht: als ik dit kan bewijzen, dan is dat voor heel veel therapeuten relevant.’

Tina Bellemans en Martina de Witte
Tina Bellemans en Martina de Witte. ‘Beweging en muziek werken bij het reguleren van stress en agressie’. Foto door Hans Tak

Psychomotorische therapie en muziektherapie

Met haar handen gebaart Tina Bellemans twee ronde haken in de lucht. Want laatst zei iemand nog - doelend op haarzelf en op Martina de Witte: ‘Die (Mar)tina’s zijn pittige tantes. Die maken zich hard voor het vak.’ En met dat vak wordt de vaktherapie bedoeld, in hun geval psychomotorische therapie en muziektherapie.  

Rust in het omgaan met mensen met een beperking  

Eerder was Bellemans wereldkampioen karate voor België. ‘Iedereen denkt altijd dat karate een agressieve sport is’, zegt ze, ‘maar het tegendeel is waar. Hoe rustiger je bent, hoe beter je de situatie kunt overzien. Die rust kun je ook benutten in het omgaan met mensen met een licht verstandelijke beperking, bij wie agressie vaak voorkomt. Ik heb veel gewerkt met mensen waarmee anderen niet aan de slag wilden gaan.’ 

Gelijk met elkaar in gesprek om het probleem aan te pakken

Daarbij heeft Bellemans slechts één keer een stapje opzij hoeven zetten voor een boze cliënt die op haar afkwam. Omdat ze het er daarna over konden hebben, kreeg hij uiteindelijk een compliment. ‘Mensen als hij zijn dat niet gewend. Als er iets gebeurt krijgen ze straf, dan moeten ze meteen naar hun kamer. Nu mocht zijn emotie er zijn. Als je laat zien dat je de volgende keer ook gelijk met elkaar in gesprek kunt gaan, dan is er een ingang om een probleem aan te pakken.’ 

Tina Bellemans en Martina de Witte
Martina de Witte (links) en Tina Bellemans. Foto door Hans Tak

Cliënten vertelden veel via liedjes

Martina de Witte hoorde, terwijl ze nog in een andere baan zat, dat Stevig een kliniek bouwde voor mensen met een licht verstandelijke beperking en een justitiële titel. ‘Dat vond ik interessant’, zegt ze, ‘spanning en agressie, daar kun je aan werken.’ De cliënten die ze daar leerde kennen, vertelden haar veel via liedjes. ‘In de vaktherapie vragen we niet om meteen te vertellen wat er niet goed gaat, we gaan met ze aan de slag.’  

Het gebeurt ook dat iemand niet luistert naar wat de ander zegt of wil

‘Luisteren jullie wel naar elkaar?’, vroeg ze als een drummer een rapper overstemde. ‘Daar halen ze toch iets uit. Want het gebeurt natuurlijk ook op de groep, dat iemand niet goed luistert naar wat een ander zegt of wil.’ Hetzelfde komt ook voor bij een basketbal- of voetbalopdracht, reageert Tina, als iemand alleen maar zelf wil scoren en zich niks aantrekt van anderen. ‘Dan kun je het erover hebben en dan kunnen ze ander gedrag oefenen. Als ze er alleen over praten, dan ervaren ze het niet.’ 

De verhalen van Martina en Tina lijken op elkaar

Niet alleen de kennis en ervaringen van Martina en Tina lijken op elkaar, ook hun eigen verhalen. Ze werkten allebei met mensen met een licht verstandelijke beperking en gedragsproblemen: Martina bij Stevig (een onderdeel van Dichterbij), Tina bij de Hartekamp Groep. Ze werden allebei docent aan een hogeschool: Martina bij de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen en Tina bij Windesheim. En allebei promoveerden ze vorig jaar. Martina aan de Universiteit van Amsterdam en Tina aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Martina op stress, Tina op agressie. 

Met muziek het stressniveau van cliënten beïnvloeden

Zeven jaar geleden ontmoetten ze elkaar voor het eerst in richtlijncommmissie van de Federatie voor Vaktherapeutische Beroepen.  Om richtlijnen te ontwikkelen zochten ze allebei vakliteratuur, maar vonden maar weinig. Martina: ‘Ik wist uit de praktijk dat ik met muziek het stressniveau van cliënten kon beïnvloeden. Ik dacht: als ik dit kan bewijzen, dan is dat voor heel veel therapeuten relevant.’ Tina: ‘We wisten dat vaktherapie iets oplevert en dat wilden we onderbouwen. Eén plus één is dan een proefschrift.’  

Proefschriften dragen bij aan professionalisering van de vaktherapie

De proefschriften van Tina en Martina lijken bij te dragen aan een bredere ontwikkeling: de professionalisering van de vaktherapie. Martina: ‘Wij willen laten zien dat vaktherapie echt een behandelvorm is. En er komen steeds meer promovendi, ook voor vaktherapie in combinatie met andere doelgroepen. Ook Susan van Hooren besteedt er binnen haar nieuwe leerstoel klinische psychologie aan de Open Universiteit aandacht aan. Zeker voor mensen met een lvb is dat heel belangrijk. Tina: ‘En Jooske van Busschbach leidt er ook onderzoek naar, vanuit haar lectoraat aan de hogeschool Windesheim.’ 

De proefschriften van Tina en Martina lijken ook qua opzet op elkaar. Ze deden allebei literatuuronderzoek, hielden interviews met therapeuten en deden onderzoek naar meetinstrumenten. Ze concluderen dat psychomotorische therapie en muziektherapie werken, maar formuleren hun conclusies nog voorzichtig. Een hard bewijs voor de effectiviteit van één bepaalde interventie leveren ze nog niet. 

Het vervolg is een interventie uitzetten

‘Naast mijn proefschrift heb ik met collega’s ook een therapeutenhandleiding gemaakt’, reageert Tina. ‘Daarin staat wat je kunt doen met welke cliënten. Richt je je op lichaamsbewustzijn of op copingvaardigheden, of allebei? We gaan kijken of je met de lijst die ik heb ontwikkeld verandering kunt meten. De laatste stap is: de interventie uitzetten en vooraf en achteraf meten, het liefst ook met een controlegroep. Dat is het vervolg.’ 

En Martina ontwikkelde een zogeheten micro-interventie, die muziektherapeuten op verschillende manieren kunnen uitvoeren. ‘Het belangrijkste is dat je aansluit bij de spanning bij de cliënt. Wat voor tempo? Van welke muziek houdt hij? Daarna wil ik echt graag een randomized controlled trial doen. Met een groep therapeuten die de interventie wel en een andere die hem niet toepast.’ 

Vaktherapie oefenen van nieuw gedrag
Marchel van der Linden (links) en Maartje van den Berge. Foto door Hans Tak
Vaktherapie oefenen van nieuw gedrag
Met vaktherapie oefenen van nieuw gedrag. Foto door Hans Tak

Therapeut Maartje oefent nieuw gedrag met cliënt Marchel

Marchel van der Linden voelt aan de lapjes die gemaakt zijn van verschillende materialen. ‘Deze is fijn. Deze niet. Deze zit er tussenin.’ Hij maakt drie stapeltjes. ‘Het is voor jou meteen duidelijk wat wel of niet fijn voelt‘, reageert Maartje van den Berge. Zij is psychomotorisch therapeut. Marchel zelf is in het dagelijks leven dj en ziet er cool uit. We zijn op een behandellocatie van Stevig in Nijmegen. Binnenkort staat hij met zijn mengtafel langs de vierdaagse. 

Wat Maartje met cliënten doet in deze ruimte beschrijft ze zelf als ‘oefenen met nieuw gedrag’. Cliënten worden zich bewust van wat ze doen en kunnen in een veilige omgeving iets anders proberen. Of het je lukt om drie hoepels tegelijk draaiend te houden, is op zich niet zo belangrijk. Wel hoe je reageert als het niet lukt, omdat je overvraagd wordt. 

‘Ik wou eens iets met die grote opblaasbal proberen’, zegt ze tegen Marchel. Ze klemmen de bal tussen zich in, handen los. ‘En nu gaan we proberen te lopen. Voel maar wat er gebeurt.’ Ze schuifelen een beetje heen en weer, soms valt de bal. ‘Wil je liever dat ik jouw kant op duw, of duw jij mij? Ja het eerste hè, dat dacht ik al. Wat gebeurt er als ik langzaam achteruitloop?’ 

Dit artikel is verschenen in de mei-editie van Markant, het tijdschrift van de VGN. In deze editie lees je ook een interview met Ragna Schapendonk over hoe je mensen met een verstandelijke beperking meer kunt laten bewegen

Deze pagina is een onderdeel van: