Nieuws

Geen apart afwegingskader voor kinderen in de Wlz

In de afgelopen jaren heeft de VGN steeds gepleit voor een apart afwegingskader Wlz voor kinderen. Dit naar aanleiding van signalen dat de toegang tot de Wlz voor kinderen moeizaam verloopt. Een onderzoek uitgevoerd door bureau HHM geeft een aantal aanbevelingen en concludeert dat het huidige afwegingskader voor kinderen voldoet. De staatssecretaris neemt dit, tot onze teleurstelling, over en gaat in zijn reactie alleen in op de aanbevelingen.  

Uit het onderzoek blijkt dat de aanspraken in de Wlz, Jeugdwet en Zvw helder zijn beschreven. Kinderen met beperkingen kunnen toegang krijgen, afhankelijk van hun situatie, tot zorg of ondersteuning vanuit een van de wettelijke domeinen. In de praktijk zien we dat er vaak nog onduidelijkheid is over wanneer welk stelsel verantwoordelijk is. Dit heeft de VGN al eerder onder de aandacht gebracht in de brief over systeemdwang. Wat ons betreft is de eenvoudigste oplossing dat gemeenten hun jeugdhulpplicht naleven, door als eerstverantwoordelijke tegen te gaan dat kinderen van het kastje naar de muur worden gestuurd.
Er staan ook andere aanbevelingen in richting de gemeente. Bijvoorbeeld het afgeven van beschikkingen met een voldoende lange geldigheidsduur. Dit geeft ouders zekerheid over de continuïteit van de jeugdhulp. Dit punt heeft de VGN onder de aandacht gebracht bij de Tweede Kamerleden ter voorbereiding op het debat op 8 juni j.l over jeugdhulp.

Samen met de VNG hebben we het initiatief opgepakt voor een learn en share bijeenkomst gericht op gemeenteambtenaren. Tijdens deze bijeenkomst bekijken we vanuit drie perspectieven naar de toegang tot jeugdhulp voor kinderen met ernstige beperkingen: gemeente, zorgaanbieder en ouder.

HHM geeft ook een aantal verbeterpunten aan ten aanzien van de indicatiestelling door het CIZ. Dit ligt voor een groot deel in de communicatie naar ouders. Belangrijk is dat er aan ouders duidelijk wordt gemaakt hoe de onderzoeker tot een afweging is gekomen. Het CIZ is zoals eerder aangegeven bezig met een project kwaliteit onder andere via intercollegiale toetsing. De VGN is blij met de aandacht voor meer intercollegiale toetsing, omdat via deze weg gewerkt kan worden aan een eenduidige indicatiestelling.

De richtlijn gebruikelijke zorg levert in de praktijk veel onduidelijkheid op. Ouders en zorgaanbieders ervaren dit als een harde leeftijdsgrens. Het CIZ gaat, samen met betrokken partijen, verder invulling geven wat wordt bedoeld met gebruikelijke zorg en hoe dit wordt meegewogen in de indicatiestelling. Het is noodzakelijk dat hier meer duidelijkheid over komt, zodat ouders en kinderen niet onterecht van het kastje naar de muur worden gestuurd.

Deze pagina is een onderdeel van: