Nieuws

Hoe kom je in beeld bij het ROAZ? Door samenwerking!

Leestijd: 4 minuten
Cecile Stallenberg
Cecile Stallenberg, bestuurder van Stichting Dichterbij

Tot dusver was er geen reden voor de gehandicaptensector om in beeld te zijn bij het Regionaal Overleg Acute Zorgketen (ROAZ). Maar sinds de uitbraak van corona is die noodzaak er wel, omdat dit regionaal overleg verantwoordelijk is voor de distributie van beschermende middelen en het coördineren van beschikbare coronabedden. Hier en daar schieten de eerste samenwerkingsverbanden uit de grond.

Binnen de gehandicaptenzorg is er een tekort aan persoonlijke beschermingsmiddelen, terwijl die van groot belang zijn om het werk te kunnen doen. De dagbesteding ligt sinds drie weken stil en er is een bezoekregeling van kracht. Als er nu nog iemand verkouden wordt, móet het haast wel van een medewerker komen’, zegt Ineke Huibregtsen, directeur van Prinsenstichting in Noord-Holland. ‘Daarom is het ongelooflijk belangrijk dat er goede spullen zijn.’ Met voldoende mondkapjes kunnen verkouden medewerkers bovendien behouden blijven voor de zorg. ‘Voor een paar zieke medewerkers hebben wij binnen onze organisatie nog genoeg beschermingsmiddelen, maar als we die op iedere woning zouden inzetten, hebben we duizend mondkapjes per dag nodig. En dan hebben we het nog niet over de schorten, spatbrillen en handschoenen.’ Vanwege het tekort aan beschermende middelen in de gehandicaptensector, nam Huibregtsen zelf het initiatief tot een oplossing.

Mondkapjesvoorraad

Tot een paar weken terug had Huibregtsen nog nooit van het Regionaal Overleg Acute Zorgketen (ROAZ) gehoord. Toen ze begin maart zag aankomen dat haar organisatie persoonlijke beschermende middelen nodig zou gaan hebben, zoals mondkapjes, zocht ze contact met de GHOR (Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio), dat tijdens een crisis de samenwerking coördineert en het aanspreekpunt is van de geneeskundige hulpverleningsketen. Ze kreeg nul op het rekest: er was een tekort en het ziekenhuis ging sowieso voor. Sterker nog: er was een kans dat de GHOR hun bestaande mondkapjesvoorraad zou komen ophalen voor de ziekenhuizen. Toen in de eerste berichten over de bredere behoefte aan mondkapjes in de zorg helemaal niet gesproken werd over de gehandicaptenzorg, vond Huibregtsen het tijd om in actie te komen.

Goede contacten

Op advies van de VGN benaderde ze ROAZ Noord West. In elke ROAZ zijn de ziekenhuizen, de ambulancezorg, huisartsen(posten), verloskundigen, GGZ, GHOR en GGD uit die regio vertegenwoordigd, maar niet de gehandicaptenzorg. De regionale coördinator bleek open te staan voor het aanhaken van de gehandicaptensector, mits daarmee meteen de regio vertegenwoordigd werd. Toevallig is Huibregtsen ook voorzitter van het regionaal overleg van de VGN-leden in Noord-Holland Noord, dat tweemaal per jaar bijeenkomt. ‘ROAZ beslaat een groter gebied dan wij, maar op zo’n moment zie je dat de contacten in de gehandicaptensector heel goed zijn: in no time hadden we een nieuw regionaal overleg georganiseerd.’

Thermometerdopjes

Aan dat nieuwe overleg in Noord-Holland nemen vijftien organisaties uit de gehandicaptenzorg deel, verdeeld over drie kringen: Noord (boven Noordzeekanaal), Midden (Amsterdam en Flevoland) en Zuid (Kennemerland). Ze vergaderen driemaal per week telefonisch een half uur over alle corona-gerelateerde zaken: het aantal besmettingen, het aantal bedden op corona-afdelingen, het tekort aan de persoonlijke beschermingsmiddelen en medische zaken als thermometers en saturatiemeters. ‘We hebben zelfs een gebrek aan thermometerdopjes’, zegt Huibregtsen. ‘Er is helemaal niets meer te krijgen.’

Distributie

Al die regionale overlegstructuren maken het er niet duidelijker op tot wie je je als organisatie in de gehandicaptenzorg moet wenden. GGD (volksgezondheid) is het eerste aanspreekpunt bij besmetting. GGD en GHOR werken samen in 25 veiligheidsregio’s, terwijl het Regionaal Overleg Acute Zorgketen (ROAZ) plaatsvindt in elf grotere regio’s. Samen zijn GGD GHOR en ROAZ verantwoordelijk voor de distributie van persoonlijke beschermende middelen en coronatesten, maar wie daarbij het voortouw neemt, is niet overal even duidelijk. Om de boel beter te stroomlijnen is onlangs het Landelijk Consortium Hulpmiddelen (LCH) opgericht, waarin beide partijen vertegenwoordigd zijn. Toch moeten zorginstellingen voor de distributie nog altijd aankloppen bij het ROAZ.

Persoonlijke beschermingsmiddelen

Waar tot voor kort alleen ziekenhuizen, huisartsen en leveranciers van spoedzorg toegang hadden tot persoonlijke beschermingsmiddelen, kunnen sinds eind maart ook verzorgings- en verpleeghuizen, de thuiszorg en de gehandicaptensector die op indicatie krijgen. Nadat de VGN het probleem namens de sector al agendeerde, kwamen er samenwerkingsinitiatieven van de grond die aandacht vragen voor de nood van gehandicaptenorganisaties. Naast het regionale corona-overleg in Noord-Holland en Flevoland is er in Utrecht nu een overleg tussen de Vereniging Gehandicaptenzorg Utrecht en het ROAZ en heeft Noord-Brabant sinds kort een ‘RONAZ’, waarbij de N staat voor alle niet-acute zorg.

Coronabedden

‘Het begint een beetje te lopen’, zegt Huibregtsen voorzichtig. ‘We zijn nu vooral aan het inventariseren. We hebben ook iets bij te dragen: de meeste instellingen richten een corona-unit in voor de eigen intramurale cliënten, maar er worden ook zelfstandig wonende cliënten ziek. Wij kunnen bijdragen aan de zorghotels die Verzorging, Verpleging en Thuiszorg, huisartsen en ziekenhuizen nu aan het inrichten zijn.’ Intussen probeert ze haar ketenpartners te doordringen van wat er in de gehandicaptensector speelt. ‘Hoewel er relatief nog weinig vastgestelde besmettingsgevallen zijn in Noord-Holland en Flevoland – begin april waren het er rond de 30 op bijna 8.000 intramurale cliënten – zijn er dagelijks een paar duizend mondkapjes nodig’, schat Huibregtsen.

Testen

Tot nu toe ging alle testcapaciteit naar de ziekenhuizen, maar sinds kort kunnen ook gehandicaptenorganisaties dankzij de VGN-richtlijn aanspraak maken op coronatesten voor cliënten. Instellingen met een medische dienst kunnen voor hun cliënten tien testen per week krijgen via het ROAZ, kleinere instellingen moeten zich daarvoor tot de GGD wenden. ‘Het is fijn dat we nu met de richtlijn kunnen zwaaien’, zegt Huibregtsen. Tot nu toe hadden ze bij de Prinsenstichting situaties waarin de huisarts over een zieke cliënt zei: behandel maar alsof het corona is. ‘Met het tekort aan beschermingsmiddelen zet je de boel dan eigenlijk klem. Instellingen met medische diensten kunnen in zo’n geval nu gelukkig wél die helderheid geven. Een grote instelling als de onze is voorlopig in staat om voor zichzelf te zorgen, maar kleine organisaties of degene die zorg aan huis leveren, kun je niet het bos insturen.’ Vanaf deze week gaat de GGD overal in het land ook medewerkers in de gehandicaptenzorg testen, conform de richtlijn die is opgesteld voor zorgmedewerkers buiten het ziekenhuis – onduidelijk is nog voor hoeveel en welke medewerkers dat gaat gelden.

Wakker liggen

Intussen zou Huibregtsen iedereen willen adviseren om zich te verenigen bij de aanpak van corona. Niet alleen om zich in the picture te spelen bij het ROAZ en andere overlegorganen, maar ook om elkaar onderling te helpen. ‘Bestuurders liggen ervan wakker of ze de goede dingen doen. Ik merk dat dit geweldig helpt. Ze kunnen nu met elkaar afstemmen: zie ik niks over het hoofd? Allemaal hebben we onze handen vol aan de eigen crisisorganisatie en zijn we al vier weken non-stop in touw. Dan is het enorm van belang om regelmatig met elkaar te kunnen praten.’

Lees ook over de initiatieven die in Noord-Brabant en Utrecht zijn ontstaan om aan tafel bij het ROAZ te komen. Lees meer. 

Annette Wiesman