Nieuws

Hoe zit het ook alweer met de ova en materiele index in de tarieven 2022?

Tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen is er € 675 miljoen aan extra middelen ter beschikking gesteld om de achterstand van de salarissen in de middengroepen in de zorg ten opzichte van de publieke sector en de markt te verkleinen. In dit bericht leest u hoe deze middelen terecht komen in de tarieven 2022.

tarieven

Werkgevers in de zorg en VWS hebben een overeenkomst afgesloten om het extra geld via de ova beschikbaar te stellen. Het kabinet heeft daarop besloten om niet alleen het ova-percentage voor 2022 met 1,13% extra te verhogen waarmee een extra loonsverhoging van circa 1,5% voor de middengroep in het loongebouw mogelijk wordt gemaakt. In de informatiekaart van de NZa is ook te vinden dat –in afwijking van de normale systematiek- bij de tariefsaanpassing voor 2022 uitgegaan wordt van de laatste raming van het CPB (MEV-raming) voor de ova (loonkosten) en de prijs particuliere consumptie (materiële kosten). Dit leidt tot de volgende parameters:  

  • ova 2022: 3,87% (oud: 1,72%), opgebouwd uit de componenten:

Component

Raming MEV

extra

OVA 2022

oud

Contractloonmutatie

2,2%

 

2,2%

1,5%

Incidentele loonontwikkeling

0,3%

1,13%

1,43%

0,3%

Sociale lasten en premies

0.24%

 

0,24%

-0,08%

OVA 2022

2,74%

1,13%

3,87%

1,72%

 

  • Prijs particuliere consumptie 2022: 1,83% (oud: 1,64%).  

Deze indices heeft de NZa doorgevoerd in de gereguleerde tarieven voor de medisch-specialistische zorg, de ggz en forensische zorg, de langdurige zorg en de eerstelijns zorg. Ook de tarieven 2022 voor de zintuiglijk gehandicaptenzorg in de Zvw zijn aangepast. Hoe deze stijgingen precies doorwerken in de tarieven hangt af van de weging tussen loon en materiaal in de zorgkosten. In de genoemde NZa-informatiekaart is hierover meer informatie opgenomen. 

Sociaal domein
De keuze om de ova te laten stijgen om de extra loonstijging mogelijk te maken, heeft geen direct effect op het sociaal domein. Terwijl beoogd is dat ook de medewerkers in de middengroep van het loongebouw die werkzaam zijn binnen de Jeugdwet en Wmo 2015 de extra loonsverhoging krijgen. Gemeenten ontvangen daarom € 94 miljoen van de € 675 miljoen. Dit betreft € 80 miljoen via de algemene uitkering van het gemeentefonds en € 14 miljoen via de decentralisatie- uitkering beschermd wonen. Dit is een beleidsmatige toevoeging aan het gemeentefonds, niet de resultante van de trap op, trap af-systematiek.  
VNG, VWS en zorgbranches hebben gemeenten oproepen om de loongebonden component van alle tarieven in de Jeugdwet en de Wmo per 1 januari 2022 met 1,13% extra te laten stijgen.

Pgb
Het indexatiepercentage voor het persoonsgebonden budget is aangepast van 0,61% naar 2,56%. De toeslagen en budgetgarantie vallen niet onder de extra middelen, maar zijn wel opgehoogd. Het indexeringspercentage daarvoor is verhoogd van 0,61% naar 1,55%.  

De tarieven voor 2022 zijn te vinden in de Tarieventabel 2022.

Deze pagina is een onderdeel van: