Nieuws

Ook Niels heeft een huisarts nodig

Marian Denekamp met haar zoon Niels: 'Ik vind het aan aantasting van het burgerschap'

Voor mensen met een verstandelijke beperking die in een instelling verblijven wordt het steeds moeilijker om een huisarts te vinden. ‘Ik vind dat een aantasting van het burgerschap’, zegt Marian Denekamp, moeder van een 16-jarige jongen met een ernstige verstandelijke beperking. Haar zoon Niels is niet de enige, blijkt uit het decembernummer van Markant.

Medische zorg niet gegarandeerd

Voor ruim vijfduizend mensen met een beperking kan de algemene medische zorg niet gegarandeerd worden, blijkt uit een onderzoek van de VGN. Steeds meer huisartsen zeggen hun contracten met zorginstellingen op.

Valt niet onder basisaanbod

De Landelijke Vereniging Huisartsen wijst erop dat huisartsen geen specialisten zijn. Daar komt bij dat huisartsen het, volgens de LHV, al druk hebben door een toename van de administratieve lasten en het complexer worden van de zorgvraag. De vereniging verspreidde onder haar leden een leidraad waarin staat dat de medische zorg voor mensen met een beperking die niet thuis wonen niet onder het basisaanbod van een huisarts valt.

'Er zijn te weinig AVG's'

‘Onacceptabel’, vinden organisaties zoals de VGN en Ieder(in). Bovendien is dit in strijd met het VN-verdrag Handicap. En ook de vereniging van Artsen Verstandelijk Gehandicapten, de NVAVG, maakt zich zorgen. Maar volgens de huisartsen ontstaat het knelpunt ook doordat er te weinig AVG’s zijn. Vanwege het tekort aan AVG’s, neemt de druk op de huisartsen toe. Landelijk zijn er 260 en er zijn jaarlijks 24 opleidingplaatsen, die niet allemaal worden ingevuld.

Contracten worden opgezegd

De NVAVG wijst er op hun beurt op dat dit tekort aan AVG’s geen nieuwe fenomeen is. Waarom worden er dan toch ineens contracten opgezegd? En terwijl de huisartsen wijzen op het belang van de specialistische kennis van de AVG’s, wijzen de AVG’s erop dat zij niet zijn gespecialiseerd in de algemene huisartsenzorg.

Positieve uitzondering

Een positieve uitzondering is huisarts Karel Kasbergen. Van zijn praktijk maken 25 mensen met een verstandelijke beperking deel uit, die op een locatie van Philadephia verblijven. ‘Ik vind het niet meer dan logisch om ook deze doelgroep te behandelen’, zegt hij. Maar ook zijn colega’s op de huisartsenpost overwegen het contract met Philadelphia op te zeggen. Kasberegen begrijpt dit ‘ten dele’. Want voor hemzelf is de communicatie soms al lastig, laat staan als je de mensen niet kent.

'Gewone doelgroep'

In het artikel in Markant  pleiten verschillende deskundigen voor een betere afstemming tussen huisartsen en zorgorganisaties. Want, zoals de moeder van Niels zegt: ‘Het is ook een gewone doelgroep met gewone huisartsgeneeskundige vraagstukken. Een ingegroeide teennagel hoeft voor iemand met het Downsyndroom niet anders te zijn dan voor een “doorsnee” patiënt.’

Foto Martine Sprangers