Nieuws

Rekenkamer: aangekondigde bezuiniging Wlz 2017 onvoldoende onderbouwd

De Algemene Rekenkamer heeft onderzoek gedaan naar de regionale verschillen in zorggebruik in de ouderenzorg. Uit dit onderzoek blijkt dat een deel van de regionale verschillen te verklaren zijn door factoren als leeftijd, geslacht, gezondheidstoestand en samenstelling huishouden, die niet door beleid te beïnvloeden zijn. Voor een ander deel kan met de beschikbare data geen verklaring gevonden worden. Hierdoor is niet bekend óf en hoe de gewenste besparing voor de Wlz in 2017 door het terugdringen van regionale verschillen in zorggebruik is te behalen.
De Rekenkamer concludeert dan ook dat de minister nog onvoldoende onderbouwing en onvoldoende concrete handvatten heeft om de ingeboekte besparing te realiseren.

Bezuiniging Wlz in 2017
In het regeerakkoord uit 2012 is al opgenomen dat VWS een structureel besparingspotentieel van € 500 miljoen in 2017 voor de Wlz ziet, door onder andere het terugdringen van regionale verschillen. Uit onderzoek is gebleken dat er grote regionale verschillen zijn, maar dat die veelal onverklaarbaar zijn. De mogelijkheden voor besparingen in de Wlz worden door VWS gezien in:

  • het terugdringen van de verschillen in de indicatiestelling, hiervoor zijn aanpassingen in de Wlz opgenomen
  • het terugdringen van verschillen in inkooptarieven, volgens VWS tonen de verschillen aan dat er ruimte in de tarieven zit
  • het terugdringen van verschillen in zorggebruik, de zorgkantoren moeten doelmatig inkopen en praktijkvariatie inzichtelijk maken en met zorgaanbieders bespreken

 

Onderzoek Rekenkamer
Het onderzoek van de rekenkamer richt zich op het laatste onderdeel: de regionale verschillen in zorggebruik. Daarvoor hebben zij gekeken in hoeverre regionale verschillen in de ouderenzorg te verklaren zijn door de factoren leeftijd, geslacht, herkomstgroepering, samenstelling huishouden, eigen woning bezit, inkomen, leefstijl (roken, alcohol en gewicht), omgevingsadressendichtheid (stedelijkheid), (uren) mantelzorg per gemeente, gebruik Wmo en Zvw, en aanbod intramurale zorg per zorgkantoorregio (aantal bedden).

Zorg met verblijf
Uit deze analyse is gebleken dat de meest verklarende variabelen voor het gebruik van zorg met verblijf leeftijd en huishoudsamenstelling zijn. De hieruit voorspelde aantallen cliënten en het voorspelde zorgomvang wijkt in een aantal regio’s af. Een afwijking in het aantal cliënten loopt echter lang niet altijd gelijk op met de afwijking in de omvang van zorg (bijvoorbeeld wel meer cliënten dan verwacht, maar minder omvang). Een deel van de regionale verschillen kan dan ook niet door de onderzochte variabelen worden verklaard. Er worden wel een aantal aanvullende verklaringen genoemd, maar deze vragen nader onderzoek.

Zorg zonder verblijf
Voor zorg zonder verblijf zijn de meest beïnvloedende variabelen de leeftijd en het gebruik van Wmo en Zvw. Bij deze zorg lopen de afwijkingen in aantallen cliënten en zorgomvang wel meer gelijk op. Voor cliënten met een PGB blijkt, naast leeftijd, het inkomen de meest invloedrijke verklarende factor te zijn. Bij PGB zijn er hogere afwijkingen in meer regio’s. Hier spelen waarschijnlijk andere factoren een rol dan die in het onderzoek zijn onderzocht.

Conclusie en aanbevelingen
De Rekenkamer beveelt aan nader kwalitatief onderzoek te doen naar de oorzaken van de onverklaarbare verschillen. Op basis daarvan kan nagegaan worden of de zorg doelmatiger kan en hoe dit gestimuleerd kan worden. Door het ontbreken van verklaringen voor een deel van regionale verschillen geeft de Rekenkamer aan dat niet bekend óf en hoe de gewenste besparing voor de Wlz in 2017 door het terugdringen van regionale verschillen in zorggebruik is te behalen. Zij is dan ook van mening dat er nog onvoldoende onderbouwing en onvoldoende concrete handvatten voorhanden zijn om de ingeboekte besparing te realiseren.

Reactie staatssecretaris van Rijn
In een reactie zegt van Rijn dat hij onderschrijft dat de onderzochte verklarende variabelen niet goed te sturen zijn, maar dat volgens hem ook in regio’s met hoog zorggebruik (door veel mensen met een hoge leeftijd) de doelmatigheid kan worden verbeterd door de zorgverlening en de organisatie te beïnvloeden.

Relevantie voor de gehandicaptenzorg
Hoewel dit onderzoek zich richt op de ouderenzorg is het ook relevant voor de gehandicaptenzorg. De ingeboekte besparing is Wlz breed en daarmee ook voor de gehandicaptensector van toepassing. De VGN maakt zich grote zorgen over de gevolgen van de besparing en vreest dat dit leidt tot zorgverschraling. Juist in de gehandicaptenzorg is meer onderzoek nodig naar de factoren die de historisch gegroeide regionale verschillen kunnen verklaren. De belangrijkste factor in de ouderenzorg, leeftijd, is immers in deze sector geen grote factor. Op basis van onderzoek kan bepaald worden of die factoren wel beïnvloedbaar zijn. Daarmee geldt de conclusie van de Rekenkamer dat er onvoldoende onderbouwing is om de besparing te kunnen behalen ook voor de gehandicaptensector.