Nieuws

Invoering nieuw verdeelmodel regiobudgetten

Geld

De NZa heeft een nieuw verdeelmodel ontwikkeld voor de verdeling van het Wlz kader over de regio’s. Dit verdeelmodel is gebaseerd op de uitstaande indicaties in een regio en heeft vanaf 2018 invloed op de beschikbare middelen. De VGN vindt dat het model persoonsvolgende bekostiging in de weg kan staan. Daarnaast zijn de gevolgen van de invoering van dit model onvoldoende onderzocht. De VGN heeft de NZa daarom verzocht eerst een impactanalyse te doen. De NZa heeft inmiddels het invoertraject aangepast en toegezegd de gevolgen te monitoren. Daarnaast zijn de budgettaire kaders 2017 en 2018 gepubliceerd.

Achtergrond

Tot nu toe wordt de verdeling van de contracteerruimte vooral gebaseerd op basis van historische productieafspraken. Daarnaast werd de verdeling van het PGB-kader gebaseerd op verwacht gebruik van PGB’s. De NZa constateert dat deze modellen onvoldoende aansluiten bij de zorgvraag en dat het onwenselijk is om de verdeling op basis van verschillende uitgangspunten te laten plaatsvinden. De NZa heeft onderzoek gedaan en is op zoek gegaan naar een model dat voldoet aan de voorwaarden toekomstbestendigheid, praktische uitvoerbaarheid en juiste prikkels. Zij komen uit op een verdeling op basis van afgegeven CIZ indicaties in een regio op peildatum 1 maart jaar t-1.

Model

In het nieuwe verdeelmodel worden de uitstaande indicaties op een peildatum vermenigvuldigd met de beleidsregelwaarde (ZZP) om tot gewogen indicaties te komen. Vervolgens wordt het indicatieaandeel per regio bepaald. Dit aandeel is het aandeel van het landelijk kader voor de betreffende regio. Bij de bepaling van de indicaties in een regio wordt uitgegaan van de woonplaats van de cliënt.

Invoering van het model

De toepassing van dit model leidt tot een verschuiving van middelen tussen regio’s. Met name de kleine Wlz-uitvoerders moeten een deel van hun budget gaan inleveren. Deels heeft de verschuiving te maken met bovenregionale inkoop, waarbij cliënten in een andere regio wonen dan waar de zorg wordt ingekocht. Dit effect wordt voor 2018 door de zorgkantoren achter de schermen geregeld en leidt daarmee niet tot een gevolg voor de zorglevering. Voor 2019 zal dit waarschijnlijk wel gevolgen hebben in de inkoop (woonplaatsbeginsel).

Daarnaast zijn er vanuit de historie verschillen in de gemiddelde gedeclareerde kosten als gevolg van regionale verschillen in verzilvering en leveringsvormen (meer verblijfsplaatsen). Al in juni heeft de VGN de NZa gevraagd om meer inzicht in de gevolgen van dit model naar sector en naar regio. Inmiddels is gebleken dat in de afbouwregio’s de verschillen vooral door de gehandicaptenzorg worden veroorzaakt.

Inzet VGN

De VGN vindt dat persoonsvolgendheid voorop moet staan. De VGN zet vraagtekens bij de gevolgen van dit model hiervoor. De invoering van dit nieuwe model zou in afbouwregio’s kunnen leiden tot een prikkel om cliënten naar bepaalde -goedkopere- leveringsvormen te sturen om binnen het nieuwe regiobudget te blijven. De VGN heeft daarom de NZa verzocht eerst een impactanalyse te doen naar de effecten bij de toepassing van dit model voor de cliënten en aanbieders uit afbouwregio’s (zie bijlage). Ook hebben aanbieders en zorgkantoren in die regio’s zelf bij de NZa aan de bel getrokken. Dit heeft geleid tot een gewijzigd ingroeitraject en de toezegging dat continuïteit van zorg voorop staat en dat nader onderzoek nodig is om betekenis te geven aan de uitkomsten van het gevoerde onderzoek en dat op basis daarvan gekeken moet worden of reparatie in het nieuwe model nodig is.

Ingroeitraject

Volgens de beleidsregels wordt voor 2017 de herverdelingsmiddelen verdeeld op basis van het nieuwe model, maar vindt er geen afbouw plaats. Voor 2018 worden de groeimiddelen ingezet voor de opbouwers. Voor 2019 hebben de afbouwers een garantiebudget van 98% en in 2020 moet de verdeling helemaal zijn ingevoerd. De NZa heeft toegezegd de gevolgen van dit traject nauwkeurig te monitoren en indien nodig VWS te adviseren de herverdelingsmiddelen in te zetten om het tempo te matigen of het model aan te passen. Uiteraard bewaakt de VGN hoe dit traject verloopt.

De NZa heeft de circulaire met de toelichting op het nieuwe model en de bijbehorende beleidsregels op 11 september gepubliceerd.

Budgettair kader 2017

De Nza heeft het budgettair kader 2017 aangepast op basis van de voorlopige kaderbrief van de staatssecretaris. Er is nog geen besluit genomen over de €176 miljoen die nog over is en indien nodig voor herverdeling kan worden ingezet. De NZa heeft de staatssecretaris eind augustus geadviseerd om daarvan € 50 miljoen ter beschikking te stellen aan met name de zorgkantoren van VGZ en Menzis, omdat daar een tekort wordt verwacht. Daarnaast adviseert de NZa om € 10 miljoen toe te voegen aan de contracteerruimte voor het experiment persoonsvolgende inkoop. Over deze adviezen is nog geen besluit genomen.

Budgettair kader 2018

De beleidsregel budgettair kader 2018 is door de NZa opgesteld op basis van de voorlopige kaderbrief van de staatssecretaris. Bij de verdeling naar zorgkantoorregio’s is rekening gehouden met het nieuwe verdeelmodel. De regio’s hebben daarbij een garantiebudget van 100% (zie hierboven). In de beleidsregel is een aanpassing van het beslismodel opgenomen vanwege de initiële afspraak die sommige zorgkantoren maken van €1.

Hieronder vindt u de brief van de VGN aan de NZa.

Deze pagina is een onderdeel van: