Nieuws

Voorlopige kaderbrief Wlz 2017

wlz

De staatssecretaris heeft op 13 juni de voorlopige kaderbrief Wlz 2017 aan de Tweede Kamer gestuurd. Hierin staat welke middelen voor 2017 beschikbaar worden gesteld voor de Wet langdurige zorg. Het belangrijkste nieuws is dat de taakstelling van € 500 miljoen (Wlz breed) die voor 2017 was ingeboekt, structureel teruggedraaid wordt. In de kaderbrief geeft de staatssecretaris ook aan hoe de herverdelingsmiddelen 2016 worden ingezet

De voorlopige contracteerruimte 2017 wordt vastgesteld onder voorbehoud van politieke maatregelen rond Prinsjesdag. Voor de Wlz is in 2017 € 18.920 miljoen beschikbaar. Hiervan wordt € 200 miljoen gereserveerd voor de herverdeling in oktober 2017. Voor zorg in natura is in de eerste ronde € 16.800 beschikbaar en het pgb-kader bedraagt € 1.920 miljoen.  De contracteerruimte is als volgt opgebouwd.

Opbouw Wlz kader 2017

Wlz kader 2016

18.440

Groeiruimte 2017

250

Oploop NHC/NIC

360

Huishoudelijke hulp MPT

40

Oploop Waardigheid en Trots

20

Langer thuis 2017

-140

GGZ-B uitstroom

-50

Voorlopig kader

18.920

         - ZIN

16.800

         - PGB

1.920

          - herverdelingsmiddelen

200

 

De groeiruimte is gebaseerd op een demogroei van 1,4%. De NHC/NIC oploop hangt samen met de overgangsregeling kapitaallasten en de opbouw van die componenten. De huishoudelijke verzorging wordt per 2017 ook voor cliënten met een MPT onder de Wlz gebracht. 'Waardigheid en Trots' betreft het kwaliteitsprogramma voor de V&V. Voor langer thuis wordt geld uit de contracteerruimte genomen vanwege de uitstroom van de lage ZZP's. Ook voor de uitstroom van GGZ-B cliënten worden middelen uit de contracteerruimte gehaald. De voorgenomen taakstelling voor 2017 uit het regeerakkoord alsmede het restant van de tariefmaatregel care (voor 2017 nog zo’n 0,25%) worden structureel niet meer doorgevoerd en hebben dus geen verlaging van de contracteerruimte tot gevolg.

Aanpassing in het beschikbare budget 2016

De NZa heeft in mei een advies uitgebracht over de landelijke toereikendheid van het financieel kader 2016. De NZa verwacht dat het kader krap zal zijn. De grootste groei vindt plaats bij het pgb. Ook geeft de NZa aan nog onvoldoende te kunnen zeggen over de landelijke toereikendheid van het totale kader. In augustus zal de NZa dan ook nog een aanvullend advies uitbrengen.

Op basis van het mei advies heeft de staatssecretaris aanpassingen in het budgettair kader 2016 doorgevoerd. In totaal wordt er €170 miljoen toegevoegd aan het kader. Hiervan betreft €100 miljoen de gereserveerde herverdelingsmiddelen, €50 miljoen extra middelen voor GGZ-B en €20 miljoen bruteringseffecten PGB. Dit laatste bedrag heeft betrekking op de gebruikelijke onderuitputting van het PGB kader, er wordt iets meer beschikbaar gesteld waarbij er van uitgegaan wordt dat dit weer terugstroomt.

De herverdelingsmiddelen worden volledig aan het PGB kader toegevoegd. Daarnaast wordt er €34 miljoen overgeheveld van de contracteerruimte ZIN naar PGB. Het PGB kader wordt daarmee €1.809 miljoen. De middelen voor de contracteerruimte ZIN wordt €16.631 miljoen. De Wlz uitvoerders wordt gevraagd mogelijke regionale financiële tekorten zoveel mogelijk te voorkomen, bijvoorbeeld door overhevelingen.

Overige zaken

De NZa start in 2017 met de geleidelijke invoer van een nieuw verdeelmodel tussen de regio’s dat beter aansluit bij de verdeling van het aantal cliënten met een Wlz indicatie.
Om de verdeling tussen de kaders voor ZIN en PGB beter te laten verlopen, krijgen de zorgkantoren de mogelijkheid om ook voor de aanvang van het uitvoeringsjaar middelen anders te verdelen tussen deze kaders.

Voor de individueel aangepaste hulpmiddelen is een geoormerkt bedrag van €120 miljoen beschikbaar. De overige hulpmiddelen en woningaanpassingen blijven in 2017 onder de verantwoordelijkheid van de gemeenten. Voor innovatie is een geoormerkt bedrag van €5 miljoen beschikbaar bovenop de contracteerruimte. De systematiek van bevoorschotting blijft in 2017 ongewijzigd.

Deze pagina is een onderdeel van: